 | oproepingskaart of stempas |
| Wie kiesgerechtigd is mag op de verkiezingsdag tussen 07.30 en 21.00 uur gaan stemmen. Ten minste veertien dagen daarvoor ontvangen de kiesgerechtigden een oproepingskaart om te stemmen in het genoemde stembureau. In gemeenten die meedoen met het experiment 'stemmen in een willekeurig stemlokaal' ontvangen geen oproepingskaart maar een stempas.
|
 | in een andere gemeente stemmen |
| Een kiezer die op de dag van de verkiezingen niet in zijn eigen woonplaats kan of wil stemmen kan een verzoek indienen in een andere gemeente zijn stem uit te brengen.
|
 | bij volmacht stemmen |
| Sinds 1928 is het mogelijk per volmacht te stemmen. Kiezers die niet zelf kunnen stemmen, bijvoorbeeld omdat zij in het buitenland op vakantie zijn, of omdat zij ziek zijn, kunnen op die manier toch hun stem uitbrengen. Ook personen die in bewaring zijn gesteld kunnen op deze manier stemmen.
|
 | stemmen in het buitenland |
| Sinds 1983 is het mogelijk bij de Tweede-Kamerverkiezingen en voor de Europese verkiezingen te stemmen per brief. Deze mogelijk is er alleen voor kiezers die buiten Nederland wonen of die wegen hun werk in het buitenland verblijven, maar hun woonplaats in Nederland hebben.
|
 | op de verkiezingsdag |
| Op de verkiezingsdag zijn de stembureaus van half acht 's ochtends tot negen uur 's avonds open. Iedereen die dan mag kiezen, kan dan zijn stem uit brengen.
|