| - | |
tijdelijk adjunct-commies Generale Thesaurie, ministerie van Financiën, van 1 november 1918 tot 31 maart 1919 (op aanbeveling van Prof. Suyling) |
| - | |
commies Generale Thesaurie, ministerie van Financiën, vanaf 1 april 1919 |
| - | |
referendaris ministerie van Financiën, tot 1923 |
| - | |
waarnemend Thesaurier-Generaal, van 1923 tot december 1923 |
| - | |
secretaris directie N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken te Eindhoven, van januari 1924 tot 1925 |
| - | |
directeur kantoor Amsterdam der Javasche Bank te Amsterdam, van 1925 tot 1927 (uitgenodigd door de president Mr. L.J.A. Trip) |
| - | |
directeur Rotterdamsche Bankvereniging, van 1 april 1927 tot 1 april 1935 |
| - | |
vicepresident Bank voor Internationale Betalingen te Bazel, van 1 mei 1935 tot 1 mei 1937 |
| - | |
president Bank voor Internationale Betalingen te Bazel, van 1 mei 1937 tot januari 1940 |
| - | |
financieel directeur Lever Brothers en Unilever, van januari 1940 tot 1946 |
| - | |
financieel adviseur Nederlandse regering, van 1940 tot 1952 (verbleef in Londen van 1940 tot 1945; zette met behulp van daar aanwezige financiële deskundigen een ministerie van Financiën op) |
| - | |
executive director IMF (Internationaal Monetair Fonds) te Washington, van 1946 tot 1952 |
| - | |
minister van Buitenlandse Zaken, van 2 september 1952 tot 13 oktober 1956 |
| - | |
regeringscommissaris voor Duitse aangelegenheden, van 1957 tot 1 januari 1958 |
| - | |
buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur te Parijs, van 1 januari 1958 tot juli 1963 |
| - | |
ambteloos |
| - | |
lid Staatscommissie centralisatie middenstands- en kredietwezen (Staatscommissie-Van Doorninck), vanaf juli 1927 |
| - | |
regeringsgedelegeerde conferentie Genève, 1932 |
| - | |
regeringscommissaris Nederlandse Maatschappij tot ontginning van steenkolenvelden (Nemos), van 1932 tot 1937 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken te Eindhoven, vanaf 1934 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Müller |
| - | |
lid Raad van Commissarissen handelsvereniging Amsterdam, omstreeks 1935 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rotterdamse Droogdok Maatschappij |
| - | |
president Raad van Commissarissen verenigde glasfabrieken, omstreeks 1935 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen levensverzekeringsbedrijf NILLMIJ, omstreeks 1935 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Hollandse Beon |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Westland-Hypotheekbank |
| - | |
lid Raad van Commissarissen KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen KNILM (Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen algemeen administratie- en trustkantoor |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Rotterdamse Trustmaatschappij |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Nederlands syndicaat voor China |
| - | |
afgevaardigde naar de conferentie van Bretton Woods, 1944 |
| - | |
lid hoofdbestuur Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel |
| - | |
lid voorbereidingscommissie oprichting Verenigde Naties te Londen, november 1945 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Rotterdamse Bank, vanaf mei 1963 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Wm. H. Müller & Co., vanaf juni 1963 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Nederlandse maatschappij van het Belgische Petrofina-concern |
| - | |
adviseur Belgische Petrofina-concern, vanaf 1963 |
| - | |
voorzitter raad van advies maandblad "Common market" te 's-Gravenhage, vanaf 1963 |
| - | |
president Association pour l'etude des problemes de l'Europe te Parijs, van 1963 tot 1967 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Hollandse Beton Maatschappij, vanaf 1964 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Hollandse Aannemingsmaatschappij, vanaf 1965 |
| - | |
lid adviescommissie internationale monetaire vraagstukken, vanaf 1966 |
| - | |
waarnemend lid van de delegatie naar de monetaire en economische wereldconferentie |
| - | |
voorzitter Nederlandse delegatie vijfde zitting Ecosoc van de Verenigde Naties |
| - | |
voorzitter missie Wereldbank naar Marokko |
| - | |
Was al tijdens de oorlog in Londen al in beeld voor het ministerschap van Financiën |
| - | |
Werkverdeling: Beyen: Europese zaken en multilaterale zaken; Luns: Benelux- en bilaterale zaken |
| - | |
Bij de kabinetsformatie van 1952 voor het kabinet Drees III hebben koningin Juliana en prins Bernhard met succes druk uitgeoefend om hun vriend Johan Willem Beyen minister van Buitenlandse Zaken te maken. |
| - | |
Verdedigde in 1954 met succes het wetsvoorstel tot Goedkeuring van het Verdrag inzake de oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap. Omdat het Franse parlement het verdrag afwees, trad het echter niet in werking. |
| - | |
Kreeg tijdens zijn ministerschap aanvankelijk kritiek (vooral van KVP en PvdA), omdat zij voorstellen voor Europese integratie niet federalistisch genoeg waren. Toen later bleek dat zijn realistische koers juist wel succes opleverde, groeide de waardering. |
| - | |
Vanwege zijn duidelijke stellingname in de Greet Hofmansaffaire was hij voor de koningin aan het eind van zijn ministerschap persona non grata aan het hof. De koningin verzette zich ook enige tijd tegen zijn benoeming tot ambassadeur, wat hij uiteindelijk overigens toch werd. |
| - | |
Als regeringscommissaris voor Duitse aangelegenheden leidde hij de onderhandelingen over de Duitse herstelbetalingen, over grenskwesties en over het Eems-Dollardgebied |
| - | |
interview met Bibeb in Vrij Nederland, 29 april 1961 |
| - | |
A.E. Kersten, "Beijen, Johan Willem (1897-1976)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 30 |
| - | |
J.W.L. Brouwer, "Architect van de Europese Gemeenschap?", in: D. Hellema e.a. (red.), "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw" (Den Haag, 1999) |
| - | |
J.W.L. Brouwer, "'Ik heb Uwe Majesteit gedurende vier jaren naar mijn beste weten gediend'. Minister Beyen tussen twee vuren in de Hofmansaffaire", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2004, 108 |
| - | |
W.H. Weenink, "Bankier van de wereld. Bouwer van Europa. Johan Willem Beyen (1897-1976)" (2005) |