| - | |
secretaris van J. Valckenaer, van juni 1810 tot mei 1811 |
| - | |
advocaat te 's-Gravenhage, van 17 mei 1811 tot 11 augustus 1811 |
| - | |
advocaat te Leiden, van 12 augustus 1811 tot januari 1828 |
| - | |
secretaris College van Curatoren Hogeschool te Leiden, van oktober 1818 tot 1819 (ontslag op eigen verzoek omdat zijn praktijk zich uitbreidde) |
| - | |
rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Leiden, van 1 februari 1828 tot 6 oktober 1838 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie (Zuid-)Holland, van 21 oktober 1828 tot 30 juni 1848 |
| - | |
voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 oktober 1836 tot 16 oktober 1837 |
| - | |
rechter Arrondissementsrechtbank te Leiden, van 1 oktober 1838 tot 25 maart 1848 |
| - | |
lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet, van 17 maart 1848 tot 11 april 1848 |
| - | |
tijdelijk minister van Binnenlandse Zaken, van 25 maart 1848 tot 13 mei 1848 |
| - | |
tijdelijk minister voor zaken der Hervormde en andere erediensten, de Rooms-Katholieke uitgezonderd, van 25 maart 1848 tot 30 juni 1848 |
| - | |
Beantwoordde in 1830 de vraag of tot scheiding van Noord en Zuid moest worden overgegaan met "ja" |
| - | |
Behoorde in 1831 tot de 20 leden die tegen een wetsvoorstel stemden over een vrijwillige en verplichte geldlening |
| - | |
Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834/1835 stemden |
| - | |
Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836/1837 stemden. Stemde wel vóór de ontwerp-Wet op de middelen. |
| - | |
Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting 1838/1839 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen. |
| - | |
Behoorde in 1839 tot de 14 leden die tegen de voorlopige begroting 1840 stemden |
| - | |
Stelde in januari 1840 met vier anderen aan de Tweede Kamer voor om de gewenste wijzigingen van de Grondwet in de vorm van een wetsvoorstel aan de koning aan te bieden |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen. |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemde, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening |
| - | |
Eén der "Negenmannen" die in 1844 een initiatiefwetsvoorstel over Grondwetsherziening indienden |
| - | |
Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. |
| - | |
In 1845 spraken hij, Corver Hooft en De Kempenaer zich in de Tweede Kamer als enigen uit voor onbeperkte handelsvrijheid |
| - | |
Stemde in 1846 tegen hoofdstuk I van de begroting |
| - | |
Stemde in 1847 tegen hoofdstuk II van de begroting |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
Steunde in 1847, als één van de weinige liberalen, het regeringsvoorstel tot afschaffing van het Recht van Placet |
| - | |
"De Q. Hortensio oratore, ciceronis aemulo" (dissertatie) |
| - | |
"Opinion de Mr. L.C. Luzac, membre des Etats-Généraux pour la Province de Hollande, émise dans la séance en Comité Général, le 28 septembre 1830, sur les deux questions, proposées aux Etats-Généraux, par le message royal du 13 septembre 1830", Leiden, 1830 |
| - | |
L.C. Luzac, "Briefwisseling met E. Luzac (1838-1842)", in: Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap, 1947; |
| - | |
J.J. Kalma (uitg.), "Briefwisseling J.H. Halbertsma - L.C. Luzac 1843-1847", Leeuwarden, 1968 [Overdruk uit "De Vrije Fries", 1968, 48e dl.] |
| - | |
G.W. Vreede, "Levensberigt van L.C. Luzac", in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1862, 157 |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 627 |
| - | |
G.W.F. van Es, "Lodewijk Caspar Luzac, 1828-1840" (niet gepubliceerde doctoraalscriptie geschiedenis, Utrecht 1985) |
| - | |
W.P. Secker, "Parlementaire oppositie vóór 1848. De volhardingspolitiek van Lodewijk Caspar Luzac, opposant malgré lui", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 1999, 73-87 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1952 |