![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat-dispacheur, advocatenkantoor Nolst Trenité, Beerman, Bergsma en Baanders te Rotterdam, van 1925 tot november 1959 | |
| - | voorzitter Stichting Havenbelangen te Rotterdam, van 1945 tot 1959 | |
| - | lid gemeenteraad van Rotterdam, van 2 september 1946 tot 19 mei 1959 | |
| - | minister van Justitie, van 19 mei 1959 tot 24 juli 1963 |
partijpolitieke functies |
| - | voorzitter CHU-studiecommissie over het districtenstelsel, tot 26 november 1967 |
nevenfuncties |
| - | lid bestuur Nederlandse Vereniging voor Internationaal Recht | |
| - | voorzitter AMVJ (Algemene Maatschappij voor Jongeren), afdeling Rotterdam | |
| - | president Raad van Commissarissen N.V. Stoomvaartmaatschappij Wijklijn | |
| - | president Raad van Commissarissen N.V. Montaan Transportmaatschappij | |
| - | president Raad van Commissarissen N.V. Handelmaatschappij L.I. Akker | |
| - | lid Raad van Commissarissen N.V. Maatschappij Zeevaart | |
| - | lid Raad van Bestuur N.V. Petrogas |
opleiding |
| - | gymnasium te Amsterdam, van 1913 tot 1919 |
| - | rechten Rijksuniversiteit Leiden, van 24 september 1919 tot 19 mei 1925 |
activiteiten |
| - | Kreeg als minister te maken met de toestroom van spijtoptanten uit Indonesië. Dit waren Nederlanders die voor het Indonesische staatsburgerschap hadden gekozen (geopteerd), maar daar later spijt van hadden gekregen en terug wilden naar Nederland. Kwam na een motie-Van Doorn waarin om verruiming van de toelating werd gevraagd, in 1963 in conflict met de Tweede Kamer. | |
| - | Diende in 1963 de ontwerp-Vreemdelingenwet in. Dit voorstel werd in 1965 door zijn opvolger Scholten in het Staatsblad gebracht. | |
| - | Diende in 1963 een wettelijke regeling voor vakantie met behoud van loon in. Het voorstel werd in 1966 door minister Samkalden in het Staatsblad gebracht. |
| - | Bracht in 1960 een wet tot vaststelling van boek 2 (erfrecht) van het nieuwe Burgerlijke Wetboek in het Staatsblad | |
| - | Bracht in 1961 de Wet op de dierenbescherming (Stb. 19) tot stand, die bepalingen wijzigt in het Wetboek van Strafrecht over dierenmishandeling. Er komen regels voor dierententoonstellingen en over de handel in en het africhten van honden en katten. Het wetsvoorstel was in 1955 ingediend door minister Donker. | |
| - | Bracht in 1961 de Beginselenwet Kinderbescherming (Stb. 403) tot stand. Deze wet bevat een herziening van het kinderstrafrecht en het kinderstrafprocesrecht, waardoor kinderen onder de 12 jaar niet meer worden vervolgd en kinderen tussen de 12 en 16 jaar onder het kinderstrafrecht komen te vallen; tussen 16 en 18 jaar wordt toepassing van het kinderstafrecht regel, in uitzonderingsgevallen kan ook tussen 18 en 21 jaar kinderstrafrecht worden toegepast. De zwaarste straf, plaatsing in een tuchtschool, wordt maximaal zes in plaats van twaalf maanden. | |
| - | Bracht in 1961 een wijziging (Stb. 312) van de Loterijwet tot stand, waardoor in afwachting van een definitieve regeling die in 1964 tot stand moet komen, het uitkeren van geldprijzen voor bijv. de voetbaltoto mogelijk wordt. Een eerder voorstel werd in 1960 door de Eerste Kamer verworpen. | |
| - | Bracht in 1962 met minister Toxopeus de Wet beroep administratieve beschikkingen (Stb. 268) en een herziening van de Wet op de Raad van State tot stand. Hierdoor wordt beroep mogelijk tegen besluiten van de centrale overheid. As beroepsorgaan wordt de Kroon aangewezen, die daartoe de afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State hoort. Vanwege te verwachten toename van de werkzaamheden van de Raad van State wordt haar ledental uitgebreid en kunnen ook staatsraden in buitengewone dienst deelnemen aan werkzaamheden van de afdeling geschillen van bestuur. | |
| - | Bracht in 1963 de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Stb. 228) tot stand: zonder W.A.-verzekering mag iemand niet deelnemen aan het verkeer met een motorvoertuig. Er wordt een Waarborgfonds ingesteld voor het geval er niemand kan worden gevonden, waarop de schade kan worden verhaald. | |
| - | Bracht in 1963 een wet (Stb. 272) tot herziening van het cassatierecht tot stand. Belangrijkste doel hiervan is uitbreiding van de mogelijkheid tot cassatie. Cassatie wordt mogelijk wegens 'schending van het recht' in plaats van wegens 'schending van de wet'. Ook de mogelijkheden voor cassatie in burgerlijke zaken worden uitgebreid. Het wetsvoorstel was in 1951 ingediend door minister Struijcken. | |
| - | Bracht in 1963 samen met minister Visser wetten (Stbb. 294, 295 en 296) tot algehele herziening van het Militair strafprocesrecht en Militair tuchtrecht tot stand. Deze wetten vervangen de uit 1814 daterende (en sedertdien gewijzigde) regelgeving. De wetten worden aangepast aan de nieuwe structuur van het Koninkrijk en aan de gewijzigde organisatie van de krijgsmacht, moderniseringen van het strafprocesrecht worden doorgevoerd en onder meer het recht van hoger beroep wordt uitgebreid. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend door de ministers Samkalden en Staf. |
wetenswaardigheden |
| - | Was in april 1959 tijdens de eerste formatiepoging van De Quay beoogd minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid | |
| - | Stond, volgens een mededeling in het Advocatenblad, nog tot 16 oktober ingeschreven als procureur en tot 17 november 1959 (één dag voor de behandeling van de Justitie-begroting) als advocaat. Nadat PvdA-Kamerlid Kranenburg hierover opmerkingen maakte, vroeg hij hierover terstond woord, waarin hij verklaarde dat hij gehandeld had op een wijze zoals in het buitenland gebruikelijk was. | |
| - | Bij de behandeling van zijn begroting in de Eerste Kamer in februari 1963 werd behalve door de fracties van PvdA en CPN ook door de CHU-fractie ernstige kritiek geuit op uitlatingen die wezen op mogelijke gratiëring van de vier in Breda gevangen Duitse oorlogsmisdadigers |
| - | Was in Rotterdam actief bij de vrijwillige brandweer | |
| - | Na de oorlog trad hij als advocaat op als verdediger van ir. F.E. Müller die als NSB'er van 1941 tot 1945 burgemeester van Rotterdam was geweest | |
| - | Zijn echtgenote was kinderarts | |
| - | Zijn vader tabakshandelaar te Amsterdam | |
| - | Twee dochters en een zoon werden jurist, een tweede zoon werd scheepsbouwkundig ingenieur |
| - | Was in 1963 CHU-kandidaat bij de Eerste-Kamerverkiezingen |
| - | Amsterdam, tot 1920 | |
| - | Rotterdam, vanaf 1920 | |
| - | Rotterdam, Westerkade 25, omstreeks 1955 |
| - | Officier in de Orde van Oranje-Nassau | |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 juli 1963 |
publicaties/bronnen |
| - | Wie is dat? 1956 | |
| - | W.E. Boeles, "In memoriam Mr. A.C.W. Beerman", Advocatenblad 47 (1967) | |
| - | W.F. Lichtenauer, "Ter nagedachtenis. Mr. A.C.W. Beerman, 29 november 1901 - 26 november 1967", Rotterdams Jaarboekje 1968 | |
| - | Winkler Prins Jaarboek 1968 | |
| - | E.H. Hemmer, scriptie staatkundig-historische studiën, RU Leiden (1986) |
familie/gezin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||