| - | |
advocaat te Leiden, van 10 februari 1781 tot november 1781 |
| - | |
hoogleraar Hogeschool te Franeker, van november 1781 tot 16 mei 1787 |
| - | |
rector magnificus Hogeschool te Franeker, van 1786 tot 16 mei 1787 |
| - | |
agent van het defensiewezen van Franeker te Amsterdam, van 6 mei 1787 tot 9 september 1787 |
| - | |
lid commissie tot het opnemen van de schade bij de vluchtelingen en tot verdeling van overheidsgeld onder hen te Antwerpen, van september 1787 tot 1788 |
| - | |
commissaris te Saint-omer, van 28 februari 1788 tot 12 februari 1788 (belast met het beheer van de onderstandsgelden) |
| - | |
kapitein van een compagnie van Nederlandse vrijwilligers te Watten, vanaf 1790 |
| - | |
hoogleraar Hogeschool te Leiden, van 4 maart 1795 tot 8 februari 1796 |
| - | |
lid Eerste Nationale Vergadering voor het district Leiden-II, van 1 maart 1796 tot 27 mei 1796 |
| - | |
provisioneel secretaris Nationele Vergadering, van 1 maart 1796 tot 1 april 1796 |
| - | |
buitengewoon gezant te Madrid, van 23 februari 1796 tot 14 september 1798 |
| - | |
buitengewoon ambassadeur te Madrid, van 21 maart 1799 tot 30 juni 1801 |
| - | |
lid commissie tot rapportage over het openbaar onderwijs, vanaf 15 augustus 1808 |
| - | |
Pruisisch gevolmachtigde te Parijs op 16 juni 1810 |
| - | |
belast met het voeren van onderhandelingen met Napoleon, van 1810 tot juli 1811 |
| - | |
Nadat hij de opening van de burgersociëteit te Franeker in november 1786 met een rede verricht had, liet het college van curatoren hem weten, dat hij zich had te onthouden van het blameren van regering en stadhouder. Op zijn antwoord niets onbehoorlijks gezegd te hebben, dienden de curatoren een klacht in bij de Staten van Friesland. Een afkeurende uitspraak van de Staten (overeenkomstig het advies van een onderzoekscommissie) deed hem beslissen zijn ontslag aan te vragen. |
| - | |
Hij heeft tevergeefs getracht de afgescheiden Friese statenleden te weerhouden een vergadering van de afgescheiden Statenleden te Franeker te houden op 7 september 1787 |
| - | |
Met C.L. van Beyma voorman van de vluchtelingen en ballingen in Frankrijk |
| - | |
Een verschil van inzicht tussen Valckenaer en Van Beyma omtrent het door de vluchtelingen al dan niet in eigen onderhoud voorzien, deed een breuk tussen beiden onstaan en een verdeling van de vluchtelingen en ballingen in Valckenaeristen en Beymanisten |
| - | |
Voorzitter van de in september 1791 in Frankrijk opgerichte "Societe des amis de la constitution". Hij was een propagandist van de revolutie en ultra-revolutionair. |
| - | |
In "De advocaat van de nationale vrijheid" (een weekblad) toonde hij zijn ultra-revolutionaire gezindheid |
| - | |
Hij was één van de 23 voorname ballingen, die in februari 1793 aan de nationale conventie te Parijs een adres aanboden om hulp te vragen het vaderland van de oranjevorst te bevrijden |
| - | |
In zijn hoedanigheid van buitengewoon gezant in Spanje sloot hij in juni 1797 het tractaat van San Ildefonso |
| - | |
Door een naamsverwisseling werd hij aangezien als het hoofd van een opstand in 1813 te Alphen ten gunste van Oranje. Hij werd op 25 april gearresteerd, in de staatsgevangenis te Amsterdam gevangen gezet, en, nadat de vergissing was ingezien, op 29 april 1813 vrijgelaten. |
| - | |
Franeker, van 12 januari 1759 tot 1766 |
| - | |
Leiden, van 1766 tot maart 1782 |
| - | |
Franeker, van maart 1782 tot 9 september 1787 |
| - | |
Utrecht, van 9 september 1787 tot 15 september 1787 |
| - | |
Antwerpen, Brussel, Saint-Omer, Watten, Versailles, Parijs, Bievre-le-Montagne, van 15 september 1787 tot maart 1795 |
| - | |
Madrid, van mei 1796 tot 2 oktober 1798 |
| - | |
Leiden, van december 1798 tot april 1799 |
| - | |
Madrid, van april 1799 tot 30 juni 1801 |
| - | |
Noordwijk, huize Dijkenburg, van 1801 tot 1805 |
| - | |
Heemstede, huize Meer en Bosch, van 1805 tot juni 1810 |
| - | |
Parijs, van juni 1810 tot juni 1811 |
| - | |
Amsterdam, van september 1811 tot 1812 |
| - | |
Bennebroek, huize Bijweg, van 1812 tot 25 januari 1821 |