| - | |
leraar R.K. "Sint Ignatius College" te Amsterdam |
| - | |
assistent laboratorium psychologie te Utrecht, van 1925 tot 1926 |
| - | |
directeur Psychologisch laboratorium, Katholieke Universiteit Nijmegen, van juli 1926 tot 1932 |
| - | |
leraar opleiding van leerkrachten in het buitengewoon lager onderwijs te 's-Hertogenbosch |
| - | |
buitengewoon hoogleraar empirische en toegepaste zielkunde, Katholieke Universiteit Nijmegen, van februari 1932 tot augustus 1948 |
| - | |
rector magnificus Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1941 tot 1942 |
| - | |
gevangenschap kamp Amersfoort (korte tijd) |
| - | |
minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 7 augustus 1948 tot 2 september 1952 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar empirische en toegepaste zielkunde, Katholieke Universiteit Nijmegen, van februari 1952 tot 1970 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie bedrijfsorganisatie in de mijnindustrie, van 1933 tot 1945 |
| - | |
honorair adviseur ministerie van Sociale Zaken, vanaf 1933 |
| - | |
lid Algemeen college van toezicht, bijstand en advies voor Rijkstucht- en opvoedingswezen, vanaf 28 juni 1937 (nog in 1946) |
| - | |
gedelegeerde Internationale arbeidsconferentie te Parijs, 1944 |
| - | |
lid delegatie uit bevrijde zuiden naar koningin Wilhelmina (de zgn. Heren XVII) te Londen, januari 1945 |
| - | |
lid Staatscommissie reorganisatie van het hoger onderwijs (Staatscommissie-Reinink), van 1 mei 1946 tot juli 1948 |
| - | |
lid Onderwijsraad, tot 1948 |
| - | |
lid redactie katholieke tijdschrift "Dux" |
| - | |
gedelegeerde 14e internationale congres van psychologen te Montreal, 1953 |
| - | |
voorzitter adviescommissie voorzieningen voor studenten, vanaf 1953 |
| - | |
onderzoeker voor de E.G.K.S. naar ongevallen, van 1959 tot 1961 |
| - | |
lid commissie van onderzoek wijziging rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot 1965 |
| - | |
voorzitter R.K. Centrum "studie en research" |
| - | |
Bracht in 1950 de Wet bevordering zuiver-wetenschappelijk onderzoek (Stb. K 5) tot stand. Deze wet stelt de Nederlandse organisatie voor zuiver-wetenschappelijk onderzoek (ZWO) in die voorstellen aan de minister van wetenschappen over onderzoek kan doen en het beheer krijgt over een fonds. Tevens wordt een raad ingesteld met vertegenwoordigers van onder meer universiteiten en hogescholen en ambtenaren, die richtlijnen geeft over het bestuur van de ZWO en toezicht houdt op de financiën. |
| - | |
Bracht in 1950 een wijziging (Stb. K 14) van de Lager-onderwijswet 1920 tot stand waardoor de achtjarige leerplicht opnieuw werd ingevoerd. Voor ambachtscholen kwam er een voorbereidingsjaar en daarnaast kreeg het v.g.l.o. (voortgezet gewoon lager onderwijs) een wettelijke basis. |
| - | |
Bracht in 1950 de Tijdelijke Wet Monumentenzorg (Stb. K23) tot stand. Hierdoor was sloop of verandering van monumenten alleen toegestaan na ministeriële toestemming en werd overtreding hiervan strafbaar gesteld. |
| - | |
Bracht in 1952 de Kweekschoolwet (Stb. 355) tot stand, die een regeling bevatte voor de vorming van onderwijzers en onderwijzeressen voor het algemeen vormend lager onderwijs en van de bevoegdheden, verbonden aan de akten van bekwaamheid tot het geven van onderwijs. Er komen volledig bevoegde onderwijzers, die ook schoolhoofd mogen worden en onderwijzers. U.l.o. blijft gehandhaafd als vooropleiding voor de kweekschool. De wet voert financiële gelijkstelling in tussen openbare en bijzondere kweekscholen. |
| - | |
J.F.M.C. Aarts, "Rutten, Franciscus Josephus Theodorus (1899-1980)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 480 |
| - | |
E.J.H. Planken, scriptie basisdoctoraal RU Leiden (1982) |
| - | |
P.B. van der Heiden, "In de schaduw van de Mammoet. Het onderwijsbeleid van F.J.Th. Rutten (1948-1952), 2004 |
| - | |
P.B. van der Heiden, "'Ik heb gemeend vooral getuigenis te moeten afleggen van de breedheid van het katholicsime'. De 'politieke geloofsbelijdenis' van minister Rutten", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005, 114 |