| - | |
ambtenaar buitenlandse dienst te Boedapest, van 1952 tot 1953 |
| - | |
tweede gezantschapssecretaris, directie westelijke samenwerking, ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1953 tot september 1956 |
| - | |
tweede ambassadesecretaris te Oslo, van september 1956 tot 1959 |
| - | |
eerste ambassadesecretaris Gecombineerde Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de NAVO en de OESO te Parijs, van 1959 tot 1963 |
| - | |
ambassaderaad te Rio de Janeiro, van 1966 tot 1970 (tevens hoofd consulaire afdeling) |
| - | |
gevolmachtigd minister Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties te New York, van 1970 tot 1974 |
| - | |
permanent vertegenwoordiger bij het bureau der Verenigde Naties en bij andere internationale organisaties te Genève, van 1975 tot oktober 1977 |
| - | |
directeur-generaal Europese Samenwerking, ministerie van Buitenlandse Zaken, van oktober 1977 tot 19 december 1977 |
| - | |
minister van Buitenlandse Zaken, van 19 december 1977 tot 11 september 1981 |
| - | |
ambassadeur te Brussel, van 1981 tot 1986 |
| - | |
ambassadeur te Lissabon, van 1986 tot augustus 1989 |
| - | |
ambteloos (pensioen), vanaf 1989 |
| - | |
Was in 1978 verantwoordelijk voor het besluit om Urenco een exportvergunning te verlenen voor levering van verrijkt uranium aan Brazilië. Dit besluit was omstreden, omdat Brazilië niet het non-proliferatieverdrag had ondertekend. |
| - | |
Kreeg in 1978 te maken met het Amerikaanse voornemen om een Neutronenbom te ontwikkelen. Anders dan minister Kruisinga wilde hij daar niet op voorhand bezwaar tegen maken. Onder druk van de Tweede Kamer gebeurde dit later alsnog. |
| - | |
Wees in 1978 een boycot door Nederland van het Wereldkampioenschap voetbal in Argentinië af, maar beloofde wel officiële contacten met het regime tijdens het kampioenschap zoveel mogelijk te zullen beperken. |
| - | |
Was samen met minister Andriessen in 1978 nauw betrokken bij de besprekingen in de Europese Gemeenschap over instelling van een Europees Monetair Stelsel |
| - | |
Bezocht in oktober/november 1978 Japan, Zuid-Korea en Thailand ter verbetering van de handelsrelaties met die landen. |
| - | |
Bracht in januari 1979 een bezoek aan de Volksrepubliek China om de economische banden met dat land te versterken |
| - | |
Bracht in februari 1979 een officieel bezoek aan Israël. Werd ontvangen in de Knesset. |
| - | |
Bracht in mei 1979 samen met minister-president Van Agt een bezoek aan Griekenland |
| - | |
Was in 1979 verantwoordelijk voor Nederlandse deelname aan een VN-vredesoperatie in Zuid-Libanon. De VN-macht (Unifil) kreeg tot taak vrede en veiligheid in het grensgebied tussen Libanon en Israël te bewaken. |
| - | |
Verdedigde in december 1979 samen met minister-president Van Agt en minister Scholten met succes het Nederlandse standpunt over productie en plaatsing van kruisraketten in Nederland. Nederland stemde in met het in productie nemen, maar zou plaatsing laten afhangen van stappen van Sovjetzijde om te komen tot vermindering van het aantal middellange-afstandsraketten. |
| - | |
Bezocht in februari 1980 Irak om de economische, technologische en culturele banden met dat land te versterken |
| - | |
Verdedigde in 1980 samen met staatssecretaris Wallis de Vries het regeringsstandpunt dat Nederlandse sporters dienden af te zien van deelname aan de Olympische Spelen in Moskou. Reden voor dat advies was de Sovjet-inval in Afghanistan. |
| - | |
Verdedigde in 1980 samen met minister De Koning de levering van Nederlandse korvetten aan Indonesië. Levering was omstreden vanwege de bezetting van Oost-Timor door dat land en vanwege de mensenrechtensituatie in West-Irian. |
| - | |
Bracht in april 1980 samen met minister-president Van Agt een officieel bezoek aan Indonesië |
| - | |
Besloot in 1980 - mede onder druk van Arabische landen - de Nederlandse ambassade in Israël te verplaatsen van Jeruzalem naar Tel Aviv |
| - | |
Bracht in oktober 1980 samen met minister-president Van Agt een officieel bezoek aan de Volksrepubliek China om over internationale politieke vraagstukken en over verbetering van de economische betrekkingen te spreken |
| - | |
Weigerde in 1980 - hoewel een ruime Kamermeerderheid daar voor was - zich uit te spreken tegen deelname van het Nederlands voetbalelftal aan het zogenaamde mini-wereldkampioenschap in Uruguay. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap bekleedde Nederland in de eerste helft van 1981 het voorzitterschap van de EU. Bracht in die hoedanigheid in januari 1981 een bezoek aan Koeweit om over een vredesregeling in het Midden-Oosten te spreken. Bracht in april 1981 een bezoek aan Egypte. |
| - | |
Verdedigde in 1981 samen met minister Van Aardenne de levering door RSV van onderzeeboten aan Taiwan. Dit ondanks de verslechterde relatie met de Volksrepubliek China, die dat tot gevolg had. |
| - | |
Bracht in april 1981 in het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap samen met minister-president Van Agt een bezoek aan de Verenigde Staten, onder meer om over een Europees initiatief over het Midden-Oosten te spreken |
| - | |
Een belangrijk vraagstuk dat tijdens zijn ministerschap speelde, was de verhouding tot het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind. In 1980 was er discussie over de mogelijke deelname van Zuid-Afrikaanse sporters aan de Paralympics in Arnhem en over een mogelijke eenzijdige olieboycot door Nederland. Verdedigde het kabinetsstandpunt dat er dialoog met Zuid-Afrika moest blijven en dat eenzijdige Nederlandse stappen afwees. |
| - | |
Werd minister nadat twee andere kandidaten, jhr. J.A. de Ranitz en J.G.N. de Hoop Scheffer, hadden bedankt en H.J. de Koster en E.H. Toxopeus eerder al te kennen hadden gegeven niet beschikbaar te zijn. |
| - | |
Maakte in het parlement vaak een weifelende indruk, maar wist ondanks felle oppositie (Van der Stoel, Ter Beek, Van den Bergh, Brinkhorst, Waltmans, Van der Spek en voor wat het Zuid-Afrikabeleid betrof J.N. Scholten) wel steeds voldoende steun voor zijn beleid te verwerven |
| - | |
Hij had als minister een bijzonder slechte pers. J.L. Heldring schreef over hem en zijn staatssecretaris D.F. van der Mei als over "Jut en Jul in de wereldpolitiek" |
| - | |
Leiden |
| - | |
Boedapest, van 1952 tot 1953 |
| - | |
's-Gravenhage, Schiefbaanstraat 14 |
| - | |
Oslo, van 1956 tot 1959 |
| - | |
Rio de Janeiro, van 1966 tot 1970 |
| - | |
New York, van 1970 tot 1974 |
| - | |
Genève, van 1975 tot 1978 |
| - | |
's-Gravenhage, vanaf 1978 |
| - | |
Lissabon, Rua do Sacramento à Lapa 40, van 1986 tot 1989 |
| - | |
's-Gravenhage, vanaf 1989 |
| - | |
Frenk van der Linden, "'Ik word nooit een briljant minister'", De Tijd, 14 december 1979 |
| - | |
D. Bosscher, "Een onwennig minister", in: D. Hellema e.a. (red.), "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw" (1999) |
| - | |
J.M. Bik, "Diplomaat-minister huiverig voor hardheid. C.A. van der Klaauw (1924-2005)", NRC Handelsblad, 18 maart 2005 |
| - | |
W.F. van Eekelen, "In memoriam dr. Ch.A. van der Klaauw (1924-2005), in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005, 152 |