| - | |
advocaat te 's-Gravenhage, van 1824 tot 1825 |
| - | |
commies afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 oktober 1825 tot 1831 |
| - | |
hoofd afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (rang: referendaris), ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1831 tot 1838 |
| - | |
griffier der Staatssecretarie, van april 1838 tot 1 januari 1841 (benoemd bij K.B. van 29 maart 1838) |
| - | |
secretaris van de raad der ministers voor uitvoering van tractaat met België en de in de Grondwet te maken wijzigingen, 1839 |
| - | |
directeur Kabinet des Konings, van 1 januari 1841 tot 20 januari 1854 (benoemd door koning Willem II) |
| - | |
secretaris ministerraad, van januari 1841 tot 20 januari 1854 |
| - | |
lid Raad van State in buitengewone dienst, vanaf december 1846 |
| - | |
minister voor de Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 20 januari 1854 tot 19 januari 1857 |
| - | |
waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, van 11 december 1856 tot 19 januari 1857 (in verband met ziekte van minister Simons) |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 19 januari 1857 tot 18 maart 1858 |
| - | |
secretaris Staatscommissie ter regeling Hoger Onderwijs, 1828 |
| - | |
lid en secretaris Commissie voor de beurzen-stichtingen ten behoeve van het onderwijs, vanaf maart 1832 |
| - | |
secretaris Staatscommissie voor Hoger Onderwijs, vanaf 19 juni 1836 |
| - | |
secretaris Grondwetscommissie, 1847 |
| - | |
lid en president College van Curatoren Hogeschool te Utrecht, van 2 januari 1859 tot 1 april 1869 |
| - | |
president commissie van beheer over nalatenschap koning Willem II |
| - | |
Bracht in 1857 de Wet op het Lager-Onderwijs (Schoolwet-Van Rappard) tot stand. Het lager onderwijs werd neutraal, maar moest wel (net als in de wet van 1806 stond) opvoeden tot christelijke en maatschappelijke deugden. Alleen openbare scholen (en de leermiddelen op die scholen) werden door de overheid gefinancierd. Er kwam een vakkenpakket voor het lager onderwijs: lezen, schrijven, rekenen, vormleer, Nederlandse taal, aardrijkskunde, geschiedenis, kennis der natuur en zingen. De wet regelde tevens het meer uitgebreid lager onderwijs (m.u.l.o.). De eisen aan het geven van onderwijs werden verscherpt. |
| - | |
Bracht in 1857 een groot aantal wetten tot vereniging van gemeenten (met name in Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en Utrecht) tot stand |
| - | |
Bracht in 1857 wetten tot afschaffing van de invoerrechten op vreemde vis, inzake de zeevisserij en op de jacht en visserij tot stand |
| - | |
J. de Bosch Kemper, "Levensbericht van A.G.A. ridder van Rappard", in: Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1870) |
| - | |
J. de Bosch kemper, "Anthonie Gerard Alexander ridder van Rappard, de ontwerper en verdediger van de schoolwet van 1857, uit zijn dagboek en nagelatene aanteekeningen geschetst" (1870) |
| - | |
B.J.L. de Geer, in Utr. Studenten Almanak 1870, 131 |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 1114 |