| - | |
wetenschappelijk medewerker Sociologisch Instituut, Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1958 tot 1965 |
| - | |
part-time onderzoek-adviseur KASKI (Katholiek Sociaal-Kerkelijk Instituut), van 1960 tot 1965 |
| - | |
directeur Instituut voor Toegepaste Sociologie te Nijmegen, van 1965 tot november 1970 (doceerde onderwijs-sociologie) |
| - | |
buitengewoon hoogleraar onderwijs-sociologie, Katholieke Universiteit Nijmegen, van november 1970 tot 11 mei 1973 |
| - | |
lid College van Bestuur Katholieke Universiteit Nijmegen, van 1 december 1972 tot 11 mei 1973 (voornaamste taak: onderwijszaken) |
| - | |
minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar onderwijskunde, Rijksuniversiteit Groningen, van september 1978 tot 11 september 1981 (1 dag per week) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 11 september 1981 |
| - | |
minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 11 september 1981 tot 29 mei 1982 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar algemene en vergelijkende onderwijskunde, Universiteit van Amsterdam, van 1 september 1982 tot 1 november 1983 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 1 september 1984 |
| - | |
voorzitter College van Bestuur Universiteit van Amsterdam, van 1 september 1984 tot 1 maart 1988 |
| - | |
burgemeester van Eindhoven, van 1 maart 1988 tot 1 mei 1992 |
| - | |
Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, van 1 mei 1992 tot 1 april 2002 |
| - | |
(onbezoldigd) hoogleraar algemene sociale wetenschappen, Universiteit van Amsterdam, vanaf 1 mei 2000 |
| - | |
voorzitter College van Curatoren School voor Journalistiek |
| - | |
voorzitter Werkgroep Onderwijssociologie SISWO (Stichting Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek) te Amsterdam |
| - | |
lid Commissie Modernisering Leerplan Maatschappijleer, van januari 1971 tot 11 mei 1973 |
| - | |
vicevoorzitter Onderwijscommissie Katholieke Universiteit Nijmegen |
| - | |
lid Commissie Universitaire Lerarenopleiding Academische Raad |
| - | |
voorzitter Commissie Onderwijskunde Academische Raad |
| - | |
lid Onderwijscommissie NVV (Nederlandse Verbond van Vakverenigingen) |
| - | |
lid redactie "Sociologische Gids" |
| - | |
lid redactie "Sociologica Neerlandica" |
| - | |
lid redactieraad serie "Kerk van Morgen" |
| - | |
voorzitter evaluatiecommissie Zweden van de OECB |
| - | |
onderwijsadviseur UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation), 1979 |
| - | |
voorzitter selectiecommissie nieuwe voorzitter VARA, 1980 |
| - | |
lid evaluatiecommissie onderwijs in Israël, 1980 (voor de Bernard van Leer-Foundation in Jerusalem) |
| - | |
informateur, van 10 juni 1982 tot 30 september 1982 |
| - | |
lid Raad van Bestuur van het Instituut voor Toegepaste Sociologie |
| - | |
voorzitter bestuur Radio Volksuniversiteit Educatieve Omroep |
| - | |
lid Nationale UNESCO-Commissie |
| - | |
lid redactie Handboek Basisonderwijs |
| - | |
vicevoorzitter Pax Christi, vanaf oktober 1984 |
| - | |
voorzitter Samenwerkingsverband Agglomeratie Eindhoven, tot 1989 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar Algemene en Vergelijkende Onderwijskunde Open Universiteit te Heerlen |
| - | |
voorzitter NUFFIC (Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs) te 's-Gravenhage, van 9 september 1988 tot 28 februari 1993 |
| - | |
ereprofessor Universiteit van Nanjing (Volksrepl. China), vanaf november 1988 |
| - | |
lid programmacommissie School voor Openbaar Bestuur te 's-Gravenhage, vanaf 1989 |
| - | |
lid commissie onderwijs en arbeidsmarkt, vanaf 27 december 1989 |
| - | |
medewerker "School en Inzicht" |
| - | |
lid curatorium dagblad "Het Vrije Volk" |
| - | |
voorzitter klankbordgroep Reorganisatie Politie, vanaf juni 1990 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen De Nederlandsche Bank, vanaf juli 1990 (sinds 1994 tweede voorzitter) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Koninklijke Ahold N.V. |
| - | |
lid commissie functiewaardering leden Tweede Kamer, 1990 |
| - | |
voorzitter Raad voor het Binnenlands Bestuur, van 1 februari 1992 tot 1 januari 1997 |
| - | |
voorzitter NCB (Nederlands Centrum Buitenlanders), vanaf 1 juni 1992 |
| - | |
lid College van Adviseurs KPMG (accountants, belastingadviseursen consultants), vanaf april 1993 |
| - | |
voorzitter Stichting Max Havelaar, van 27 februari 1996 tot december 1997 |
| - | |
lid stuurgroep herstructurering personeelsbeleid burgemeesters, vanaf juli 1996 |
| - | |
voorzitter externe commissie project Criminaliteit en Integratie van Etnische Minderheden, van september 1996 tot 1998 |
| - | |
voorzitter Contactgroep Tegoeden Tweede Wereldoorlog (commissie-Van Kemenade), van 10 maart 1997 tot 26 januari 2000 |
| - | |
voorzitter IPO (Inter Provinciaal Overleg), van 1 november 1997 tot 26 september 2001 |
| - | |
belast met onderzoek naar de gang van zaken rond het optreden van Nederlandse militairen in Srebenica, van augustus 1998 tot september 1998 |
| - | |
voorzitter bestuur IMD (Institute for Multiparty Democracy), vanaf 2001 |
| - | |
voorzitter Raad van Toezicht Wageningen Universiteit en Wageningen Universiteit Researchcentrum, vanaf november 2001 |
| - | |
voorzitter RPC (Rijksplanologische Commissie), van 1 april 2002 tot 1 mei 2007 |
| - | |
voorzitter RMC (Rijksmilieuhygiënische Commissie), van 1 april 2002 tot 1 mei 2007 |
| - | |
lid Nationaal Comité Zilveren Regeringsjubileum Koningin Beatrix, van 21 februari 2004 tot april 2005 |
| - | |
lid Ambassadeursnetwerk Besturen, vanaf oktober 2004 (bevorderen van deelname van vrouwen in besturen van maatschappelijke en politieke organisaties) |
| - | |
Stelde in december 1973 de Innovatiecommissie middenschool in, die experimenten met de middenschool moet begeleiden |
| - | |
Bracht in 1974 samen met staatssecretaris Klein de Nota Studiefinanciering uit. Het totale bedrag aan studiefinanciering blijft onveranderd, maar er zal een verschuiving plaatsvinden ten gunste van studenten uit lagere inkomensgroepen. Er komt een basisbeurs die gelijk is aan het bedrag van de kinderbijslaguitkering en kinderaftrek in de inkomstenbelasting. Uitwonende studenten krijgen een hogere beurs dan thuiswonende. Daarnaast kunnen rentedragende leningen onder staatsgarantie worden afgesloten. |
| - | |
Bracht in 1974 het beleidsplan voor het onderwijs aan groepen in achterstandsituaties uit. |
| - | |
Bracht in 1974 samen met staatssecretaris Veerman de Nota "de groepsgrootte in het onderwijs" uit |
| - | |
Stelde in 1974 samen met minister Van Doorn de Commissie Open School in en in 1975 de Commissie Bevordering Plaatselijke Educatieve Netwerken. Er werden proefprojecten gestart met tweedekansonderwijs. |
| - | |
Bracht in 1975 samen met staatssecretaris Klein de Nota 'Planning van het Hoger Onderwijs' uit. Hierin wordt uiteengezet hoe de opbouw van het planningsysteem weer in gang is gezet. |
| - | |
Bracht in 1975 samen met de staatssecretarissen Veerman en Klein de Nota 'Contouren van een toekomstig onderwijsbeleid' (de zgn. Contourennota) uit. Daarin wordt onder meer de invoering van een basis- en middenschool voorgesteld. De nota is bedoeld als discussiestuk over het onderwijs in de komende 25 jaar. Na commentaren uit het onderwijsveld moet een tweede versie verschijnen. Het voorgestelde onderwijsstelsel gaat uit van een basisschool voor vier- tot twaalfjarigen, gevolgd door een vierjarige middenschool. Daarna volgt een bovenschool met een twee-, drie- of vierjarige opleiding. Dit kan voorbereidend onderwijs zijn voor het wetenschappelijk onderwijs of hoger-beroepsonderwijs of diverse vormen van voortgezet beroepsonderwijs. Er moet tweede-weg- en kansonderwijs komen voor mensen die al werken of zich later verder willen scholen. |
| - | |
Bevorderde als minister het participatieonderwijs. Bracht in 1975 de nota "Naar het participatie-onderwijs" uit. |
| - | |
Bracht in 1975 samen met staatssecretaris Klein de Nota 'Hoger onderwijs in de toekomst' uit. Hierin staat de mogelijke ontwikkeling op lange termijn en de aanzetten voor de eerstvolgende jaren. De nota gaat uit van de verwachting dat de komende 25 jaar de behoefte aan hoger onderwijs toeneemt. Er moet daarom één stelsel van hoger onderwijs komen, met daarin vier typen van programma's: voorbereiding van wetenschappelijke onderzoekers, voorbereiding van beroepen waarvoor wetenschappelijke vorming vereist is, voorbereiding voor beroepen die specifieke wetenschappelijke kennis vereisen, en algemeen toepasbare programma's. Er komen instellingen van wetenschappelijk onderwijs en instellingen van hoger-beroepsonderwijs. Ook de technische hogescholen en de landbouw-hogeschool worden universiteit. De wederzijdse doorstroming van hbo en w.o. zal worden bevorderd. |
| - | |
Bracht in 1976 de Beleidsnota Nascholing aan onderwijsgevenden uit. Er moet een meerjarenplan voor nascholing aan onderwijsgevenden. Er komen adviesraden voor de nascholing bij het kleuter- en lager onderwijs en voor het voortgezet onderwijs. De kosten voor nascholing komen grotendeels voor rekening van de overheid. Alleen als nascholing tot een extra onderwijsbevoegdheid leidt, zal een eigen bijdrage worden gevraagd. Nascholing moet plaatsvinden tijdens werktijd. |
| - | |
Bracht in 1977 samen met staatssecretaris Klein de Nota Open Universiteit. Daarin wordt uitbreiding van het aanbod van deeltijd hoger onderwijs voorgesteld, waardoor iedereen die eerder niet in de gelegenheid was alsnog een mogelijkheid moet worden geboden die vorm van onderwijs te volgen. Een commissie-De Moor moest adviseren over organisatorische opzet, onderwijskundige vormgeving en financiering. |
| - | |
Bracht in 1977 samen met staatssecretaris De Jong de Nota Speciaal Onderwijs uit. Er wordt een aparte wet aangekondigd voor onderwijs aan kinderen met een handicap. De term buitengewoon onderwijs verdwijnt en wordt vervangen door speciaal onderwijs. Het streven is om kinderen zo veel mogelijk onderwijs te geven in reguliere scholen voor basis- en voortgezet onderwijs. Daarvoor moeten extra (financiële) middelen komen. |
| - | |
Bracht in 1977 samen met staatssecretaris De Jong de Vervolgnota Contouren van een toekomstig onderwijsbeleid uit |
| - | |
Diende in 1977 een ontwerp-Wet op het basisonderwijs in |
| - | |
Verhoogde in 1981 de door zijn voorganger Pais ingediende begroting voor 1982 met per saldo f 97 miljoen (f 36 miljoen extra bezuinigingen en f 133 miljoen investeringen). Bezuinigingen zijn er op academische ziekenhuizen en universiteiten, tevens worden examen- en cursusgelden verhoogd. Er komt meer geld voor onder meer onderwijsvoorrangsbeleid, emancipatie en volwassenenonderwijs. |
| - | |
Diende in 1982 samen met staatssecretaris Deetman de Nota 'Verder na de basisschool' in over de eerste drie jaar van het voortgezette basisonderwijs (middenschool). Deze vorm van vervolgonderwijs na de basisschool geldt voor iedereen en moet drie jaar duren en kan in bepaalde gevallen met een jaar worden verlengd. In een tweede fase kan worden gekozen uit beroepsonderwijs, algemeen onderwijs en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. |