| - | |
journalist dagblad "De Stem", van 1949 tot 1953 (tevens correspondent dagblad "De Maasbode") |
| - | |
hoofdambtenaar gemeenschappelijke vergadering EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) te Luxemburg, van 1953 tot 1963 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 31 juli 1963 tot 17 augustus 1971 |
| - | |
lid gemeenteraad van Nieuw-Ginniken, van 6 september 1966 tot 6 september 1971 |
| - | |
wethouder (van volkshuisvesting, sociale zaken en openbare werken) van Nieuw-Ginneken, van 6 september 1966 tot 6 september 1971 |
| - | |
lid Europees Parlement, van 8 mei 1967 tot 17 augustus 1971 (aangewezen door de Staten-Generaal) |
| - | |
staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (belast met Europese samenwerking), van 17 augustus 1971 tot 7 maart 1973 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 11 mei 1973 |
| - | |
minister van Verkeer en Waterstaat, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 december 1977 tot 15 februari 1978 |
| - | |
algemeen directeur Europese Optiebeurs te Amsterdam, van 16 februari 1978 tot 1993 |
| - | |
lid jury Robert Schumanprijs, 1964 |
| - | |
lid Noord-Atlantische Assemblée |
| - | |
vicevoorzitter Europees Parlement, van 1971 tot augustus 1971 |
| - | |
secretaris International Association of Options Exchanges and Clearing Houses |
| - | |
voorzitter European Community Options and Futeres |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Tulip |
| - | |
lid Raad van Commissarissen DSB Groep te Wognum, vanaf 1 september 1994 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Interoc Holding te Hoofddorp, vanaf juni 1999 |
| - | |
Behoorde in 1964 tot de minderheid van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Instelling openbaar lichaam Rijnmond stemde |
| - | |
Behoorde in 1964 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het (onaanvaardbaar verklaarde) amendement-Scheps stemde, waardoor de Bijlmermeer bij de gemeente Amsterdam zou worden gevoegd |
| - | |
Behoorde in 1966 tot de minderheid van zijn fractie die tegen het (verworpen) wetsvoorstel inzake een numerus fixus voor de studie geneeskunde stemde |
| - | |
Behoorde in 1967 tot de minderheid van zijn fractie die tegen artikel 22 (exclusief publicatierecht programmagegevens voor omroepverenigingen) van de ontwerp-Omroepwet stemde |
| - | |
Behoorde in 1967 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Voogd over afschaffing van keuring van tv-films stemde |
| - | |
Behoorde in februari 1968 met Van Doorn en Kessel tot de minderheid van de KVP-fractie die vóór een motie-Aarden stemde, waarin om verhoging van het budget voor ontwikkelingshulp werd gevraagd |
| - | |
In 1969 stemden hij en Van Schaik als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) motie-Imkamp waarin om erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van Biafra werd gevraagd |
| - | |
Was als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken nauw betrokken bij onderhandelingen over een associatieverdrag tussen de E.E.G. en de Europese Vrijhandelsorganisatie |
| - | |
Speelde met minister-president Biesheuvel en minister Schmelzer een belangrijke rol bij de onderhandelingen in 1971 en 1972 over toetreding van Denemarken, Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk tot de E.E.G. |
| - | |
Zette als minister van Verkeer en Waterstaat zette hij het beleid van zijn voorgangers Drees en Udink voort. Hoofddoelstellingen zijn: terugdringing van ongewenste mobiliteit door betere ruimtelijke ordening en bevordering van openbaar vervoer en financiële ondersteuning daarvan (overnemen van exploitatietekorten). Vooral in stedelijke gebieden zijn maatregelen tegen autoverkeer nodig. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap werd (in 1973 en 1974) goedkeuring gehecht aan plannen tot aanleg van de Schiphollijn, de tweede fase van de Zoetermeerstadslijn en de heropening van de spoorlijn Veenendaal-Rhenen. Tevens wordt besloten tot aanleg van een sneltramverbinding Utrecht-Nieuwegein en van de Hemspoortunnel van Amsterdam naar Zaandam. |
| - | |
Diende in 1973 als minister van Verkeer en Waterstaat een wetsvoorstel in over het heffen van statiegeld op auto's; dit voorstel werd in 1974 ingetrokken |
| - | |
Was in 1974 verantwoordelijk voor het besluit tot gedeeltelijke afsluiting met een pijlerdam van de Oosterschelde. Had eerder een commissie-Klaasesz ingesteld die moest rapporteren over alle veiligheids- en milieuaspecten van de afsluiting. Deze commissie adviseerde in maart 1974 tot aanleg van een zgn. blokkendam, met een stormvloedkering. Mede op grond hiervan koos de regering op 9 november 1974 voor een stormstuwcaissondam, waarbij de Oosterschelde gedeeltelijk open kon blijven. Westerterp verdedigde dit besluit op 20 en 21 november met succes in de Tweede Kamer. |
| - | |
Verscherpte de alcoholcontrole in het verkeer, door onder meer invoering van de blaastest (1 november 1974) |
| - | |
Een door hem in 1974 ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd wetsvoorstel over de periodieke autokeuring werd in 1979 ingetrokken omdat een parlementaire meerderheid haar voorkeur gaf aan een initiatiefwetsvoorstel van PvdA en VVD. |
| - | |
Verplichtte in 1975 het dragen van de autogordel en de bromfietshelm |
| - | |
Bracht in 1977 samen met minister Gruijters het Structuurschema Verkeer en Vervoer uit. Hierin wordt gekozen voor terughoudendheid bij de aanleg van nieuwe wegen, voor versterking van het openbaar vervoer (onder andere door uitbreiding van het intercitynet, vrije busbanen en een snelle spoorverbinding met België en Duitsland) en voor bevordering van het fietsverkeer (vrijliggende fietspaden). |
| - | |
Bracht in 1977 de Nota betreffende het Waterschapsbestel uit. In afwijking van het rapport van de Studiecommissie Waterschappen (Staatscommissie-Kranenburg) wordt voorgesteld niet alleen grote tot zeer grote waterschappen in te stellen, maar differentatie mogelijk te maken, waarbij het provinciaal bestuur verantwoordelijk is voor omvang en taakstelling van de waterschappen. De toezichthoudende functie op waterschappen van de provincies moet blijven gehandhaafd, maar zal meer binnen het kader van door de centrale overheid getrokken beleidslijnen plaatsvinden. Er zal een gezamenlijke vertegenwoordiging komen van eigenaren en gebruikers; ook vertegenwoordigers van groepen belangen krijgen toegang tot het waterschapsbestuur. |
| - | |
Stelde in 1977 de voorlopige Raad voor de Verkeersveiligheid in. Voorzitter hiervan werd mr. Pieter van Vollenhoven. |
| - | |
Verdedigde in 1977 samen met de ministers Stemerdink en Vorrink met succes in de Tweede Kamer een wetsvoorstel tot wijziging van de Luchtvaartwet over regels voor de aanwijzing van luchtvaartterreinen. Het wetsvoorstel werd door de staatssecretarissen Smit-Kroes en Van Eekelen en minister Ginjaar in 1978 in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met minister-president Biesheuvel en de ministers Schmelzer, Langman en Lardinois de rijkswet (Stb. 651) Goedkeuring van het op 22 januari 1972 tot stand gekomen Verdrag betreffende de toetreding van Denemarken, Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk tot de E.E.G. en Euratom tot stand |
| - | |
Bracht in 1974 de Wet rijonderricht motorrijtuigen (Stb. 346) tot stand. Hierdoor is het geven van rijonderricht alleen mogelijk als de instructeur aan bekwaamheidseisen heeft voldaan. De toetsing daarvan vindt plaats bij een instructeursexamen; het bewijs ervoor is levenslang en kan niet worden ingetrokken. |
| - | |
Bracht in 1975 een wijziging (Stb. 546) van de Wet op de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor een kentekenplicht voor op de weg staande motorrijtuigen werd ingevoerd. Hierdoor wordt controle op naleving van de plicht tot betaling van motorrijtuigenbelasting vereenvoudigd. |
| - | |
Bracht in 1975 samen de staatssecretarissen Van Hulten en Brinkhorst de Wet verontreiniging zeewater tot stand en diverse wetten tot goedkeuring van verdragen over het tegengaan van olievervuiling op zee. |
| - | |
Bracht in 1976 een wijziging (Stb. 412) van de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor het wegslepen van voertuigen mogelijk werd. |
| - | |
Bracht in 1977 wetten tot goedkeuring van verdragen over het voorkomen van verontreiniging van de zee door storting van afval en vuil tot stand. Naast tegen olievervuiling richten deze verdragen zich ook tegen verontreiniging door chemicaliën, huishoudelijk en vast afval en spoelwater. |