In verband met terroristische aanslagen in de Verenigde Staten besloot het kabinet om Prinsjesdag 2001 niet uitbundig te vieren. Premier Kok maakte bekend dat deze dag een 'sober en ingetogen karakter' zou krijgen.
De Gouden Koets verscheen wel ten tonele. Volgens Kok hoort die bij de opening van het parlementaire jaar. De minister-president wilde niet, als gevolg van terreuracties, afzien van protocollair gebruik. 'We zullen de tradities van onze dag van de democratie zoveel mogelijk handhaven', zo zei hij.
Uit piëteit droeg de militaire erewacht niet het ceremonieel uniform, maar het dagelijks tenue. De fractievoorzitters verzochten de vrouwelijke Kamerleden extravagante hoeden achterwege te laten. Ook is er geen muziek, anders dan het Wilhelmus en tromgeroffel, ten gehore gebracht. Bij de passage van de Amerikaanse ambassade maakte Koningin Beatrix een gebaar.
De Algemene Beschouwingen, het debat over de plannen die het kabinet op Prinsjesdag indient, waren ook ingetogen. Partijpolitieke retoriek hebben de Tweede-Kamerfracties achterwege gelaten. Inhoudelijke kritiek werd wel geleverd.
Het was niet de eerste maal dat Prinsjesdag minder uitbundig werd gevierd. In 1974, toen Japanse terroristen de Franse ambassade bezet hielden, werd het militair ceremonieel achterwege gelaten. Aangezien de route traditioneel langs de Franse ambassade loopt, reed de Gouden Koets dat jaar niet uit.
 |
