![]() |
voornaam |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat te 's-Gravenhage, van 1794 tot 1802 | |
| - | procureur-generaal en advocaat-fiscaal Hoge Militaire Vierschaar te Kaap de Goede Hoop, van 1803 tot 1818 | |
| - | rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Rotterdam, van 1818 tot 1822 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie (Zuid-)Holland, van 20 oktober 1823 tot 18 oktober 1841 | |
| - | secretaris Raad van State, van 27 december 1829 tot 29 mei 1837 | |
| - | lid Raad van State, van 29 mei 1837 tot 30 september 1837 | |
| - | minister van Financiën ad interim, van 1 juni 1837 tot 30 september 1837 | |
| - | minister van Financiën, van 30 september 1837 tot 9 januari 1840 | |
| - | lid Raad van State, van 13 januari 1840 tot 25 februari 1844 |
| - | minister van Staat, van 9 januari 1840 tot 25 februari 1844 |
nevenfuncties |
| - | lid commissie tot voorziening in het gebrek aan levensmiddelen te Kaap de Goede Hoop, vanaf 1812 | |
| - | lid gouvernementscommissie tot regeling der rekeningen en comptabliteit van de onderscheidene onderdistricten van Kaap de Goede Hoop | |
| - | lid Staatscommissie samenstelling van nieuwe wetboeken | |
| - | lid Ridderschap van Holland, vanaf 1823 |
opleiding |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Utrecht, van 1793 tot 18 juni 1794 (summa cum laude) | |
| - | wijsbegeerte Hogeschool te Utrecht, van 1793 tot 1794 |
activiteiten |
| - | Diende in maart 1827 een initiatiefwetsvoorstel in tot het in werking brengen van art. 7 van Titel IV van Boek I van het Burgerlijk Wetboek (inzake huwelijken); dit voorstel werd in april 1827 wet | |
| - | Behoorde in 1832 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op turf stemde. Het wetsvoorstel werd met 34 tegen 15 stemmen verworpen. | |
| - | Behoorde in 1834 tot de acht leden die vóór het verworpen wetsvoorstel tot vaststelling van de grondbelasting 1835 stemden. Het wetsvoorstel werd met 44 tegen 8 stemmen verworpen. | |
| - | Stemde bij de Grondwetsherziening van 1840 tegen het voorstel inzake de tweejaarlijkse begroting |
wetenswaardigheden |
| - | Trad in 1839 af als minister nadat zijn begroting met 51 tegen 1 stem (de zijne) op 23 december 1839 door de Tweede Kamer was verworpen | |
| - | Liet hierna verstek gaan wegens ziekte bij de behandeling in de Tweede Kamer van een wetsvoorstel inzake een overbruggingskrediet | |
| - | Verdedigde in 1838 tevergeefs een wetsvoorstel over aanleg van spoorwegen op kosten van de Staat. Hijzelf en J. Weerts waren de enige Tweede-Kamerleden die vóór stemden. |
| - | Zijn vader behoorde tot de Dordtse regentenklasse | |
| - | Een broer van hem was lid van het Hooggerechtshof en van de Hoge Raad |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1825 | |
| - | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1838 |
| - | jonkheer, 23 oktober 1817 |
| - | vrijheer van Blokland |
| - | lid Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen | |
| - | lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde |
publicaties/bronnen |
familie/gezin |
| - | lid Oudraad en schepen van Dordrecht | |
| - | gedeputeerde ter Staten-Generaal | |
| - | lid Gecommitteerde Raden van Holland |
| - | Schoonvader van J.L.G. Grégory, Commissaris des Konings | |
| - | Zwager van W.R. baron van Heeckeren van Brandsenburg, Tweede-Kamerlid | |
| - | Grootvader van jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland, Tweede-Kamerlid | |
| - | Overgrootvader van jhr. F. Beelaerts van Blokland, minister en vice-president Raad van State |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||