| - | |
tweede luitenant der artillerie, ingedeeld bij het Nederlandsch-Indische leger, 1862 |
| - | |
tweede luitenant bij het tweede regiment vestingartillerie, van 1862 tot 1867 |
| - | |
tweede luitenant, tweede regiment vestingartillerie, gedetacheerd bij inspectie draagbare wapens, van 1867 tot 1868 |
| - | |
tweede luitenant bij het eerste regiment vestingartillerie, van 1868 tot maart 1872 |
| - | |
docent KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1 september 1870 tot maart 1872 |
| - | |
eerste luitenant bij het eerste regiment vestingartillerie, van 27 maart 1872 tot 1876 |
| - | |
eerste luitenant bij het tweede regiment veldartillerie, vanaf 1876 |
| - | |
gedetacheerd als ambtenaar, ministerie van Oorlog, vanaf 1879 |
| - | |
docent oorlogspolitiek en oorlogsgebruiken Hogere Krijgsschool te 's-Gravenhage, tot 1885 |
| - | |
hoofd vierde afdeling (artillerie), ministerie van Oorlog, van 1895 tot 1901 |
| - | |
commandant tweede artillerie-commandement te Amsterdam, van 1901 tot 1 mei 1904 |
| - | |
commandant Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak en bevelhebber derde militaire afdeling (Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) te Breda, van 1 april 1904 tot 1905 |
| - | |
commandant Stelling van Amsterdam en bevelhebber eerste militaire afdeling, van 1905 tot 8 april 1907 |
| - | |
minister van Oorlog, van 8 april 1907 tot 12 februari 1908 |
| - | |
tweede luitenant der artillerie, van 1862 tot 27 maart 1872 |
| - | |
eerste luitenant der artillerie, van 27 maart 1872 tot 2 juni 1879 |
| - | |
kapitein der artillerie, van 2 juni 1879 tot 7 april 1893 |
| - | |
majoor der artillerie, van 7 april 1893 tot 15 januari 1898 |
| - | |
luitenant-kolonel der artillerie, van 15 januari 1898 tot 9 november 1900 |
| - | |
kolonel der artillerie, van 9 november 1900 tot 1 mei 1904 |
| - | |
generaal-majoor, vanaf 1 mei 1904 |
| - | |
Bracht in 1907 gelijk met zijn begroting een nota over de landsverdediging uit, waarin als uitgangspunt werd genomen dat de Stelling van Amsterdam de hoofdverdedigingslinie was en de Nieuwe Hollandse Waterlinie alleen een sperlinie, waarin minder geïnvesteerd behoefde te worden |
| - | |
In oktober 1907 verwierp de Tweede Kamer met 47 tegen 38 stemmen het door hem verdedigde wetsvoorstel inzake de instelling van een fonds voor de voltooiing van de Stelling van Amsterdam |
| - | |
Kreeg in november 1907 veel kritiek op een door hem in juli van dat jaar uitgezonden bekendmaking dat 30.000 dienstplichtigen per 1 december naar huis zouden worden gestuurd, vanwege inkrimping van het blijvend gedeelte. Het parlement had daarmee nog niet ingestemd. |
| - | |
De Tweede Kamer verwierp op 21 december 1907 (een jaar na de 'Nacht van Staal') met 53 tegen 38 stemmen zijn begroting met name vanwege zijn plannen voor vermindering van het 'blijvend gedeelte', waarna het kabinet aftrad |