| - | |
ambtenaar studievoorlichting, Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1971 tot 1972 |
| - | |
griffier Hogeschoolraad, Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1972 tot 1978 |
| - | |
stafmedewerker College van Bestuur, Technische Hogeschool Twente te Enschede, van 1978 tot 1979 |
| - | |
(pers)Officier van Justitie te Almelo, van 1979 tot 1986 |
| - | |
advocaat-generaal Gerechtshof te Arnhem, van 1986 tot september 1991 |
| - | |
procureur-generaal Gerechtshof te Arnhem, van september 1991 tot 1 januari 1994 |
| - | |
procureur-generaal Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1 januari 1994 tot 22 augustus 1994 |
| - | |
minister van Justitie, van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1999 tot 1 oktober 1999 |
| - | |
lid Raad van State, vanaf 19 december 2005 |
| - | |
voorzitter regionale toetsingscommissie euthanasie te Arnhem, vanaf januari 1999 |
| - | |
lid Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie, vanaf juli 1999 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Universiteit Twente, vanaf september 2001 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Unicef Nederland |
| - | |
lid bestuur Stichting Arbo Unie |
| - | |
voorzitter stuurgroep Modernisering Opleidingen en Beroepsuitoefening in de Gezondheidszorg, vanaf september 2004 |
| - | |
lid Raad van Advies Hay Group Nederland, vanaf februari 2005 |
| - | |
lid Commissie Ruim Baan voor Talent |
| - | |
lid Raad van Toezicht Mondriaan Onderwijsgroep |
| - | |
lid bestuur Stichting African Parks |
| - | |
lid Raad van Toezicht Hogeschool Rotterdam |
| - | |
lid bestuur Stichting Indisch herinneringscentrum Bronbeek |
| - | |
voorzitter Multatuli-genootschap, vanaf oktober 2007 |
| - | |
voorzitter jury Wagenaar Prijs, 2007 |
| - | |
lid Raad voor de Journalistiek |
| - | |
voorzitter Academie voor Beeldende Kunst Oost-Nederland |
| - | |
voorzitter Enschedese Muziekschool |
| - | |
vicevoorzitter Forum, opera- en symfonie-orkest |
| - | |
lid College van Toezicht Nederlandse Vereniging van Assurantietussenpersonen |
| - | |
voorzitter Stichting Dansdagen |
| - | |
lid Raad voor de Verkeersveiligheid |
| - | |
lid bestuursraad LSOP (Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie) |
| - | |
voorzitter Stichting NES-theaters te Amsterdam, vanaf 1 januari 1999 |
| - | |
voorzitter Raad voor Cultuur, van 1 oktober 1999 tot 1 januari 2006 |
| - | |
voorzitter begeleidingscommissie toelating van studenten bij studies met een numers fixus, vanaf 18 april 1999 |
| - | |
lid Raadkamer Wet buitengewoon pensioen van de Pensioen- en Uitkeringsraad |
| - | |
algemeen voorzitter tuchtgerecht Productschap voor Pluimvee en Eieren, vanaf 1 januari 2000 |
| - | |
voorzitter jury Joke Smit-prijs, vanaf juli 2000 |
| - | |
voorzitter Stichting Patiëntenfonds, vanaf augustus 2000 |
| - | |
voorzitter College van Toezicht en Advies SIRE (Stichting Ideële Reclame), vanaf 1 januari 2002 |
| - | |
secretaris algemeen bestuur Unicef Nederland, vanaf december 2002 |
| - | |
voorzitter NPRD (Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen racisme en discriminatie), van 9 april 2002 tot februari 2004 |
| - | |
lid Commissie Geschillen Aandelenlease, van 3 september 2003 tot juni 2004 |
| - | |
begeleiding project Beter Geregeld, ministerie van Verkeer en Waterstaat |
| - | |
lid commissie Centrale Archiefselectiedienst |
| - | |
lid bestuur Multatuli-genootschap |
| - | |
Bracht in 1995 samen met minister Borst en staatssecretaris Kohnstamm de Nota "Het Nederlandse drugbeleid. Continuïteit en verandering" uit. Er is geen reden om het Nederlandse drugbeleid drastisch te veranderen; de resultaten daarvan steken gunstig af bij andere Europese landen. Uitgangspunten daarvan blijven het belang van de volksgezondheid en decriminalisering. Wel komt er meer aandacht voor overlast door drugsgebruik, de rol van de misdaad bij drugshandel en voor de internationale aspecten. Het legaliseren van (hard-)drugs wordt afgewezen. |
| - | |
Reorganiseerde in 1995/1996 de top van het ministerie van Justitie naar aanleiding van de IRT-affaire. Er komt een landelijk parket dat de gezagsuitoefening heeft over het Landelijk rechercheteam (opgericht op 1 juni 1995) en een beleidsondersteunende functie op het gebied van de criminaliteitsbestrijding, in het bijzonder ten aanzien van de georganiseerde misdaad. Het landelijk parket komt onder gezag te staan van de hoofofficier van justitie. Het landelijk parket wordt één van de in totaal 25 parketten, die ondergeschikt zijn aan het College van procureurs-generaal. |
| - | |
Bracht in 1996 de nota's "In juiste verhoudingen" (over rechtshandhaving en veiligheid), "Taakstraffen" en "Grenzen aan gedogen" uit |
| - | |
Bereikte in november 1996 in Europees verband een akkoord over voortzetting van het Nederlandse drugbeleid, waarop met name door Frankrijk hevige kritiek was geuit |
| - | |
Stelde in 1997 samen met minister Borst regionale toetsingscommissies in die de zorgvuldigheid van artsen bij euthanasie gaan toetsen. Pas na een medische beoordeling wordt eventueel het openbaar ministerie ingeschakeld. |
| - | |
Bracht in 1997 de Nota strafrechtelijke aansprakelijkheid overheidsorganen uit. Aanleiding voor deze nota is het zgn. Pikmeer-arrest (geen vervolging van een ambtenaar voor het storten van verontreinigd slib in het Pikmeer). Als uitgangspunt wordt geformuleerd dat ook de overheid is gebonden aan het recht. Overheidsorganen kunnen strafrechtelijk gezien echter niet volledig worden gelijkgesteld met burgers, omdat het handelen een afgeleide is van politieke beslissingen. Toezicht door andere bestuursorganen is belangrijker en moet worden verbeterd. Bij evident onrecht door overheidsorganen zal echter wel strafrechtelijke vervolging plaatsvinden. |
| - | |
Bracht in 1997 samen met minister Dijkstal de Nota Criminaliteit in relatie tot integratie van etnische minderheden (CRIEM) uit. Hierin wordt ingegaan op de criminaliteitsproblematiek onder met name Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse jongeren en op de oorzaken en achtergronden daarvan. Er moet een integrale aanpak komen, die zich richt op zeer jeugdigen, schoolgaanden en op degenen die zich schuldigmaken aan lichte vormen van criminaliteit. Het tegengaan van spijbelen en schooluitval, en betere aansluiting bij de arbeidsmarkt staan centraal. |
| - | |
Diende in 1997 de wetsvoorstellen Wet bijzondere politieregisters en wet bijzondere opsporingsbevoegdheden in. Deze wetsvoorstellen werden door haar opvolger in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Reorganiseerde per 1 januari 1998 het Openbaar Ministerie, waarbij het OM beheersmatig werd verzelfstandigd. Diende het wetsvoorstel Wet Reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket in. |
| - | |
Diende in 1997 een wetsvoorstel tot opheffing van het bordeelverbod in. Dit voorstel werd in 1999 door minister Korthals in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bracht in 1998 de Nota wetgeving inzake de elektronische snelweg uit. Dit is een oriënterende nota over de gevolgen op wetgevend gebied van 'de digitale snelweg'. De overgang naar de informatiesamenleving brengt volgens de nota verregaande veranderingen met zich mee. Uitgangspunt is: wat 'off line' geldt, moet ook 'on line' gelden. Als bijkomend probleem wordt gezien dat het internationale karakter van de elektronische snelweg zich niet goed verhoudt met territoriaal georganiseerde overheden. |
| - | |
Diende in 1998 het wetsvoorstel Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen in. Dit voorstel werd in 2000 door haar opvolger in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bracht in 1995 samen met staatssecretaris Kohnstamm de Wet afschaffing adviesverplichting (Stb. 355) tot stand. Het vragen van advies door de rijksoverheid, zoals opgenomen in diverse wetten, vervalt. Tevens wordt er een dwingende termijn opgenomen waarbinnen advisering moet plaatsvinden. Door aanneming van een amendement-B.M. de Vries vervalt ook de verplichte advisering door de S.E.R. |
| - | |
Bracht in 1996 een wet (Stb. 487) tot stand inzake het voorlopig proces verbaal en voorlopig vonnis. Het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting en het verkorte vonnis krijgt een wettelijke basis. Het is niet langer nodig dat pv en vonnis bij de uitspraak gereed moeten zijn. |
| - | |
Bracht in 1996 een wet (Stb. 505) tot stand tot verhoging van de straf voor mensensmokkel van één naar vier jaar. |
| - | |
Bracht in 1997 de Beginselenwet verpleging ter beschikkinggestelden (Stb. 280) tot stand. Deze vernieuwt onder meer de rechtspositie van terbeschikkinggestelden. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door minister Hirsch Ballin. |
| - | |
Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 282) van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering tot stand omtrent de terbeschikkingstelling en sanctietoepassing ten aanzien van gestoorde delinquenten. De wet regelt de combinatie van gevangenisstraf en behandeling voor TBS'ers. De rechter beoordeelt regelmatig of een tot gevangenisstraf veroordeelde aan zijn behandeling kan beginnen. Behandeling kan gedwongen plaatsvinden in een TBS-inrichting. De volgorde straf-behandeling blijft gehandhaafd, maar spoedige aanvang van de behandeling (als regel na 1/3 van de straf) is uitgangspunt. |
| - | |
Bracht in 1997 samen met minister Dijkstal de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Stb. 500) tot stand. Hierdoor wordt het verboden om zonder vergunning als beveiligingsorganisatie beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten. Een vergunning wordt maximaal voor vijf jaar verleend. Er komen eisen waaraan onder meer personeel en installaties moeten voldoen. De politie is belast met het toezicht op de naleving van de wet. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door de ministers Hirsch Ballin en Dales. |
| - | |
Bracht in 1997 een herziening (Stb. 772) van het wettelijke afstammingsrecht en de regeling voor adoptie tot stand. Deze wet opent de mogelijkheid van eenpersoonsadoptie en schrapt in een aantal wetten de terminologie wettig, onwettig en natuurlijk kind. |
| - | |
Bracht in 1997 een Wet inzake splitsing van rechtspersonen (Stb. 776) tot stand. Dit maakt het vanwege economische, juridische of fiscale redenen als afzonderlijke rechtspersoon voortzetten van een deel van een bestaande rechtspersoon mogelijk. |
| - | |
Bracht in 1998 wetten (Stb. 31 en 33) tot stand inzake de dagvaardingstermijn bij de politierechter, de oproeping in kantongerechtszaken, alsmede het instellen van hoger beroep, tot herziening van het onderzoek ter terechtzitting en met betrekking tot het rechtsgeding voor de politierechter. De uitreiking van een gerechtelijke mededeling aan een verdachte moet zo veel mogelijk in persoon plaatsvinden op het moment dat deze contact heeft met de opsporingsambtenaar, de strafgriffie of het parket. Daardoor wordt gegarandeerd dat de verdachte het stuk op krijgt en op de hoogte is van de datum van de terechtzitting. |
| - | |
Bracht in 1998 samen met minister Jorritsma de Wet bestraffing ernstige snelheidsovertredingen (Stb. 375) tot stand, waardoor bij overschrijding van de maximum snelheid met meer dan 50 km als bijkomende straf ontzegging van de rijbevoegdheid mogelijk wordt. |
| - | |
Bracht in 1998 de Penitentiaire beginselenwet (Stb. 430) tot stand, die regels bevat over het beheer en regime van inrichtingen, de selectie van gedetineerden, de inbreuk op grondrechten en het klacht- en beroepsrecht. De verschillende afdelingen van een strafinrichting kunnen een eigen regime voeren, dat afhankelijk is van de mate van beveiliging, het type inrichting en de bewegingsvrijheid. Inrichtingen krijgen als zorgplicht onder meer medische, geestelijke en sociale verzorging. Gedetineerden kunnen een deel van de straf buiten de inrichting ondergaan. De Beginselenwet gevangeniswezen wordt ingetrokken. |