voornaam |
personalia |
loopbaan |
| - | luitenant ter zee tweede klasse in Nederlands-Indië, van 1 januari 1844 tot 1 oktober 1845 | |
| - | gedetacheerd bij het Topografisch Bureau te Batavia (Ned.-Indië), van 1 oktober 1845 tot 15 november 1845 | |
| - | ordonnans-officier bij Gouverneur-Generaal Rochussen, van 15 november 1845 tot 1 oktober 1847 | |
| - | belast met een zending naar Bandjermasin en Martapoera, vanaf 15 december 1845 | |
| - | deelnemer aan eerste Balische expeditie, vanaf juni 1846 | |
| - | belast met geheime zending naar de Gouverneur van Singapore, vanaf 31 oktober 1846 | |
| - | ontslag uit zeedienst, 27 oktober 1847 | |
| - | eigenaar suikerfabriek Kremboeng te Sido-Ardjo (Java, Ned.-Indië), van 1847 tot 1857 | |
| - | lid Raad van Toezicht en vicepresident Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.), van 1864 tot 1 juni 1869 | |
| - | tijdelijk president Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.), van 1867 tot 1868 | |
| - | directeur-generaal Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (S.S.), van 1 juni 1869 tot 1 juni 1879 | |
| - | lid gemeenteraad van Utrecht, van 1879 tot 1880 | |
| - | Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, van 12 april 1881 tot 20 januari 1884 |
opleiding |
| - | officiersopleiding KIM (Koninklijk Instituut voor de Marine) te Medemblik, van 16 oktober 1835 tot 1 september 1839 | |
| - | adelborst eerste klasse, van 1 september 1839 tot 1 januari 1844 |
wetenswaardigheden |
| - | Tijdens zijn bewind als Gouverneur-Generaal werd Nederlands-Indië getroffen door diverse ziekten en rampen, zoals een cholera-uitbraak op Java en een uitbarsting van de vulkaan Krakatau op Soenda. | |
| - | In 1883 vond de stranding van het Engelse stoomschip Nisero voor de Westkust van Atjeh plaats, waarbij de bemanning gevangen werd genomen en ontvoerd. Pas na een mislukte poging om hen met geweld te bevrijden, lukte dit na moeizame onderhandelingen. In de Tweede Kamer werd over deze affaire een interpellatie gehouden. | |
| - | Verlengde in 1883 de concessie van de Bilitonmaatschappij voor de tinwinning met 75 jaar. Op dit besluit - en op de door de minister verleende goedkeuring hiervoor - werd in de Tweede Kamer ernstige kritiek geuit, die leidde tot het aftreden van de minister. Ook s'Jacob nam ontslag. |
| - | Vergezelde in 1845 zijn oom J.J. Rochussen toen deze als nieuwbenoemde Gouverneur-Generaal naar Nederlands-Indië reisde en werd later diens ordonans-officier | |
| - | Was gehuwd met een kleindochter van Dirk van Hogendorp, minister in 1807 | |
| - | Medeoprichter van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (26 sept. 1863). Kreeg in 1869 na een reorganisatie alleen de leiding over deze spoorwegmaatschappij. Onder zijn leiding groeide de Staatsspoorwegen uit tot de grootste spoorwegmaatschappij. |
| - | Nederlands-Indië, van 1845 tot 1854 | |
| - | Rotterdam, vanaf 1857 | |
| - | Nederlands-Indië, van 1881 tot 1884 | |
| - | Utrecht, Huize Nieuweroord, van 1884 tot 3 april 1901 |
| - | Ridder vierde klasse Militaire Willemsorde, 6 december 1846 | |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874 | |
| - | Grootkruis Orde van de Eikenkroon |
publicaties/bronnen |
familie/gezin |
| - | Zoon van F.B. s'Jacob, secretaris Raad van State en Tweede-Kamerlid | |
| - | Broer van E.H. s'Jacob, Tweede-Kamerlid | |
| - | Vader van F.B. s'Jacob, Eerste-Kamerlid | |
| - | Neef (oomzegger) van J.J. Rochussen, minister, Tweede-Kamerlid en Gouverneur-Generaal | |
| - | Oom van H.Th. s'Jacob, Commissaris der Koningin |
| personalia |
||
| loopbaan |
||
| opleiding |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||