 | Kabinet-Mackay (1888-1891) |
| Dit is het eerste zogenaamde coalitiekabinet, bestaande uit katholieke en antirevolutionaire ministers. Vorming van dit kabinet was mogelijk geworden door de verkiezingsoverwinning van katholieken en ARP. Voornaamste doelen van het kabinet-Mackay zijn de subsidiëring van het bijzonder onderwijs en het totstandbrengen van een Arbeidswet.
|
 | Kabinet-Van Tienhoven (1891-1894) |
| Dit liberale kabinet wordt gevormd na de verkiezingen van 1891, waarbij 'rechts' haar meerderheid verliest. Het kabinet streeft naar uitbreiding van het mannenkiesrecht. Minister Tak van Poortvliet komt hiertoe met een wetsvoorstel dat het echter niet haalt. Het lukt minister Pierson wel een belangrijke belastingherziening door te voeren.
|
 | Kabinet-Röell (1894-1897) |
| Dit anti-Takkiaanse kabinet bestaat voor het merendeel uit liberalen. De katholieken krijgen in ruil voor steun aan het kabinet één minister. Het lukt minister Sam van Houten een nieuwe Kieswet in te voeren, die minder ver gaat dan het voorstel van Tak, maar wel leidt tot groei van het aantal (mannelijke) kiezers.
|
 | Kabinet-Pierson (1897-1901) |
| Dit liberale kabinet staat bekend als 'het kabinet van sociale rechtvaardigheid'. Het brengt diverse belangrijke wetten tot stand, waarvan de Woningwet, de Ongevallenwet en de Leerplichtwet de bekendste zijn. Kabinetsleider is de hoogleraar Pierson, die eerder minister van Financiën was in het kabinet-Van Tienhoven.
|
 | Kabinet-Kuyper (1901-1905) |
| Het coalitiekabinet-Kuyper wordt gevormd na de overwinning van de rechtse partijen bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1901. Rooms-katholieken, Antirevolutionairen, Vrije-antirevoltionairen en Christelijk-Historischen haalden daarbij samen 58 zetels. Tot 1904 heeft het kabinet echter geen meerderheid in de Eerste Kamer. Na de verwerping van de Hoger-onderwijswet in 1904 ontbindt het kabinet de Eerste Kamer. De verkiezingen leiden ertoe dat het kabinet-Kuyper ook in de senaat een meerderheid krijgt.
|
 | Kabinet-De Meester (1905-1908) |
| Dit door Goeman Borgesius geformeerde liberale kabinet kent een wankel bestaan en weet als enige belangrijke wet de Wet op het arbeidscontract tot stand te brengen. Het kabinet wordt geleid door de Unie-liberaal De Meester. Hij is een vroegere vice-president van de Raad voor Nederlandsch-Indië; na de Gouverneur-Generaal de hoogste gezagsdrager in Indië.
|
 | Kabinet-Heemskerk (1908-1913) |
| Dit coalitiekabinet is tot 1909 een minderheidskabinet. Na de verkiezingen van dat jaar kan het kabinet wel op een Kamermeerderheid rekenen. Centraal staan in deze kabinetsperiode de pogingen van minister Talma om sociale wetgeving tot stand te brengen.
|
 | Kabinet-Cort van der Linden (1913-1918) |
| Het liberale extra-parlementaire kabinet-Cort van der Linden loodst Nederland door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) en brengt de belangrijke Grondwetsherziening van 1917 tot stand. Hierdoor worden de kiesrecht- en schoolstrijd beëindigd. Het districtenstelsel wordt vervangen door de evenredige vertegenwoordiging.
|