Na Tweede-Kamerverkiezingen en na de val van een kabinet moet een nieuw kabinet worden gevormd. De Grondwet bevat hier nauwelijks regels over. Dit betekent dat de procedure voor de vorming van een nieuw kabinet voornamelijk berust op het ongeschreven recht en politieke spelregels. De Koningin heeft daarbij nog een belangrijke rol, omdat zij het initiatief moet nemen.
Doel van de formatie is een kabinet te vormen dat kan rekenen op steun van de meerderheid van de Tweede Kamer om een door het parlement te sanctioneren beleid te kunnen voeren.
De Grondwet is vrij bescheiden wat betreft de kabinetsformatie. Alleen in de artikelen 43 en 48 is daar iets over opgenomen. Artikel 43 bepaalt dat ministers bij koninklijk besluit moeten worden benoemd. In artikel 48 staat dat het koninklijk besluit waarbij de minister-president wordt benoemd mede door hem moet zijn ondertekend, evenals de besluiten waarbij de andere ministers worden benoemd.
Hiermee is de onschendbaarheid van de Koning en de ministeriële verantwoordelijkheid verzekerd.
Het ongeschreven recht en de politieke spelregels hebben zich in de loop der tijd ontwikkeld en doen dat nog steeds. Als de noodzaak tot vorming van een nieuw kabinet zich voordoet, na Tweede Kamerverkiezingen of een kabinetscrisis, consulteert het Staatshoofd eerst een aantal vaste adviseurs. Dit zijn de vice-voorzitter van de Raad van State, de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de fractievoorzitters van de Tweede Kamer.
Op basis van deze adviezen benoemt de Koningin één of meer informateur(s) om de mogelijkheden van samenwerking binnen de Tweede Kamer te onderzoeken of een formateur om een kabinet te vormen. Een (in)formateur krijgt van de Koningin een schriftelijke opdracht waar hij zich strikt aan heeft te houden.
Lukt het de (in)formateur niet de opdracht uit te voeren, dan geeft hij deze terug aan de Koningin. De Koningin ontvangt dan opnieuw haar adviseurs en benoemt opnieuw een (in)formateur. Het komt ook voor dat de Koningin nieuwe informateurs benoemt (bijvoorbeeld met de opdracht een regeerakkoord tot stand te brengen) nadat een eerdere informateur zijn opdracht met succes heeft afgerond (bijvoorbeeld als deze de bereidheid tot regeerakkoordonderhandelingen tussen een aantal Tweede-Kamerfracties heeft geconstateerd).
De Koningin heeft de regie van de formatie in handen. De adviezen van haar adviseurs zijn sinds 1971 openbaar, zodat gevolgd kan worden in hoeverre zij de adviezen ook daadwerkelijk opvolgt. Zijn de adviezen eensluidend dan zal zij deze normaal gesproken ook opvolgen.
Als de adviezen niet eensluidend zijn, wat bijvoorbeeld kan voorkomen bij een onduidelijke verkiezingsuitslag, zal de Koningin de formatie ook moeten sturen. Dit kan zij doen door haar keuze voor de te benoemen (in)formateur(s) en via de (in)formatieopdrachten die zij verstrekt.