| - | |
leerling-ambtenaar ter secretarie, gemeente Den Bommel, van 1939 tot 1940 |
| - | |
ambtenaar ter secretarie, gemeente Oude Tonge (Z.H.), van 1940 tot 1944 |
| - | |
ambtenaar ter secretarie, gemeente Rijswijk (Z.H.), vanaf 1945 |
| - | |
chef afdeling personeelszaken (rang: referendaris), secretarie gemeente Rijswijk (Z.H.), tot 1 april 1960 |
| - | |
gemeentesecretaris van Hoogeveen, van 1 april 1960 tot 1 oktober 1964 |
| - | |
gemeentesecretaris van Groningen, van 1 oktober 1964 tot 11 mei 1967 |
| - | |
staatssecretaris van Binnenlandse Zaken (belast met het overheidspersoneelsbeleid, agglomeratiezaken en overheidsorganisatie), van 10 mei 1967 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971 |
| - | |
minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 6 juli 1971 tot 11 mei 1973 (na het aftreden van minister De Brauw tevens belast met het wetenschappelijk onderwijs en het wetenschapsbeleid) |
| - | |
voorzitter VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen), van 1974 tot 1984 |
| - | |
lid Raad van State in buitengewone dienst, van 1 februari 1985 tot 1 januari 1993 (benoemd bij K.B. van 31 oktober 1984, nr. 25) |
| - | |
lid Drentse Hervormde Commissie van het Opzicht, tot 1964 |
| - | |
scriba Hervormde gemeente te Hoogeveen, tot 1964 |
| - | |
directeur cursus Groningen van de opleiding GA II, tot mei 1967 |
| - | |
secretaris-ontvanger Meerschap Paterswolde, tot mei 1967 |
| - | |
voorzitter Broederschap Gemeentesecretarissen, provincie Groningen, tot mei 1967 |
| - | |
adviseur verzekeringsmaatschappij AGO (Algemene Friesche, Groot-Noordhollandsche en Olveh) |
| - | |
voorzitter bestuur Bronovo-ziekenhuis te 's-Gravenhage |
| - | |
vicevoorzitter SER (Sociaal-Economische Raad) |
| - | |
werkgeversvoorzitter bestuur Stichting van de Arbeid, vanaf 1984 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Nationale Borgmaatschappij |
| - | |
voorzitter CCOI (Centrale Commissie Overheidsinformatievoorziening), vanaf mei 1986 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Mercedes-Benz Nederland B.V., van mei 1986 tot juli 1987 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Mercedes-Benz Nederland B.V., vanaf juli 1987 (nog in 1989) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen AKZO N.V. |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen F. van Lanschot Bankiers N.V. |
| - | |
lid Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij Nationale-Nederlanden N.V. |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen P & C Groep N.V. |
| - | |
lid College van Adviseurs KPMG Klynveld |
| - | |
voorzitter dagelijks bestuur Industriële Raad voor de Oceanologie (IRO) |
| - | |
vicevoorzitter Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij Nationale-Nederlanden, vanaf mei 1990 |
| - | |
lid commissie functiewaardering leden Tweede Kamer, juni 1990 |
| - | |
lid RAPT (Raad van Advies voor Post en Telecommunicatie) tot 1990 |
| - | |
vicevoorzitter Raad van Commissarissen ING Bank, vanaf 1991 |
| - | |
voorzitter Nederlandse Kamer van Koophandel voor Zuid-Afrika |
| - | |
voorzitter adviescommissie dualisering ('werkend leren') |
| - | |
voorzitter stuurgroep profielen v.b.o./m.a.v.o.-aansluitend onderwijs, vanaf december 1993 |
| - | |
Leidde als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken een commissie over interdepartementale taakverdeling en coördinatie |
| - | |
Was verantwoordelijk voor de spreiding van Rijksdiensten. Ter versterking van de regionale-economische structuur werd voorgesteld het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds naar Heerlen te verhuizen en het Rijks Computer Centrum naar Apeldoorn. Stelde in oktober 1967 het Centraal Bureau Spreiding Rijksdiensten in. |
| - | |
Bracht in 1968 de Nota betreffende het georganiseerd ambtenarenoverleg uit. Moderniseerde dit Georganiseerd Overleg en werd daarvan zelf voorzitter in plaats van een onafhankelijke voorzitter. |
| - | |
In 1968 verwierp de Tweede Kamer met 82 tegen 39 stemmen het door hem verdedigde voorstel van wet inzake een afzonderlijke ziektekostenvoorziening voor ambtenaren |
| - | |
Bracht de werktijd van het overheidspersoneel terug van 45 naar 42,5 uur |
| - | |
Kwam in 1971 als minister van Onderwijs en Wetenschappen met voorstellen om de gemiddelde groepsgrootte in het beroepsonderwijs te verhogen, om het aantal lessen in het voortgezet onderwijs te verminderen, en om het schoolgeld te verhogen. Op 29 november 1971 werd hiertegen in de manifestatie O'71 in Utrecht massaal geprotesteerd. De protesten leidden evenwel niet tot aanpassing van de voorstellen. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met de ministers De Brauw en Lardinois de Nota 'Op weg naar het hoger onderwijs nieuwe stijl' uit. |
| - | |
Bracht in 1972 een wet in het Staatsblad (Stb. 515) waardoor de Nederlandse Economische Hogeschool werd omgevormd tot Erasmus Universiteit. Naast de bestaande economische faculteit en de in 1966 gevormde medische faculteit komen er ook andere faculteiten. Het wetsvoorstel was in 1972 ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door minister De Brauw. |
| - | |
Bracht in 1972 de School- en Cursusgeldwet (Stb. 624) tot stand. Deze bepaalt dat het lager onderwijs vrij blijft van schoolgeldheffing, dat de schoolgeldplicht ingaat bij de aanvang van het voortgezet onderwijs en dat deze plicht geldt voor de gehele periode waarin dat onderwijs wordt genoten. Cursusgeld wordt geheven bij onderwijs aan avondscholen, dag-avondscholen en cursussen. De inning van schoolgeld wordt opgedragen aan de belastingdienst. |
| - | |
Bracht in 1972 de Wet erkenning instellingen schriftelijk onderwijs (Stb. 746) tot stand. Op basis van deze wet kunnen instellingen voor schriftelijk onderwijs in aanmerking komen voor erkenning, indien zij aan bepaalde eisen voldoen. Erkende instellingen zijn aan overheidstoezicht op de naleving van voorwaarden onderworpen. Het voorstel was in 1970 ingediend door minister Veringa. |
| - | |
Bracht in 1972 de Wet regeling van de titel "ing" (Stb. 759). Op grond van deze wet mogen afgestudeerden aan een hogere technische school of een hogere landbouwschool de titel 'ing.' voeren. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door minister Veringa. |
| - | |
Bracht in 1973 de Wet inzake vestiging van een Rijksuniversiteit te Rotterdam (Stb. 8) tot stand. De in 1913 gestichte Nederlandse Economische Hogeschool, die sinds 1963 een juridische en sociale en sinds 1966 een medische faculteit kende, wordt hierdoor omgevormd tot Erasmus Universiteit Rotterdam. |
| - | |
Bracht in 1973 een wijziging (Stb. 432) van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs met betrekking tot theologische hogescholen tot stand. Deze wijziging maakt het mogelijk dat theologische hogescholen zoals die in Kampen en priesteropleidingen worden aangewezen als hogeschool in de zin van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs. Te verlenen doctoraten en getuigschriften worden daarmee gelijkgesteld aan die van universiteiten en hogescholen. De theologische hogescholen ontvangen rijkssubsidie. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door minister Veringa. |