| - | |
advocaat en procureur te Breda, van 1932 tot 1950 |
| - | |
waarnemend griffier arrondissementsrechtbank te Breda |
| - | |
lid gemeenteraad van Breda, van 3 september 1935 tot 5 september 1941 |
| - | |
wethouder van Breda, van 1938 tot 1941 (nam ontslag) |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Brabant, van 4 juli 1939 tot 1941 (nam ontslag) |
| - | |
hoofd sociale dienst, "Hollandsche Kunstzijde Industrie" te Breda, vanaf 1941 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van mei 1942 tot januari 1944 |
| - | |
lid gemeenteraad van Breda, van 1944 tot juli 1950 |
| - | |
wethouder (van financiën en bedrijven, tevens belast met vluchtelingen en ontheemden) van Breda, van november 1944 tot juli 1950 (sinds 1945 tevens loco-burgemeester) |
| - | |
minister van Justitie, van 10 juli 1950 tot 15 maart 1951 |
| - | |
Gouverneur van de Nederlandse Antillen, van 13 april 1951 tot oktober 1956 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie en vice-minister-president, van 29 oktober 1956 tot 19 mei 1959 |
| - | |
minister van Justitie ad interim, van 22 december 1958 tot 19 mei 1959 |
| - | |
lid Raad van State, van 1 november 1959 tot 22 november 1966 (benoeming bij K.B. van 17 september 1959, nr. 14) |
| - | |
minister van Justitie, van 22 november 1966 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid Raad van State, van 16 april 1967 tot 1 december 1977 (benoeming bij K.B. van 12 april 1967, nr. 2) |
| - | |
secretaris bestuur afdeling Nederlandsche Unie te Breda |
| - | |
lid Comité-Scholten (groep jongeren uit politieke partijen, die onder zijn leiding spraken over de naoorlogse politiek; deelnemers o.a. Schermerhorn, Wiardi Beckman en C. Patijn) |
| - | |
lid politiek beraad gijzelaarskamp 'Beekvliet' te Sint-Michielsgestel, van juli 1942 tot 1944 |
| - | |
voorzitter adviescommissie Gewestelijk Arbeidsbureau te Breda |
| - | |
plaatsvervangend leider Orde-Dienst, afdeling West-Brabant, vanaf 1944 |
| - | |
lid bestuur Maatschappij voor Handel en Nijverheid, afdeling Breda |
| - | |
lid bestuur "Wit-Gele Kruis", afdeling Breda |
| - | |
voorzitter Sint Adelbertsverenging, adeling Breda |
| - | |
voorzitter Stichting Brabants Orkest |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Hollandse Bank Unie, vanaf 1 januari 1962 |
| - | |
lid College van Curatoren Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg, omstreeks 1967 |
| - | |
voorzitter Raad van Advies Bouwcentrum te Rotterdam |
| - | |
lid Raad van Commissarissen ABN (Algemene Bank Nederland) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen bouwbedrijf BOZ (Bergen op Zoom) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Electrotechniek N.V. |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Contactcommissie Onroerende Zaken |
| - | |
voorzitter Katholieke Vereniging Bejaardentehuizen |
| - | |
Was in januari 1951 als minister van Justitie verantwoordelijk voor de gratieverlening aan de Duitse oorlogsmisdadigers Aus der Fünten, Fischer, Stöver, Köhler en Christiansen |
| - | |
Verdedigde in 1950 met succes in de Tweede Kamer de ontwerp-Wet op de staatsgeheimen. Het voorstel werd door minister Mulderije in 1951 in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Schrapte in november 1957 de bepaling uit het Algemeen Rijksambtenarenreglement dat huwende ambtenaressen ontslag krijgen |
| - | |
Voerde in 1958 de noodwachtplicht in voor dienstplichtigen zonder mobilisatiebestemming (buitengewoon dienstplichtigen) |
| - | |
Diende in 1959 een wetsvoorstel tot herziening van de Provinciewet in. Dit voorstel werd in 1962 door zijn opvolger in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap op Binnenlandse Zaken: Bloemers (VVD, Commissaris van de Koningin in Gelderland); Van Hall (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Kolfschoten (KVP, burgemeester van 's-Gravenhage), Van Rooy (KVP, burgemeester van Eindhoven); Rutgers (ARP, vice-president van de (Raad van State)) |
| - | |
Bracht in 1950 als minister van Justitie samen met minister Lieftinck een wijziging van de Loterijwet 1905 tot stand, waardoor de staatsloterij en het loterijwezen onder één wet werden gebracht. Het particuliere loterijwezen wordt verboden. |
| - | |
Bracht in 1957 als minister van Binnenlandse Zaken een wet tot stand waarbij het grondgebied van de gemeenten Tienhoven (Utr.) en Westbroek werd verdeeld over Maarssen en Maartensdijk |
| - | |
Bracht in 1957 een wet tot stand waarbij de grens tussen Gelderland en Noord-Brabant werd gewijzigd en de gemeente Alem, Maren en Kessel werd opgeheven |
| - | |
Bracht in 1957 samen met minister Samkalden de Politiewet (Stb. 244) tot stand, die de politie verdeelde in gemeentepolitie (voor gemeenten van boven de 25.000 inwoners en aangewezen gemeenten) en rijkspolitie, en die regels bevatte over de rechtspositie, tucht en benoemingsvereisten van politieambtenaren, en over de taken en bevoegdheden van de politie. Het wetsvoorstel was in 1953 ingediend door de ministers Beel en Donker. |
| - | |
Bracht in 1958 een wet tot stand waardoor het lidmaatschap van de gemeenteraad wordt opengesteld voor onderwijzers in het bijzonder onderwijs; het lidmaatschap wordt niet opengesteld voor onderwijzers van openbare scholen |
| - | |
Bracht in 1959 wetten tot stand inzake de vereniging van de gemeenten Opmeer en Spanbroek, van de gemeenten Roermond en Maasniel en tot wijziging van de grens tussen Utrecht en Gelderland waardoor de splitsing van Stichts en Gelders Veenendaal op hield te bestaan |
| - | |
Bracht in 1967 als minister van Justitie een nieuwe Uitleveringswet in het Staatsblad (Stb. 139). Deze nieuwe wet sluit beter aan bij de ontwikkelingen in het internationale recht. Uitgangspunt is dat uitlevering alleen geschiedt krachtens een verdrag. Nederlanders worden niet uitgeleverd. Uitlevering vindt slechts in een beperkt aantal gevallen plaats (bijvoorbeeld als sprake is geweest van inbreuk op de rechtsorde van de verzoekende staat) en als aan bepaalde randvoorwaarden is voldaan. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door zijn voorganger Samkalden. |
| - | |
J. Bosmans, "Struiken, Anton Arnold Marie (1906-1977)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 546 |
| - | |
J.C.F.J. van Merriënboer en P.P.T. Bovend'Eert, "Het rustige tuintje van rechter Wijers", in: P.F. Maas, "Het kabinet-Drees-Van Schaik, 1948-1951", band B, 502-504 |
| - | |
J. Ramakers, "'Alhoewel ik in staat zou zijn geweest ze persoonlijk dood te trappen...'. Oud-minister Struycken over zijn rol in het gratiebeleid jegens ter dood veroordeelde misdadigers", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2003 |
| - | |
Wie is dat? 1956 |