![]() |
voornamen (roepnaam) |
personalia |
partij/stroming |
| - | ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980 | |
| - | CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980 |
loopbaan |
| - | advocaat en procureur te Amsterdam, van 1938 tot 1940 | |
| - | chef directie-secretariaat N.V. "De Bijenkorf", van 1940 tot 1945 | |
| - | hoogleraar Romeins recht en internationaal privaatrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 4 oktober 1945 tot 5 september 1966 | |
| - | lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 1 juli 1958 tot 5 september 1966 | |
| - | rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 16 september 1959 tot 21 september 1960 | |
| - | minister van Binnenlandse Zaken, van 5 september 1966 tot 5 april 1967 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 1967 tot 16 maart 1970 | |
| - | hoogleraar Romeins recht en Nederlandse rechtsgeschiedenis, Vrije Universiteit te Amsterdam, van september 1967 tot 16 maart 1970 | |
| - | Commissaris van de Koningin in Utrecht, van 16 maart 1970 tot 1 maart 1980 | |
| - | lid Raad van State in buitengewone dienst, van 1 maart 1980 tot 1 maart 1986 (benoemd bij K.B. van 28 december 1979, nr. 72) |
partijpolitieke functies |
| - | lid moderamen ARP, van 1950 tot 1960 | |
| - | voorzitter Organisatiecommissie ARP, van 1956 tot 28 oktober 1960 | |
| - | lid bestuur ARP kiesvereniging | |
| - | voorzitter commissie van advies van de ARP, van 14 januari 1967 tot 7 maart 1970 | |
| - | lid Groep van Achttien (overleg over samenwerking ARP, CHU en KVP), van juni 1968 tot 1970 | |
| - | vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1969 tot 16 maart 1970 |
nevenfuncties |
| - | raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te Amsterdam, van 20 april 1959 tot 1970 | |
| - | kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1960 tot 5 september 1966 | |
| - | plaatsvervangend lid Academische Raad, van 1960 tot 1965 | |
| - | voorzitter van onderzoek wijziging van de rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot 1965 | |
| - | lid dagelijks bestuur SER (Sociaal-Economische Raad), van 1961 tot 1966 | |
| - | voorzitter foreign student service (voor 1966) | |
| - | lid bestuur CBO (Christelijke Bond van Overheidspersoneel) (voor 1966) | |
| - | lid onderzoekscommissie naar de achtergronden van de situatie in Amsterdam (commissie-Enschede), omstreeks 1966 | |
| - | lid Europees Comité voor wetenschappelijk overleg en onderzoek | |
| - | lid bijzondere adviesgroep knelpunten bij de medische opleiding, vanaf november 1968 | |
| - | lid Staatscommissie vereenvoudiging en codificatie van de sociale wetgeving (Staatscommissie-Veldkamp), van 1 april 1969 tot 9 november 1982 | |
| - | voorzitter/lid Adviescommissie Arbeidsvoorwaarden Overheidspersoneel, omstreeks 1970 | |
| - | lid College van Curatoren Vrije Universiteit te Amsterdam, 1972 | |
| - | voorzitter College Algemene Bijstandswet, van 1973 tot 1980 | |
| - | voorzitter College van Curatoren Nederlandse Politie Academie, omstreeks 1976 | |
| - | informateur, van 11 oktober 1977 tot 25 oktober 1977 (samen met Vrolijk) | |
| - | voorzitter Stichting voor Culturele Samenwerking (Sticusa) | |
| - | lid bestuur Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, omstreeks mei 1986 | |
| - | lid Raad van Commissarissen Halbertsma N.V. te Grouw | |
| - | lid Adviescommissie Overheid, godsdienst en levensovertuiging (commissie-Hirsch Ballin), van 17 februari 1985 tot 28 maart 1988 | |
| - | voorzitter Stichting voor Nederlandse Lexicologie |
opleiding |
| - | Prot.Chr. lagere school te Amsterdam, van 1921 tot 1927 |
| - | gymnasium-a, "Gereformeerd Gymnasium" te Amsterdam, van 1927 tot 1933 |
| - | Nederlands recht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1933 tot 17 juni 1938 |
| - | rechtsgeleerdheid Vrije Universiteit te Amsterdam, 15 maart 1940 |
activiteiten |
| - | Hield zich als Eerste-Kamerlid vooral bezig met justitie, onderwijs en wetenschappen en cultuur en recreatie |
| - | In 1969 stemden hij en Albeda als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) motie-Burger waarin gevraagd de f 225 miljoen extra aan defensiegelden te schrappen |
| - | Stelde commissies in inzake de opkomstplicht, de filmkeuring en de schadeloosstelling van Kamerleden |
| - | Bracht in 1967 een wet tot stand over uitbreiding van Zwolle met onder meer het gebied van de gemeente Zwollerkerspel. Dit voorstel was in 1966 ingediend door staatssecretaris Westerhout. | |
| - | Bracht in 1967 een nieuwe Spoorwegpensioenwet (Stb. 138) tot stand, die de wet uit 1925 vervangt. De nieuwe wet sluit aan op het systeem van de Algemene Pensioenwet uit 1966, maar bevat ook inhoudelijke verbeteringen. Er komt een afzonderlijke Raad van Toezicht, waarin ook werknemersorganisaties zitting krijgen. De wachttijd van 7 tot 10 dienstjaren om voor pensioen in aanmerking te komen, vervalt; invaliditeitsjaren tellen voortaan mee voor de pensioenopbouw. Het pensioen voor weduwen wordt verhoogd. Het wetsvoorstel was in 1966 ingediend door minister Smallenbroek. |
| - | Kreeg op 11 oktober 1977 het verzoek om samen met mr. M. Vrolijk, met inachtneming van hetgeen in het tot dusverre gevoerde overleg was vastgesteld, na te gaan op welke wijze op de kortste termijn een kabinet gevormd kon worden dat mocht vertrouwen in voldoende mate steun in de volksvertegenwoordiging te ondervinden. Zij wisten op 25 oktober overeenstemming te bereiken over de zetelverdeling (7 PvdA, 7 CDA en 2 D66) in een te vormen kabinet-Den Uyl. Bij die verdeling werden Justitie en Binnenlandse Zaken toebedeeld aan het CDA, maar werd afgesproken dat Van Agt Binnenlandse Zaken zou gaan bezetten. Ook Ontwikkelingssamenwerking zou naar het CDA gaan. De PvdA zou onder meer Onderwijs en Volkshuisvesting krijgen. |
wetenswaardigheden |
| - | Zijn vader was arrondissementsrechter, raadsheer en president van het Gerechtshof te Amsterdam, Statenlid en gemeenteraadslid van Amsterdam | |
| - | Had veel contacten met het Koninklijk Huis | |
| - | Huisvriend van J. Zijlstra en studiegenoot/collega van I.A. Diepenhorst |
| - | In 1963 Eerste-Kamerkandidaat in Groep III: Noord-Holland en Friesland |
| - | minister zonder portefeuille voor Grondwetszaken en de 'West', maart 1967 |
| - | Amsterdam, De Lairessestraat 74, omstreeks 1955 | |
| - | Amsterdam, Willem Royaardsstraat 18, omstreeks 1966 en nog in 1970 | |
| - | Zeist, omstreeks 1975 | |
| - | Bilthoven, Soestdijkseweg 323, omstreeks 1992 tot 11 maart 1998 |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1963 | |
| - | Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 17 april 1967 | |
| - | Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 24 januari 1980 |
| - | schaken | |
| - | geschiedenis |
publicaties/bronnen |
| - | "Nietigheid van besluiten" (dissertatie, 1940) | |
| - | "De zuiveringsgedachte bij de Romeinen" (1945) | |
| - | "Mosaic law in practice and study throughout the ages" (1959) | |
| - | "Sanhedrin en Gabbatha: enige noodzakelijke aanvullingen op de rechtshistorische literatuur" (1959) | |
| - | "Een commentaar van Hugo de Groot op de Lex Romana Burgundiorum" (1963) | |
| - | "Nederlandse rechtsgeschiedenis 1795-1975" (1976) | |
| - | diverse artikelen op het gebied van burgerlijk recht, vennootschapsrecht, rechtsgeschiedenis en universitaire vraagstukken |
| - | Wie is dat? 1956 | |
| - | "P.J. Verdam (1915 - 1998); Niet dol op politiek", NRC Handelsblad, 12 maart 1998 |
familie/gezin |
| - | advocaat, van 1909 tot 1929 | |
| - | lid gemeenteraad van Amsterdam | |
| - | lid Provinciale Staten van Noord-Holland |
| - | Kleinzoon van R.K. Okma, Tweede-Kamerlid | |
| - | Neef (oomzegger) van H. Okma, Tweede-Kamerlid |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||