| - | |
medewerker Rijkspostspaarbank |
| - | |
hoofd economische en statistische zaken, Staatsbedrijf der PTT (en uit dien hoofde persoonlijk adviseur van de directeur-generaal der PTT) |
| - | |
lector staathuishoudkunde, Universiteit van Amsterdam, van 1 september 1967 tot 1 april 1974 |
| - | |
lid gemeenteraad van Amsterdam, van 16 augustus 1967 tot februari 1972 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 7 juli 1970 tot 2 juli 1974 |
| - | |
hoogleraar staatshuishoudkunde, Universiteit van Amsterdam, van 1 april 1974 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1977 tot 19 december 1977 |
| - | |
minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 19 december 1977 tot 11 september 1981 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 25 augustus 1981 tot 16 juni 1982 |
| - | |
vicepresident EIB (Europese Investeringsbank) te Luxemburg, van 1982 tot juni 1988 |
| - | |
plaatsvervangend kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1976 tot december 1977 |
| - | |
lid studiecommissie coördinatie wetenschappelijk onderwijs/hoger economisch en administratief onderwijs (voor 1977) |
| - | |
lid hoofdbestuur Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren |
| - | |
lid commissie demografie van de joden |
| - | |
columnist dagblad "De Telegraaf" |
| - | |
voorzitter Nederlandse Vegetariërs Bond |
| - | |
lid Raad van Commissarissen SEP (Samenwerkende Elektriciteits-Produktiebedrijven) te Arnhem, vanaf 1989 |
| - | |
voorzitter Stichting Nederlands Literair Produktie- en Vertalingsfonds, vanaf 1 januari 1991 |
| - | |
voorzitter Berlage Instituut (postacademiaal architectuur researchinstituut) |
| - | |
voorzitter Stichting Frankfurter Buchmesse 93 (organisator van een aantal grote Nederlandstalige literaire manifestaties in het buitenland) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Tennet |
| - | |
Bracht in 1978 de Nota Hoger onderwijs voor velen uit, waarin het plan wordt gelanceerd voor invoering van een tweefasenstructuur in het wetenschappelijk onderwijs. Vanwege de toestroom van een toenemend aantal studenten, de beperktheid van financiële middelen en de stagnerende herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs worden nieuwe voorstellen gedaan om de bestaande impasse bij de vernieuwing van het wetenschappelijk onderwijs te doorbreken. Doel is een opzet van het wetenschappelijk onderwijs waarmee zowel tegemoet wordt gekomen aan de maatschappelijke behoefte aan afgestudeerden als aan hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek. Tevens moet daarbij tegemoet worden gekomen aan de gedifferentieerde behoeften en capaciteiten van de individuele student. |
| - | |
Bracht in 1979 samen met staatssecretaris Kraaijeveld-Wouters de nota 'Schets van een beleid voor emancipatie in onderwijs en wetenschappelijk onderzoek" uit, waarin maatregelen werden aangekondigd voor verwezenlijking van gelijke kansen voor vrouwen en mannen in het onderwijs. |
| - | |
Bracht in 1979 een notitie open universiteiten in Nederland uit, die in 1981 resulteerde in de wet Stichting Opbouw Open Universiteit |
| - | |
Hief in 1980 het onderscheid tussen lector en hoogleraar op |
| - | |
Diende in 1981 een ontwerp-Wet medezeggenschap onderwijs in. Deze wet bevat basisbepalingen voor medezeggenschap in het kleuter-, lager en voortgezet onderwijs. Het wetsvoorstel lag bij zijn aftreden bij de Eerste Kamer en werd in december 1981 wet. |
| - | |
Diende in 1981 een ontwerp-Wet op het hoger beroepsonderwijs in, waardoor onder meer aan dit type onderwijs een versterkte status zou worden gegeven. |
| - | |
Zette zich als minister in voor het beperken van dierproeven in het onderwijs tot de strikt noodzakelijke |
| - | |
Bracht in 1979 samen met staatssecretaris Hermes een wijziging (Stb. 253) van de LO-wet en de WVO tot stand over voorzieningen met betrekking tot het onderwijs in de Friese taal. |
| - | |
Bracht in 1980 een wijziging (Stb. 440) van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs tot stand, waarbij de vrijstelling van een bepaald aantal jaren van de betaling van collegegeld werd afgeschaft. |
| - | |
Bracht in 1981 de Wet twee-fasenstructuur wetenschappelijk onderwijs (Stb. 137) tot stand. Deze wijzigt de nog niet ingevoerde Wet herstructurering wetenschappelijk onderwijs. Net als in de Wet Herstructurering wordt het reguliere studieprogramma in het wetenschappelijk onderwijs vier jaar en wordt de inschrijvingsduur van de student begrenst (echter slechts tot zes jaar). Een tweede, postdoctorale fase is slechts selectief toegankelijk en biedt de mogelijkheid om als a.i.o. (assistent-in-opleiding) wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Er komen meer mogelijkheden om in de doctorale fase te variëren in studieprogramma, zodat studie beter aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt. De mogelijkheden voor post-academisch onderwijs worden uitgebreid. |
| - | |
Bracht in 1981 wetten (Stb. 342) tot stand inzake de afschaffing van de promesse-regeling, alsmede verhoging van het collegegeld in het wetenschappelijk onderwijs (Stb. 335), tot invoering van collegegeld in het hoger-beroepsonderwijs (Stb. 341) en tot verhoging van het schoolgeld en van schoolgeldvrije voet in het voortgezet onderwijs. |
| - | |
Bracht in 1981 samen met staatssecretaris Van der Mei de Wet Goedkeuring van het Verdrag met België inzake de oprichting van de Nederlandse Taalunie (Stb. 453) tot stand. |
| - | |
Bracht in 1981 samen met staatssecretaris Hermes de Wet op het basisonderwijs (Stb. 468) tot stand, waardoor kleuter- en lager onderwijs worden samengevoegd. De duur van het basisonderwijs wordt acht jaar (van (ongeveer) het vierde tot en met het twaalfde jaar). De nieuwe wet moet meer mogelijkheden bieden voor individualisering van het onderwijs en voor verbreding van de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen. Het eigendom van bijzondere scholen gaat over van de gemeenten naar de schoolbesturen. Het wetsvoorstel was in 1977 ingediend door minister Van Kemenade. |