| - | |
onderwijzer te Beverwijk, omstreeks 1950 (6 weken) |
| - | |
part-time leraar maatschappijleer, van 1958 tot 1961 |
| - | |
secretaris gewestelijke raad voor Noord-Holland van het Landbouwschap, van 1961 tot 1962 |
| - | |
wetenschappelijk medewerker sociale geografie, Universiteit van Amsterdam, van 1962 tot 1965 |
| - | |
hoofd sociaal-economisch onderzoek van de R.IJ.P. (Rijksdienst voor IJsselmeerpolders), van 1965 tot 1969 |
| - | |
directeur projecturbanisatie van het plan Europa 2000 van de Fondation Europeène de la Culture, van 1969 tot 1973 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 25 mei 1971 tot 7 december 1972 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 11 mei 1973 |
| - | |
staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (o.a. belast met aangelegenheden betreffende de PTT en vervoerszaken), van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 |
| - | |
coördinator internationaal ontwikkelingsprogram van de Verenigde Naties te Mali, van 1978 tot 1981 |
| - | |
senior adviseur leiding UNDP (United Nations Development Programma) te New York, van 1982 tot 1989 |
| - | |
coördinator internationaal ontwikkelingsprogram van de Verenigde Naties te Maleisië tot 1989 |
| - | |
directeur-generaal International Organization of Consumers Unions (IOCU),, van 16 april 1989 tot 1991 |
| - | |
hoofd Nederlands bureau van de Global Coalition for Africa (persoonlijk vertegenwoordiger van de minister), vanaf 1 februari 1991 |
| - | |
Voerde in 1974 de tachograaf in, waardoor rij- en rusttijden van vrachtwagens beter gecontroleerd kon worden; dit leidde tot acties van chauffeurs |
| - | |
Een door hem verdedigd wetsvoorstel tot opheffing van de evenredige vrachtverdeling in de binnenscheepvaart werd in 1975 met grote meerderheid door de Tweede Kamer verworpen. Dit voorstel, dat tot doel had de binnenvaartvloot te saneren, was reden voor binnenschippers om de grote rivieren met hun schepen te blokkeren. |
| - | |
Bracht in 1975 de Beleidsnota Goederenvervoer uit |
| - | |
Bracht in 1975 samen met minister Van Doorn de Nota's betreffende het Massamediabeleid en het beleid inzake de aanleg en exploitatie van draadomroepinrichtingen uit |
| - | |
Verdedigde in 1976 in de Tweede Kamer met succes een door hem in 1974 ingediend wetsvoorstel tot wijziging van de Luchtvaartwet over regels voor de aanwijzing van luchtvaartterreinen. |
| - | |
Tijdens zijn staatssecretarisschap werd een begin gemaakt met de overgang van de PTT-top naar Groningen |
| - | |
Diende in 1977 samen met minister Duisenberg het wetsvoorstel Postbankwet in. De postbank moest een zelfstandige financiële staatsonderneming worden ontstaan door fusie van de Postgiro en de Rijkspostspaarbank. |
| - | |
Bracht in 1973 samen met minister Boersma de Wet arbeids- en rusttijden zeescheepvaart (Stb. 380) in het Staatsblad. Via een AMvB werd aan overwerk door schepelingen aan boord van zeeschepen, gerekend over een periode van 28 dagen, een limiet gesteld, dat per schip kon verschillen. Daarbij was tevens een bepaalde rusttijd voorgeschreven. Bij de indiening in 1971 was staatssecretaris Kruisinga medeondertekenaar. |
| - | |
Bracht in 1976 de Wet sloopregeling binnenvaart (Stb. 411) tot stand. Deze moet door middel van een uitkering aan schippers het slopen van binnenschepen bevorderen om zo deze vervoerssector te saneren. Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend door staatssecretaris Keyzer. |
| - | |
Bracht in 1977 de Wedervergeldingswet zeescheepvaart (Stb. 313) tot stand. Deze wet maakt het voor de regering mogelijk vergeldingsmaatregelen te nemen, indien de belangen van de Nederlandse koopvaardij ernstig worden geschaad. Zo kan er een vaarverbod worden opgelegd aan schepen uit een bepaald land of kunnen er heffingen worden ingevoerd op zeeschepen die over Nederlandse wateren varen. Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend door staatssecretaris Keyzer. |
| - | |
Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 354) van de Wet Autovervoer Goederen tot stand. Hierdoor wordt het vergunningsbewijs voor ongeregeld vervoer gekoppeld aan het kentekenbewijs. Vergunninghouders kunnen niet langer zonder meer aan derden vrachtauto's met bemanning ter beschikking stellen. Dit moet leiden tot betere naleving van de regels (o.a. ten aanzien van de rijtijden) die gelden in de vervoerssector. |