L. de Graaf

Foto L. de Graaf
Christendemocratisch politicus, die 'opgroeide' in de ARJOS en het CNV. Als staatssecretaris van Sociale Zaken in het eerste kabinet-Van Agt herzag hij de kinderbijslagregelingen. In de kabinetten-Lubbers voerde hij, in weerwil van zijn vakbondsverleden, een strak bezuinigingsbeleid, waardoor de sociale zekerheid drastisch werd versoberd. Bracht samen met minister De Koning de stelselherziening sociale zekerheid tot stand. Was twee korte periodes minister. Na zijn aftreden in 1989 voorzitter van de Ziekenfondsraad en van het College van Zorgverzekeraars. Sprak met een opvallend Fries accent.

CDA
in de periode 1977-1989: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister
[ V ][ ^^ ]

voornaam (roepnaam)

Louw (Louw)
[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Koten (gem. Achtkarspelen, Frl.), 12 april 1930

levensbeschouwing
Gereformeerd
[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

partij(en)
-   ARP (Anti-Revolutionaire Partij), van 1952 tot 10 oktober 1980
-   CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980
[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   medewerker Raad van Arbeid te Leeuwarden, van 1947 tot 1952
-   medewerker Sociaal Fonds Bouwnijverheid te Amsterdam, van 1952 tot 1953
-   medewerker sociale verzekering, CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1953 tot 20 maart 1967
-   secretaris bestuur, CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 20 maart 1967 tot 1 oktober 1973
-   vicevoorzitter CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1 oktober 1973 tot 28 december 1977
-   staatssecretaris van Sociale Zaken (belast met sociale zekerheid), van 28 december 1977 tot 11 september 1981
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juni 1981 tot 29 mei 1982
-   minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 29 mei 1982 tot 4 november 1982
-   staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (belast met sociale zekerheid), van 5 november 1982 tot 2 februari 1987
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986
-   minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 3 februari 1987 tot 6 mei 1987 (verving minister De Koning die tijdelijk minister van Binnenlandse Zaken werd vanwege een hartoperatie van minister Van Dijk)
-   staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (onder meer belast met sociale zekerheid), van 6 mei 1987 tot 30 september 1989
-   voorzitter Ziekenfondsraad, van 1 oktober 1989 tot 1 juli 1999
-   voorzitter CVZ (College voor Zorgverzekeraars), van 1 juli 1999 tot 1 juli 2003
[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

vorige
-   lid Centraal Comité van de ARP, van 1965 tot 1975
-   vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1981 tot 29 mei 1982
[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

huidige
-   lid Raad van Commissarissen Bontenbal Holding te Reeuwijk, vanaf mei 1992
-   lid bestuur Stichting Instituut GAK, vanaf 2000

vorige
-   lid Ziekenfondsraad (eind jaren zestig)
-   lid bestuur Academisch Ziekenhuis te Utrecht
-   lid SVr (Sociale Verzekeringsraad)
-   lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 april 1968 tot december 1977
-   lid Stichting van de Arbeid
-   voorzitter NOSW (Nationaal Overlegorgaan Sociale Werkvoorziening), van april 1991 tot juni 1996
-   lid Raad voor de Casinospelen, van mei 1991 tot 1998
-   lid curatorium Nederlands Gesprekscentrum
-   vicevoorzitter Hogeschool Holland te Diemen, van 1992 tot 1998
-   lid Raad van Advies Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam, van april 1995 tot 13 maart 2000
-   lid Raad van Commissarissen "Van Melle" N.V. te Breda, van 1996 tot 2000
[ V ][ ^^ ]

opleiding

lager onderwijs
-   Prot.Chr. lagere school te Eestrum en Twijzel (Frl.)

voortgezet onderwijs
-   m.u.l.o. te Buitenpost, tot 1946
-   h.b.s. (niet voltooid)

overige opleidingen
-   vakopleiding sociale verzekering, kaderschool CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), tot 1950
[ V ][ ^^ ]

activiteiten

takenpakket (bewindspersoon)
-   Was als staatssecretaris in het eerste kabinet-Van Agt belast met aangelegenheden betreffende de sociale zekerheid, waaronder begrepen de coördinatie van het beleid op het terrein van de sociale zekerheid met dat op het gebied van de arbeidsvoorziening en de arbeidsomstandigheden.
-   Was als staatssecretaris in het eerste en tweede kabinet-Lubbers belast met 1. aangelegenheden betreffende de sociale zekerheid; 2. de arbeidsomstandigheden; 3. de emigratie en remigratie.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Koning de Nota Grensarbeid uit over socialeverzekerings- en fiscale regelingen waarmee de grensarbeiders, die in Nederland wonen en in Duitsland en België worden geconfronteerd
-   In 1986 verwierp de Eerste Kamer zijn wetsvoorstel over het verhaalsrecht van gemeenten voor uitgekeerde bijstand.

als bewindspersoon (wetgeving)
-   Bracht in 1978 samen met minister Albeda en staatssecretaris Nooteboom een wet (Stb. 465) tot stand tot vervanging van de kinderaftrek door verhoging van de kinderbijslag, en voorts tot verhoging van de kinderbijslag voor het vierde en elk daaropvolgend kind vanaf 1979. Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Boersma en de staatssecretarissen Mertens en Van Rooijen.
-   Bracht in 1979 een wet (Stb. 708) tot invoering van gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen in de AAW, WAO en Ziektewet tot stand.
-   Bracht in 1979 een wet (Stb. 709) tot stand waardoor alle kinderbijslagregelingen werden samengevoegd tot een algemene de gehele bevolking omvattende, verplichte kinderbijslagregeling van het eerste kind af.
-   Bracht in 1980 een wet tot stand waardoor er voor 16- en 17-jarigen een wachttijd van een half jaar werd ingevoerd, alvorens er recht was op een uitkering krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers
-   Bracht in 1981 een wijziging (Stb. 134) van de Algemene Kinderbijslag wet tot stand waarbij het recht op kinderbijslag voor partieel leerplichtige kinderen werd afgeschaft
-   Bracht in 1981 samen met de minister De Ruiter een wet (Stb. 370) tot stand waardoor bepalingen worden ingevoerd inzake hoofdelijke aansprakelijkheid voor betaling van premies en loon- en omzetbelasting bij onderaanneming en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (ketenaansprakelijkeid). Hierdoor kunnen malafide koppelbazen beter worden bestreden.
-   Bracht in 1983 een wet tot stand waardoor het recht van bijstand krachtens de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers voor 16- en 17-jarigen verviel en deze werd vervangen door een kinderbijslaguitkering
-   Bracht in 1983 de Wet op de pensioenkamer (Stb. 259) tot stand. Dit door de regering benoemde college adviseerde over de voorbereidende werkzaamheden voor mogelijke invoering van een verplichte aanvullende pensioenvoorziening voor werknemers.
-   Bracht in 1984 samen met minister Korthals Altes een wet in het Staatsblad (Stb. 631) die verhaal door gemeenten van verleende bijstand mogelijk maakt ook als er een alimentatieregeling is getroffen. Het wordt voor scheidende partijen onmogelijk om via een 'nihilbeding' te ontkomen aan de wettelijke onderhoudsverplichting (alimentatie). Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Van Agt en staatssecretaris Meijer.
-   Bracht in 1985 samen met staatssecretaris Kappeyne van de Coppello een wijziging van de AOW en andere volksverzekeringen tot stand, waardoor gelijke behandeling van mannen en vrouwen in deze wetten werd ingevoerd
-   Bracht in 1986 de Wet arbeid gehandicapte werknemers (WAGW) (Stb. 300) tot stand, die deelname van gehandicapten aan het arbeidsproces moet bevorderen; er wordt echter geen verplicht quotum opgenomen
-   Bracht in 1986 een wijziging (Stb. 564) van de Algemene Bijstandswet tot stand inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en van niet-gehuwden en gehuwden. Dit woningdelersbeginsel leidt ertoe dat ongehuwd samenwonende partners slechts één bijstandsuitkering krijgen.
-   Bracht in 1986 samen met minister De Koning een herziening van het stelsel van sociale zekerheid (Stbb. 563, 565, 566, 567) tot stand. Daarbij kwam een nieuwe Werkloosheidswet tot stand. Deze biedt het recht op een uitkering van 70% van het netto minimumloon aan personen die in de laatste 39 weken voor hun werkloosheid in ten minste 26 weken gewerkt hebben. Voor het recht op uitkering moet in de laatste vijf kalenderjaren vóór werkloosheid, in ten minste vier jaren over ten minste 52 dagen loon zijn ontvangen. Uitkeringsgerechtigden moeten voorkomen dat ze werkloos worden en mogen geen ontslag nemen zonder goede reden. Overtreding van deze regels leidt tot verlies van het recht op de WW-uitkering. Er is een sollicitatieplicht en een plicht tot het aanvaarden van passende arbeid. De uitkering houdt geen rekening met het inkomen van de partner en met het vermogen van de aanvrager. Na afloop van de uitkering kan een beroep worden gedaan op een IOAW- of Bijstandsuitkering. De IOAW is een uitkeringsregeling voor oudere (d.w.z. van 57 jaar en ouder) en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen. De verdiscontering van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid uit de WAO en AAW verdwijnt. Indien men minder verdiende dan het minimumloon voordat men werkloos werd, zal de WW-uitkering lager zijn dan 70% van het netto minimumloon. Een Toeslagenwet voorziet dan in aanvulling op de uitkering tot het relevante sociaal-minimum. Op deze wijze wordt in de regel voorkomen dat ondersteuning op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) noodzakelijk wordt. Niet-verdiendende partners krijgen een arbeidsplicht.
-   Bracht in 1986 een wet (Stb. 688) inzake het opnemen van strafbepalingen in de Algemene Bijstandswet tot stand. Door de wetswijziging kan ook in andere gevallen dan bij valsheid in geschrifte of oplichting strafrechtelijk worden opgetreden. Het gaat bijvoorbeeld om het verzwijgen van inkomsten of vermogen. De maximum straf is een geldboete van f. 25.000.
-   Bracht in 1987 de Wet samenvoeging van de Raden van Arbeid en de Sociale Verzekeringsbank tot één organisatie (Stb. 533) tot stand. De autonome positie van de Raden van Arbeid vervalt daarmee; zij worden districtskantoren van de SVB. Onder meer door afschaffing van de kinderbijslag voor kinderen van 18 jaar en ouder vermindert de personeelsbehoefte bij de Raden van Arbeid.
-   Bracht in 1988 een wijziging (Stb. 440) van de Wet sociale werkvoorziening tot stand, waardoor budgetfinanciering werd ingevoerd
-   Bracht in 1988 een wet (Stb. 655) tot invoering van een sociaal-fiscaalnummer (sofinummer) tot stand. Iedereen die belastingplichtig is of verzekerd is voor de sociale verzekeringen krijgt een negencijferig identificatienummer dat wordt gebruikt door de belastingdienst.
[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   In februari 1970 medeondertekenaar (met onder anderen Van Agt, Albeda, De Gaay Fortman, Mommersteeg en Steenkamp) van een open brief aan de partijbesturen van KVP, ARP en CHU om te komen tot een vooruitstrevende christendemocratische partij
-   Behoorde op 19 augustus 1981 tot de twaalf fractieleden die - tegen het advies van fractievoorzitter Van Agt - vóór het onderhandelingsresultaat tussen de fractievoorzitters van CDA, PvdA en D66 stemden

uit de privésfeer
-   Zijn geboorteplaats Koten heet nu Kootstertille
-   Zijn vader was kruidenier

woonplaats
Naarden

ridderorden
-   Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 29 april 1977
-   Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 26 oktober 1981
-   Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 20 november 1989
[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   CNV-brochure "A.O.W."
-   diverse verspreide bijdragen

literatuur/documentatie
-   J. Bruinsma en G. Herderschee, "'Mensen zijn nu eenmaal geen engeltjes'; Louw de Graaf verloor tijdens zijn lange loopbaan het geloof in een positief mensbeeld", De Volkskrant, 30 juni 2003
-   J.J. van Dijk, "Louw de Graaf (1930). Een christen-radicaal in een rechts kabinet", in: P.E. Werkman en R. van der Woude (red.), "Wie in de politiek gaat, is weg? Protestantse politici en de christelijk-sociale beweging" (2009), 316-346
[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 10 december 1952

echtgeno(o)t(e)/partner
S. Lise, Sjouktje

kinderen
2 kinderen

vader
M. de Graaf, Menze

moeder
J. Kuperus, Janna

beroep grootvader (vaderskant)
petroleumventer

De gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was, met de nadruk op activiteiten in de landelijke politiek.

Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw reactie per email sturen aan li135@pdc.nl.


voornaam (roepnaam)
personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route