| - | |
commies-redacteur ter secretarie gemeente Rotterdam, van 1896 tot 1897 |
| - | |
ambtenaar ministerie van Financiën, van 1897 tot 1899 |
| - | |
commies administratie der generale thesaurie, ministerie van Financiën, van 1899 tot januari 1901 |
| - | |
inspecteur in algemene dienst, ministerie van Financiën, van 17 januari 1901 tot juli 1905 |
| - | |
hoofd afdeling Algemene zaken en comptabiliteit (rang: referendaris), ministerie van Binnenlandse Zaken, van 16 juli 1905 tot 1 april 1908 |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 april 1908 tot 1 januari 1931 (onbezoldigd voortgezet tijdens ministerschap) |
| - | |
secretaris-generaal in algemene dienst, van 1919 tot 1 januari 1931 (onbezoldigd voortgezet tijdens ministerschap) |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw, van 8 maart 1926 tot 10 augustus 1929 |
| - | |
waarnemend minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 19 november 1927 tot 10 februari 1928 (in verband met ziekte van Waszink) |
| - | |
lid Raad van State, van 10 februari 1931 tot 8 mei 1947 (benoeming bij K.B. van 19 december 1930, nr. 2) |
| - | |
secretaris Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-De Beaufort), van 2 mei 1910 tot 1912 |
| - | |
commissaris Pensioenfonds voor gemeente-ambtenaren, vanaf 1 oktober 1913 (nog in 1919) |
| - | |
secretaris Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Ruys de Beerenbrouck), van 20 december 1918 tot 27 december 1920 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake het luchtverkeer, vanaf 26 november 1919 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën, omstreeks 1931 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 tot 1938 |
| - | |
voorzitter Commissie medische studies, vanaf januari 1932 |
| - | |
voorzitter commissie inzake eventuele uitbreiding luchtmacht, omstreeks 1933 |
| - | |
voorzitter interdepartementale commissie Staatsnoodrecht, 1937 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandsche Spoorwegen, vanaf 1938 |
| - | |
adviseur voor algemene zaken van de regeringscommissaris voor de wederopbouw, vanaf september 1940 |
| - | |
secretaris ministerraad, van maart 1926 tot augustus 1929 |
| - | |
lid afdeling Algemene Zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Financiën (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Economische zaken (en arbeid) (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Handel, Nijverheid en Scheepvaart (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Justitie (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Onderwijs, kunsten en wetenschappen (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Landbouw, Visserij (en voedselvoorziening) (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Sociale Zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State) |
| - | |
Bracht in 1927 een wet tot stand waarbij de gemeenten Zijpe en Petten werden verenigd |
| - | |
Bracht in 1927 een herziening van de Provinciale Wet tot stand. Deze wijziging betreft onder meer de benoembaarheid van vrouwen tot griffier, de mogelijkheid van het totstandbrengen van provinciale bedrijven en invoering van politiedwang bij de uitvoering van provinciale verordeningen. |
| - | |
Bracht in 1927 een Wet tot uitbreiding van Haarlem tot stand, waarbij onder meer de gemeente Schoten werd opgeheven |
| - | |
Bracht in 1928 een wijziging van de Kieswet tot stand. Hierdoor wordt het ook bij de Statenverkiezingen mogelijk de stem uit te brengen buiten de woonplaats (mits binnen de eigen woonprovincie). Verder kunnen kiezers die vanwege beroep of werkzaamheden op de dag van de stemming afwezig zijn vóór 1 januari van het verkiezingsjaar een volmacht afgeven. |
| - | |
Bracht in 1929 samen met minister De Geer de Financiële-Verhoudingswet tot stand, waarbij onder meer het Gemeentefonds wordt ingesteld. De gemeentelijke inkomstenbelasting werd vervangen door een Gemeentefondsbelasting waaruit het Gemeentefonds werd gevoed. Daarnaast werden er 50 opcenten op de vermogensbelasting geheven. De gelden uit het Gemeentefonds werden verdeeld op basis van vijfjaarlijks vast te stellen uitgaven voor onderwijs, politie en armenzorg en het gemiddelde inkomen per inwoner in een gemeente. |