| - | |
Bracht in 1880 samen met minister Klerck een wet tot stand waardoor dieren die nuttig zijn voor de land- en bosbouw werden beschermd. Het betrof met name een groot aantal zangvogels, kraai-achtigen zoals kauw en roek, egels en veldspitsmuizen. Het vangen, doden en verhandelen hiervan werd verboden, evenals het vernietigen of leeghalen van nesten van beschermde vogels. |
| - | |
Bracht in 1880 een wet inzake bepalingen over fabrieks- en handelsmerken tot stand. Door deze wet was het mogelijk om dergelijke namen te deponeren bij een kantongerecht en daarmee te beschermen tegen gebruik door derden. |
| - | |
Bracht in 1881 de wet tot vaststelling van het Wetboek van Strafrecht (Stb. 35) tot stand. Het nieuwe Wetboek verving de verouderde Codel Penal. Het wetboek bestond uit boek I: algemene bepalingen, boek II: misdrijven en boek III: overtredingen. Uitgangspunt is dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling. Veel meer dan in de Code Penal werd zedelijke verbetering van gestraften als doel gezien. Er kwam onderscheid tussen 'poging tot' en de daadwerkelijke daad en tussen dader en medeplichtige. Er werd rekening gehouden met verminderde toerekenbaarheid. De tuchthuisstraf verdween. In het Wetboek werden bepaling opgenomen over de strafbaarstelling van dierenmishandeling. Het wetsvoorstel hierover werd op 9 november 1880 door de Tweede Kamer met 58 tegen 10 stemmen aangenomen, en op 2 maart 1881 met algemene stemmen door de Eerste Kamer. |
| - | |
Bracht in 1881 de Drankwet tot stand, die drankmisbruik moest tegengaan. Er kwamen regels voor de kleinhandel in sterke drank. |
| - | |
Bracht in 1881 de Auteurswet tot stand ter vervanging van een een wet uit 1817. Het auteursrecht van vervaardigers van geschriften, plaat-, kaart-, muziek- en toneelwerken werd vastgelegd, evenals dat van uitvoerders van dramatisch-muzikale en toneelwerken. Het auteursrecht was 50 jaar geldig en liep tot 30 jaar na de dood van de auteur door. |