(In)formateur en kabinetsformatie

De kabinetsformatie is in vier fasen te onderscheiden: onderzoeken welke coalitie mogelijk is, programvorming (opstellen regeerakkoord), de portefeuilleverdeling en de invulling van de personele bezetting. Er is niet noodzakelijk een duidelijke scheidslijn waar de ene fase ophoudt en de andere begint. Hetzelfde geldt voor het werk van de informateur en de formateur.

Zowel de informateur als de formateur worden door de Koningin benoemd om een kabinet te vormen. Een informateur onderzoekt welke partijen in een coalitie willen samenwerken en/of zorgt voor de totstandkoming van een regeerakkoord. In 1998 hoefde de formateur alleen nog maar voor de portefeuilleverdeling in samenhang met de personele invulling te zorgen.

Bedacht moet worden dat de gevolgde procedure en bijbehorende invulling van taken van de (in)formateur(s) van formatie tot formatie kan verschillen.

[ V ][ ^^ ]

Onderzoeken welke partijen in beginsel bereid zijn met elkaar een coalitie te vormen

De informateur zal op basis van de opdracht van de Koningin onderzoeken welke coalitie mogelijk is. Hij is daarin niet vrij maar moet zich strikt aan de opdracht van de Koningin houden. Als de Koningin hem vraagt te onderzoeken of het mogelijk is de bestaande coalitie voort te zetten, kan hij niet gaan onderzoeken of er een andere coalitie mogelijk is.

[ V ][ ^^ ]

Programvorming en regeerakkoord

Nadat duidelijk is geworden dat een bepaalde coalitie mogelijk is, breekt een nieuwe fase in de formatie aan waarvoor één of meer nieuwe informateurs benoemd kunnen worden. In de tegenwoordig gebruikelijke praktijk van vorming van een parlementair kabinet moeten de beoogde coalitiefracties uiteindelijk instemmen met de hoofdlijnen van het door een nieuw kabinet te voeren beleid. Deze hoofdlijnen worden vastgelegd in een regeerakkoord.

Een belangrijke taak van een informateur is dan ook het opstellen van een regeerakkoord. Dit gebeurt door onderhandelingen met en tussen de deelnemende partners over controversiële punten.

Vroeger kwam het regelmatig voor dat een kabinet aantrad op basis van een regeringsprogramma waar alleen de betrokken bewindslieden zich aan hadden verbonden. De fracties namen dan een afwachtender houding aan en voelden zich vrij ook tegen in het programma opgenomen punten te stemmen. Sinds 1963 is een regeerakkoord gebruikelijk.

 * meer over het regeerakkoord

[ V ][ ^^ ]

Portefeuilleverdeling

Een belangrijk punt bij de formatie is de portefeuilleverdeling: welke partij levert een minister of staatssecretaris voor welke portefeuille. Punt daarbij is dat natuurlijk elke coalitiepartner zo veel mogelijk ministers op zo veel mogelijk belangrijk geachte ministeries wil hebben. In het verleden zijn hier wel eens vergevorderde formaties op afgesprongen.

De portefeuilleverdeling is dan ook onderdeel van de onderhandelingen en vindt plaats onder leiding van de (in)formateur. Door met de verdeling te schuiven is het mogelijk coalitiepartners tegemoet te komen. Eventueel kan ook een extra ministerspost, bijvoorbeeld een minister zonder portefeuille, bij de onderhandelingen worden gecreëerd.

De aanstaande premier zal in het algemeen worden geleverd door de grootste coalitiepartij in de Tweede Kamer. Vanwege de vergaande invloed op de besluitvorming (met name bij de verdeling van budgetten) en het overzicht van de overheidsfinanciën is Financiën vervolgens de belangrijkste te verdelen ministerspost.

Binnenlandse Zaken is voor de meeste partijen een aantrekkelijk ministerie vanwege de rol van de minister van Binnenlandse Zaken in het binnenlands bestuur (met name bij benoemingen van burgemeesters en Commissarissen van de Koningin) en het lidmaatschap van de 'zeshoek'. Het ministerschap van Buitenlandse Zaken is gewild in verband met het daaraan verbonden prestige.

Bij de verdere verdeling van de ministersposten speelt onder andere de machtsverdeling in de financieel-economische zeshoek, een overleg tussen de belangrijkste ministeries op financieel- en sociaal-economisch gebied, een grote rol. Ministers die hier deel van uitmaken hebben dus meer invloed op en informatie over financieel- en sociaal-economische aangelegenheden dan andere ministers.

Uiteraard wegen ook de mogelijkheden voor partijpolitieke profileringspunten dan wel afbreukrisico's op bepaalde ministeries mee, evenals persoonlijke voorkeuren of capaciteiten van kandidaat-bewindslieden. Om partijpolitiek evenwicht op belangrijke ministeries te creëren krijgen ministers van de ene partij op zo'n departement vaak gezelschap van een staatssecretaris van een andere partij.

[ V ][ ^^ ]

Personele invulling

De personele invulling van de ministersposten en staatssecretariaten geschiedt tenslotte onder leiding van de formateur, die meestal minister-president zal worden. Hoewel het hier als aparte fase wordt besproken maakt ook de personele invulling deel uit van het onderhandelingsproces en kan deze niet los gezien worden van de onderhandelingen over de portefeuilleverdeling. Soms komt het voor dat partijen bepaalde kandidaten van andere partijen blokkeren. Ministers kunnen ook hun veto uitspreken over een kandidaat-staatssecretaris op hun ministerie.

Als de formatie rond is, wordt ontslag verleend aan de ministers die niet terugkeren en ontslag geweigerd aan de ministers die blijven zitten. De nieuwe ministers (en staatssecretarissen) gaan naar de Koningin om beëdigd te worden. Dan vindt ook de bekende fotosessie plaats op het bordes van Huis Ten Bosch.

Tijdens de eerste ministersvergadering, het constituerend beraad, wordt officieel bepaald wie verantwoordelijk is waarvoor. De regeringsverklaring wordt opgesteld, gebaseerd op het regeerakkoord.

[ V ][ ^^ ]

Verantwoording over de formatie

De minister-president leest tijdens de vergadering van de Tweede Kamer de regeringsverklaring voor en doet daarbij verslag over zijn aandeel in de formatie. Het wordt wel als een gemis gezien dat de informateur, de niet geslaagde formateur en de formateur die zelf buiten het kabinet blijft niet ter verantwoording kunnen worden geroepen. Ook kan men zich afvragen of de verantwoording voor het handelen van de Koningin waterdicht is geregeld.

Tijdens de formatie in 1998 hebben de informateurs de voortgang van de formatie enkele malen summier toegelicht in de Tweede Kamer. Het regeerakkoord is een openbaar Tweede-Kamerstuk, met de onderliggende inhoudelijke notities als bijlage. Ook gaven de onderhandelaars van de betrokken Tweede-Kamerfracties in 1998, na afloop van de vrijwel dagelijkse onderhandelingen, telkens een korte persconferentie.

[ V ][ ^^ ]

Wie zijn de informateur en formateur?

Als informateur werd vroeger meestal iemand benoemd die zijn sporen als politicus verdiend heeft, zoals de vice-voorzitter van de Raad van State, de voorzitter van de Eerste Kamer of een Commissaris van de Koningin. De bedoeling hiervan is iemand met een informatie-opdracht te belasten die boven de partijen staat en voldoende gezag heeft opgebouwd.

De laatste jaren is echter een tendens te zien dat eerst een gezaghebbend iemand van buiten de actieve politiek wordt benoemd om de mogelijkheden voor coalitievorming te onderzoeken. Vervolgens worden in de daarop volgende fase niet één maar verschillende informateurs tegelijkertijd benoemd, afkomstig uit partijen die een coalitie zouden moeten gaan vormen. Vaak staan deze informateurs midden in het politieke krachtenveld.

De formateur is meestal de beoogd minister-president.

Onderzoeken welke partijen in beginsel bereid zijn met elkaar een coalitie te vormen
Programvorming en regeerakkoord
Portefeuilleverdeling
Personele invulling
Verantwoording over de formatie
Wie zijn de informateur en formateur?
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route