 | Kabinet-De Vries/Fransen van de Putte (1872-1874) |
| Dit is het derde liberale kabinet op rij, ditmaal onder leiding van een leerling van Thorbecke, De Vries. Het kabinet poogt te komen tot uitbreiding van het kiesrecht, maar slaagt daar niet in. Een voorstel tot afschaffing van de plaatsvervanging bij het leger haalt het evenmin. Artikel 1 van het wetsvoorstel dat dit regelt wordt op 30 juni 1873 met 43 tegen 25 stemmen verworpen.
|
 | Kabinet-Heemskerk/Van Lynden van Sandenburg (1874-1877) |
| Na drie liberale kabinetten, die voor enkele belangrijke wetsvoorstellen geen meerderheid hebben kunnen krijgen, treedt een overwegend conservatief kabinet op. Kabinetsleiders zijn de conservatieve voorman Heemskerk en de meer antirevolutionaire Baron Van Lynden van Sandenburg. In het kabinet zit ook een conservatieve katholiek, Van der Does de Willebois.
|
 | Kabinet-Kappeyne van de Coppello (1877-1879) |
| De kern van dit liberale kabinet wordt gevormd door de leiding van de vooruitstrevende liberale Kamerclub, met aan het hoofd Kappeyne van de Coppello. Ook de ministers Smidt, Tak van Poortvliet en De Roo van Alderwerelt behoren daartoe. Met name minister Gleichman van Financiën is echter veel behoudender. Die innerlijke tegenstelling leidt uiteindelijk al binnen twee jaar tot de val van het kabinet.
|
 | Kabinet-Van Lynden van Sandenburg (1879-1883) |
| Dit gemengd conservatief-liberale kabinet, ook wel fusie-kabinet genoemd, heeft een wankele basis in de Tweede Kamer. Daarom ziet het voorlopig af van voorstellen op het gebied van het onderwijs en het kiesrecht.
|
 | Kabinet-Heemskerk Azn. (1883-1888) |
| Dit conservatief-liberale kabinet weet in 1887 een Grondwetsherziening tot stand te brengen, die leidt tot kiesrechtuitbreiding en de weg opent voor het oplossen van de onderwijskwestie. Op andere gebieden, met name op financieel terrein, kan het kabinet niet veel bereiken. Enkele ministers moeten voortijdig het veld ruimen.
|