| - | |
wetenschappelijk medewerker VARA (Vereniging van Arbeiders Radio-Amateurs), van 1970 tot 1971 |
| - | |
internationaal secretaris PvdA, van 4 februari 1971 tot 1975 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 7 november 1989 |
| - | |
minister van Defensie, van 7 november 1989 tot 22 augustus 1994 (in 1991 enige tijd op non-actief) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 1 januari 1995 |
| - | |
Commissaris van de Koningin in Drenthe, vanaf 1 januari 1995 |
| - | |
lid AIV (Adviescommissie Internationale Vraagstukken) en voorzitter Commissie Vrede en Veiligheid AIV, vanaf juli 1997 (bezoldigd) |
| - | |
voorzitter Prins Bernhard Cultuurfonds Drenthe |
| - | |
lid IPO (Inter Provinciaal Overleg), bestuurlijke adviescommissie Communicatie |
| - | |
lid algemeen en dagelijks bestuur SNN (Samenwerkingsverband Noord-Nederland) |
| - | |
lid algemeen bestuur Fonds Nazorgheffing |
| - | |
docent Leergang Beleidsontwikkeling Defensie (bezoldigd) |
| - | |
voorzitter Vereniging voor Professioneel Schaatsen (bezoldigd) |
| - | |
voorzitter Raad van Toezicht Militair historisch Museum (onbezoldigd) |
| - | |
lid Raad van Advies Stichting Nationaal Indië Monument 1945-1962 (onbezoldigd) |
| - | |
lid bestuur Johan Cruyff Foundation (onbezoldigd) |
| - | |
lid Raad van Topsportadvies van de topsportstichting Top Zwemmen Amsterdam (onbezoldigd) |
| - | |
lid bestuur van de Steunstichting Beatrixoord (onbezoldigd) |
| - | |
voorzitter lid Democratisch-Socialistische Studenten Vereniging "Politeia", van 1963 tot 1964 |
| - | |
lid Raadgevende Vergadering Raad van Europa en West-Europese Unie, van maart 1972 tot mei 1972 |
| - | |
lid bestuur Stichting Vormingswerk te Coevorden |
| - | |
lid bestuur Stichting "Salvador Allende" |
| - | |
voorzitter Humanistisch Overleg Mensenrechten |
| - | |
lid Noord-Atlantische Assemblée |
| - | |
lid bestuur streekziekenhuis Coevorden-Hardenberg |
| - | |
vicevoorzitter "Parlementarians for World Order" |
| - | |
voorzitter "Parliamentarians for Global Action" te New York |
| - | |
voorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel inzake Goedkeuring van Burgerrechtverdragen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1976 tot september 1978 |
| - | |
voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Sanctiewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1976 tot oktober 1977 |
| - | |
voorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1979 tot oktober 1981 |
| - | |
voorzitter bijzondere commissie voor de zaak-Khan (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 25 maart 1980 tot oktober 1986 (onderzoek naar het lekken van kernenergie-technologie naar Pakistan via de heer Khan) |
| - | |
ondervoorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1981 tot november 1982 |
| - | |
voorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1982 tot oktober 1986 |
| - | |
ondervoorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1986 tot november 1989 |
| - | |
Bracht in 1991 samen met staatssecretaris Van Voorst tot Voorst de Defensienota 'Herstructurering en verkleining' uit over het omvormen van de Nederlandse krijgsmacht tot een kleinere en flexibelere krijgsmacht die vooral kan bijdragen aan internationale vredesoperaties. In tien jaar moet de personeelssterkte van defensie met circa 40.000 afnemen. |
| - | |
Stelde in 1991 de commissie-dienstplicht (commissie-Meijer) in, die moest adviseren over modernisering van de dienstplicht en de eventuele wenselijkheid van een beroepsleger |
| - | |
Bracht in 1993 als vervolg op de Defensienota 1991 samen met minister Kooijmans en staatssecretaris Van Voorst tot Voorst de Prioriteitennota uit. In deze nota worden nadere plannen ontvouwd voor drastische bezuinigingen op defensie, voor vermindering van het aantal personeelsleden en voor het op termijn afschaffen van de opkomstplicht voor dienstplichtigen. De krijgsmacht moet professioneler worden, onder andere met het oog op Nederlandse deelname aan VN-vredesmissies. Zware gemechaniseerde eenheden worden vervangen door lichtere eenheden. Er komt een luchtmobiele brigade die als onderdeel van een multinationale strijdmacht kan worden ingezet in crisisgebieden. De koninklijke Landmacht verliest haar twee nucleaire taken. Het aantal schepen bij de Koninklijke Marine wordt verminderd. Er komen grotere transsportvliegtuigen, die bijtanken van vliegtuigen in de lucht mogelijk moeten maken. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap daalden de uitgaven voor defensie met bijna twintig procent |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap leverde Nederland een bijdrage aan de internationale militaire operatie voor de bevrijding van Koeweit en werden militairen in VN-verband naar onder meer Cambodja en Bosnië uitgezonden |
| - | |
Was in december 1993 (samen met minister Kooijmans) verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen aan de VN van een Nederlands bataljon van de luchtmobielebrigade ter beveiliging van moslimbevolking in de enclave Srebrenica in Bosnië |
| - | |
Bracht in 1994 samen met minister Kooijmans een notitie uit over de betrokkenheid van het parlement bij uitzending van militaire eenheden. Uitgangspunt is daarbij de verantwoordingsplicht van de regering aan het parlement. Een besluit tot uitzending wordt per brief aan het parlement meegedeeld, waarna daarover op verzoek overleg kan plaatsvinden. De brief bevat het institutioneel kader van de operatie, en voorts doel, omvang, duur en beoogde middelen; de taakopdracht van de Nederlandse militairen en de financiële consequenties. |
| - | |
Bracht in 1991 samen met minister Van den Broek wetten tot Goedkeuring van verdragen over vermindering van conventionele strijdkrachten in Europa tot stand. Die verdragen leiden tot reductie van in totaal 45.000 stuks tanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelicopters. Daarmee werd feitelijk het einde van koude oorlog gemarkeerd. |
| - | |
Bracht in 1990 samen met minister Hirsch Ballin een - in 1989 door de Tweede Kamer aanvaarde - wijziging van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht in het Staatsblad. De herziening voorziet in herziening van het sanctiestelsel, waarbij de doodstraf wordt afgeschaft en bijkomende straffen van ontslag uit militaire dienst, verlaging en en plaatsing in een strafklasse verdwenen. Er komt een scheiding tussen straf- en tuchtrecht. Het militair tuchtrecht wordt geschreven recht en bevat een regeling voor tuchtprocedure, vertrouwensman en beroepsprocedure. De Wet Militaire Strafrechtspraak vervangt de bestaande wetgeving, waaronder de Militaire Cassatiewet. Er is aansluiting gezocht bij het Wetboek van Strafvordering, maar militairen staan voor strafbare feiten terecht voor een militaire kamer, politierechter of kantonrechter. |