| - | |
adjunct-secretaris "Schoolraad voor Scholen met de Bijbel", in het bijzonder belast met voortgezet onderwijs, van 8 november 1954 tot 1 september 1963 |
| - | |
staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (belast met onderwijsaangelegenheden), van 3 september 1963 tot 14 april 1965 |
| - | |
staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen (belast met lager-, middelbaar- en nijverheidsonderwijs, voorbereiding wetgeving V.W.O. en lichamelijke opvoeding), van 14 april 1965 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 28 juli 1971 |
| - | |
staatssecretaris van Justitie (onder meer belast met vreemdelingenzaken, kinderbescherming en het gevangeniswezen), van 28 juli 1971 tot 11 mei 1973 |
| - | |
burgemeester van Rijswijk (Z.H.), van 1 februari 1974 tot 1 juli 1978 |
| - | |
directeur-generaal politie en vreemdelingenzaken, ministerie van Justitie, van 1 juli 1978 tot 1 februari 1991 |
| - | |
coördinator Europese en Immigratiezaken, ministerie van Justitie (tevens loco-secretaris-generaal), van 1 januari 1992 tot 1 februari 1993 |
| - | |
lid Raad van State in buitengewone dienst, van 1 februari 1993 tot 1 september 2000 |
| - | |
diaken Gereformeerde Kerk 's-Gravenhage-West, van 1956 tot 1961 |
| - | |
vicevoorzitter Van Ouwenaller-Stichting, van 1974 tot 1984 |
| - | |
voorzitter opleidingsschool ziekenverzorgenden "Frankenslag" |
| - | |
voorzitter Bibliotheekraad, van 15 oktober 1975 tot 1978 |
| - | |
lid Landelijk Overleg Voetbalvandalisme, vanaf juli 1985 |
| - | |
voorzitter stuurgroep Bestuurlijke Preventie van Criminaliteit |
| - | |
coördinator personenverkeer, politie en veiligheid voor Nederland |
| - | |
voorzitter Johannesstichting, van 1 januari 1996 tot 1 juli 2000 |
| - | |
voorzitter Visitatiecommissie Wetgeving, van 1998 tot 2002 |
| - | |
vicevoorzitter Stichting De Bruggen, van 1 juli 2000 tot 1 januari 2003 (na fusie Johannesstichting met Angelastichting) |
| - | |
Bracht in 1970 een voorontwerp van de Wet op het Basisonderwijs uit. Voor geen enkel kind zal de basisschool eindonderwijs zijn. Er wordt gedacht aan experimenten met het doorbreken van het klassenstelsel en met vakken als Engels en Fries. Creativiteit en wereldoriëntatie krijgen een nadrukkelijke plaats in het onderwijs. Kleuter- en lagere scholen kunnen samen een onderwijsgemeenschap gaan vormen. Er wordt gedacht aan een andere vorm van bekostiging: genormeerde rijksbijdragen via het rijk i.p.v. het gemeentefonds. |
| - | |
Bracht in 1970 samen met minister Roolvink de Nota onderwijs- en arbeidsmaatregelen werkende jongeren uit |
| - | |
Bracht in 1970 een nieuw Eindexamenbesluit voor het voortgezet onderwijs uit. Daarin wordt invoering van het schoolonderzoek aangekondigd ter vervanging van het mondeling examen. Scholen krijgen een redelijke mate van vrijheid bij het inrichten van het schoolonderzoek. |
| - | |
Sprak zich in 1971 uit voor het invoeren van lessen in de Friese taal in de drie hoogste klassen van het basisonderwijs |
| - | |
Stelde als staatssecretaris van Justitie in 1972 richtlijnen op voor eenzame opsluiting in rijksinrichtingen voor kinderbescherming. Kinderen onder de 14 jaar mogen niet in isolatie worden geplaatst. Begin- en eindtijd van de eenzame opsluiting moeten worden vastgelegd; na twee keer 24 uur moet de wettelijke vertegenwoordiger van het kind bericht krijgen. |
| - | |
Was in 1973 samen met minister De Koster verantwoordelijk voor het weigeren van gratie aan 16 leden van de vakbond van dienstplichtigen (VVDM), die veroordeeld waren vanwege het weigeren van de groetplicht |
| - | |
Bracht in 1964 een wijziging van de Wet op het Lager-Onderwijs tot stand, waardoor niet alleen gemeenten maar ook ouders een openbare school kunnen oprichten. |
| - | |
Bracht in 1966 de Wet op het leerlingwezen (Stb. 215) tot stand, die regels bevat over leerovereenkomsten en praktijkprogramma's, alsmede over examens, diploma's en bekostiging van het leerlingwezen |
| - | |
Bracht in 1967 samen met minister Veringa de Overgangswet Voortgezet Onderwijs (Stb. 386) tot stand, die de invoering van de 'Mammoetwet' per 1 augustus 1968 regelde. Leerlingen van gymnasia die voor 1 augustus 1968 hun opleiding waren gestart, konden nog tot 1 januari 1975 examen afleggen; voor leerlingen van hogereburgerscholen en middelbare-meisjesscholen (met vijfjarige cursus) was die uiterste datum 1 januari 1974. V.g.l.o.-scholen hielden per 1 augustus 1973 op te bestaan. Per 1 augustus 1968 werden scholen voor uitgebreid lager onderwijs omgezet in scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs. De wet regelde verder de overgang van bekostiging en onderwijsbevoegdheden, en de overgang van het nijverheidsonderwijs naar nieuwe scholen voor huishoud- en nijverheidsonderwijs. |
| - | |
Bracht de Leerplichtwet 1968 (Stb. 303) tot stand, die de Leerplichtwet uit 1900 verving. De nieuwe wet bevat een kortere procedure voor de bestrijding van schoolverzuim en verlengt de leerplichtige leeftijd tot 15 jaar. |
| - | |
Bracht in 1970 de Experimentenwet (Stb. 370) tot stand, die onderwijskundige experimenten buiten de bestaande onderwijswetten om mogelijk maakt; op basis van de wet kan onder meer worden geëxperimenteerd met de Nieuwe Lerarenopleiding. |