| - | |
onderwijskundige school voor buitengewoon lager onderwijs voor slechthorende kinderen te Amsterdam, van 1966 tot 1972 |
| - | |
pedagogisch-didactisch medewerker Montessori-onderwijs, Landelijke Pedagogische Centra, van 1972 tot 1980 |
| - | |
werk bij Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (onderwijsverniewing) |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 1975 tot 19 december 1977 |
| - | |
docente inleiding in de pedagogiek, "Nutsseminarium" Universiteit van Amsterdam, van 1980 tot 1981 |
| - | |
lid gemeenteraad van Amsterdam, van 1980 tot 7 september 1982 |
| - | |
voorzitter Emancipatieraad, van mei 1981 tot 4 november 1982 |
| - | |
minister zonder portefeuille, belast met ontwikkelingssamenwerking (minister voor Ontwikkelingssamenwerking), van 4 november 1982 tot 14 juli 1986 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 20 januari 1987 |
| - | |
buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te New Delhi (India), van juni 1987 tot 1 januari 1991 |
| - | |
voorzitter FIA (Foundation for Indian Artists) (bevordering en uitwisseling Indische kunst en kunstenaars tussen Nederland en India) te Amsterdam, vanaf 1991 |
| - | |
lid Emancipatiecommissie, van 1971 tot mei 1981 |
| - | |
lid bestuur Stichting onderwijsresearch |
| - | |
lid bestuur "Montessorilyceum" te Amsterdam |
| - | |
lid bestuur vereniging bijzondere scholen op algemene grondslag |
| - | |
lid innovatiecommissie basisonderwijs, van 1976 tot 1980 |
| - | |
lid Harmonisatieraad Welzijnsbeleid, van 1976 tot 1981 |
| - | |
voorzitter Stichting Cultureel Jongeren Paspoort, van april 1993 tot december 1994 |
| - | |
lid permanente commissie Ontwikkelingssamenwerking AIV (Adviesraad Internationale Vraagstukken), van 1 januari 2002 tot 1 januari 2006 |
| - | |
Besloot in december 1982 de ontwikkelingshulp aan Suriname op te schorten, nadat 15 tegenstanders van het bewind-Bouterse in de nacht van 8 op 9 december waren vermoord |
| - | |
Bracht in 1984 de Nota's Herijking Bilateraal Beleid en Ontwikkelingssamenwerking en werkgelegenheid uit. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking blijft gehandhaafd op 1,5% van het Netto Nationaal Inkomen. Armoedebestrijding en economische verzelfstandiging moeten worden gecombineerd. Verder staat verbetering van de effectiviteit van de hulpverlening centraal. Bij bilaterale hulp staan plattelandsontwikkeling en industriële ontwikkeling voorop. De Nederlandse ontwikkelingsinspanning zal zich richten op lage-inkomenslanden. Het beleid moet mede gericht zijn op verbetering van de positie van vrouwen in ontwikkelingslanden en ook ecologische aspecten verdienen aandacht. Meer dan voorheen zal gebruik worden gemaakt van de particuliere sector, het bedrijfsleven en de maatschappelijke organisaties. Ook de Nederlandse economie en werkgelegenheid moet van ontwikkelingssamenwerking gaan profiteren. |
| - | |
De ontwikkelingsgelden worden gericht op tien programmalanden en drie regio's (Zuidelijk Afrika, de Sahel-landen en Midden-Amerika). |
| - | |
Bracht tijdens haar ministerschap onder meer bezoeken aan India, Zambia, Egypte, Burkina Faso,Mali, Sri Lanka, Colombia, Peru en Bolivia |
| - | |
Bracht enkele werkbezoeken en in 1986, als voorzitter van de Intergouvernementele Groep inzake Indonesië, een officieel bezoek aan Indonesië |