| - | |
machineschrijver (later referendaris) Raad van Arbeid te Breda, van 1941 tot 1950 |
| - | |
leraar R.K. School voor Maatschappelijk Werk te Breda, van 1947 tot 1952 |
| - | |
leraar R.K. Middelbare Technische School "Sint Virgilius" te Breda, van 1947 tot 1952 |
| - | |
lid gemeenteraad van Breda, van 1948 tot 2 september 1952 |
| - | |
wetenschappelijk adviseur ministerie van Sociale Zaken, van 1950 tot 1952 |
| - | |
staatssecretaris van Economische Zaken (belast met middenstand en toerisme), van 2 september 1952 tot 17 juli 1961 (na 1959 ook o.a. prijsbeleid) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 maart 1959 tot 19 mei 1959 |
| - | |
minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, van 17 juli 1961 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 juli 1963 tot 24 juli 1963 |
| - | |
bijzonder hoogleraar Leer der sociale zekerheid, Rijksuniversiteit Leiden, van 1 september 1978 tot 31 augustus 1986 (bijzondere leerstoel van het De Kruyff-Fonds) |
| - | |
medewerker dagblad "De Stem" |
| - | |
medewerker tijdschrift "Sociaal Maandblad Arbeid" |
| - | |
redacteur tijdschrift "Ziekenfondsvragen" (nog tijdens staatssecretariaat) |
| - | |
voorzitter Sociaal-Charitatief Centrum, bisdsom Breda (tevens lid bestuur Landelijk Sociaal-Charitatief Centrum) |
| - | |
secretaris Commissie Kinderbijslag Kleine Zelfstandigen |
| - | |
secretaris Staatscommissie Bezitsvorming, van 1950 tot 1952 |
| - | |
secretaris Staatscommissie ziekteverzuim en arbeidsproduktiviteit, omstreeks 1950 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie vereenvoudiging en codificatie van de sociale wetgeving, van 1 april 1969 tot 9 november 1982 |
| - | |
interim-voorzitter zwakzinnigeninrichting "Willem Arntz Stichting" te Den Dolder, van juli 1971 tot 1 januari 1974 (kreeg in deze functie met de affaire-Dennendal rond directeur-psycholoog Carel Muller.) |
| - | |
voorzitter Europees Instituut voor Sociale Zekerheid |
| - | |
voorzitter redactie "Sociaal Maandblad Arbeid", omstreeks oktober 1980 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen NMB (Nederlandse Middenstandsbank) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen EMS (Exploitatie Maatschappij Scheveningen) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen bouwbedrijf "Melchior" |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Egidius Janssen N.V." te Belfeld, tot september 1990 |
| - | |
adviseur Stichting Mr. H.P.L.C. de Kruyff-Fonds, vanaf 1 september 1986 |
| - | |
voorzitter R.K. Vereniging Moederschapszorg, omstreeks 1987 |
| - | |
Bracht in 1954 als staatssecretaris van Economische Zaken samen met minister Zijlstra de Middenstandsnota uit, waarin (voor het eerst) een samenhangend beleid voor het midden- en kleinbedrijf werd uiteengezet |
| - | |
Bracht in 1956 de Nota toerisme en vreemdelingenverkeer uit, waarin het economische belang van de toeristenindustrie nadrukkelijk werd vastgelegd |
| - | |
Bracht in 1959 een tweede Middenstandsnota uit. Het middenstandsbeleid moest meer worden geïntegreerd in het algemene economische beleid. Scholing, met name met het oog op nieuwe technieken, moest worden bevorderd. Verder werd onder meer aandacht besteed aan het opvolgingsvraagstuk. Om opvolging te bevorderen werd vooral gedacht aan versterking van het eigen bezit van aspirant-ondernemers door spaarregelingen. |
| - | |
Bracht in 1961 met staatssecretaris Scholten de Nota inzake reclametelevisie uit, die invoering van een tweede (commercieel) tv-net aankondigt. Een motie-Van Someren waarin om uitwerking hiervan werd gevraagd, werd in maart 1963 echter verworpen. |
| - | |
Bracht in 1964 de Rijksgroepregeling Werkloze Werknemers (RWW) tot stand (Stb. 553) |
| - | |
Diende in 1966 een wetsvoorstel in over een volksverzekering tegen zware geneeskundige risico's. Dit voorstel werd in 1967 door zijn opvolger Roolvink in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Diende in 1966 de ontwerp-Wet Sociale Werkvoorziening in. Dit voorstel werd in 1967 door zijn opvolger Roolvink in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bracht in 1966 samen met staatssecretaris Bartels de Nota Volksgezondheid uit. Hierin wordt onder meer een visie uiteengezet op de planning van volksgezondheidsvoorzieningen op korte en lange termijn. |
| - | |
Diende in 1966 samen met staatssecretaris Bartels een wetsvoorstel volksverzekering tegen ziektekosten in. Dit voorstel werd later ingetrokken. |
| - | |
Bracht in 1954 samen met minister Zijlstra de Vestigingswet Bedrijven 1954 (Stb. 99) tot stand, die de Vestigingswet Kleinbedrijf 1937 verving. In de wet worden eisen geformuleerd voor de kredietwaardigheid, handelskennis en vakbekwaamheid bij het vestigen van een bedrijf. Naast ambacht, detailhandel en kleine nijverheid kunnen ook aan bepaalde industriële en middelgrote ondernemingen vestigingseisen worden gesteld. |
| - | |
Bracht in 1961 de Wet op het afbetalingsstelsel (Stb. 218) tot stand. Deze moet goede toepassing van het afbetalingsstelsel mogelijk maken en misbruiken zoveel mogelijk beperken. Er komt een verplichting voor kopers tot een kassastorting van ten minste 20 procent. Ingrijpen op conjuncturele gronden in de mate waarin consumptief krediet wordt verleend wordt mogelijk. |
| - | |
Bracht in 1962 als minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 160) en wijzigingen van de Kinderbijslagwet voor Loontrekkenden en Kinderbijslagwet Zelfstandigen tot stand. Hierdoor wordt de kinderbijslag een volksverzekering, die wordt gefinancierd door premiebetaling. Met de uitvoering zijn de Raden van Arbeid en de Sociale Verzekeringsbank belast. |
| - | |
Bracht in 1962 samen met staatssecretaris Roolvink de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers (Stb. 534) tot stand, die invaliditeitsrentetrekkers een bijslag gaf op de rente. Hierdoor kwam er voor geheel of grotendeels invalide geworden werknemers een welvaartsvaste uitkering. |
| - | |
Bracht in 1963 samen met staatssecretaris Roolvink de wet Tijdelijke voorziening met betrekking tot het systeem van loonvorming (Stb. 22) tot stand. Daarbij krijgt de Stichting van de Arbeid de bevoegdheid c.a.o.'s goed te keuren en de minister de bevoegdheid om c.a.o.'s onverbindend te verklaren. |
| - | |
Bracht in 1963 een wet tot stand waardoor de AOW met 15 procent werd verhoogd |
| - | |
Bracht in 1963 samen met de ministers De Pous en Cals de Kernenergiewet (Stb. 82) tot stand. Deze wet moet een gecoördineerd stimuleren door de overheid van het gebruik van kernenergie mogelijk maken. Daarnaast zijn regels opgenomen die het gevaar dat is verbonden aan het werken met radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende apparaten moet voorkomen. De minister van Sociale Zaken (en Volksgezondheid) is verantwoordelijk voor de veiligheidsaspecten op het gebied van arbeid en omgeving. |
| - | |
Bracht in 1963 de Wet op de paramedische beroepen (Stb. 113) tot stand, die regelingen bevat over de erkenning en bevoegdheden van beroepen als fysiotherapeut, oefentherapaeuten, diëtisten, mondhygiënisten en laboranten. Het wetsvoorstel was in 1959 ingediend door zijn voorganger Van Rooy. |
| - | |
Bracht in 1963 de Wet ziekenverzorgers en ziekenverzorgsters (Stb. 289) tot stand. Om het beroep van ziekenverzorg(st)er uit te mogen oefenen, is het bezit van een diploma vereist. |
| - | |
Bracht in 1963 samen met minister Visser en staatssecretaris Stijkel de Wet gevaarlijke stoffen (Stb. 313) tot stand, die regels bevat over het vervoer, de verpakking, de aflevering, het bewaren en het opruimen van gevaarlijke stoffen zoals chemicaliën, munitie, springstoffen en vuurwerk. |
| - | |
Bracht in 1963 de Wet inzake de raad voor de luchtverontreiniging (Stb. 319) tot stand. |
| - | |
Bracht in 1964 een wijziging (Stb. 30) van de Arbeidswet tot stand, waardoor het voor jongens beneden de 15 jaar verboden wordt om arbeid te verrichten. |
| - | |
Bracht in 1964 de Wet arbeidsvergunning vreemdelingen (Stb. 72) tot stand. Deze wet, die een wet uit 1934 vervangt, bepaalt dat buitenlandse werknemers een vergunning nodig hebben om in Nederland te mogen werken. Die vergunning moet door de vreemdeling of door de werkgever worden aangevraagd. De regeling geldt alleen voor werknemers van buiten de EEG |
| - | |
Bracht in 1964 samen met de staatssecretarissen Bartels en Bakker de Drank- en Horecawet (Stb. 386) tot stand, die bepalingen bevat over de uitoefening van het horecabedrijf, de verkoop van alcoholhoudende drank en de eisen waaraan horeca-inrichtingen moeten voldoen. |
| - | |
Bracht in 1964 samen met staatssecretaris Bartels de Ziekenfondswet (Stb. 392) tot stand, die het Ziekenfondsbesluit verving. Er kwamen verplicht verzekerden, vrijwillig verzekerden en bejaardenverzekerden. De verstrekkingen aan de verplicht verzekerden waren gelijk aan die van vrijwillig verzekerden. De samenstelling van het toezichthoudend orgaan, de Ziekenfondsraad, werd sterk gewijzigd. De wet trad op 1 januari 1966 in werking. |
| - | |
Bracht in 1964 een wijziging (Stb. 484) van de Werkloosheidswet tot stand, waardoor de verzekeringsloongrens kwam te vervallen, de maximale uitkeringsduur werd verlengd van 21 naar 26 weken en het uitkeringspercentage voor alle werknemers op 80% van het laatst verdiende loon kwam te liggen. |
| - | |
Bracht in 1964 de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV) (Stb. 485) tot stand, waardoor werkloze werknemers in aansluiting op de WW-uitkering een uitkering van 75% van het dagloon ontvangen. De uitvoering is in handen van de gemeenten. |
| - | |
Bracht in 1964 de wet tot invoering van een sociaal minimum (Stb. 486) tot stand, waardoor uitkeringen krachtens de AOW, AKW en AWW werden opgetrokken tot een sociaal minimum. |
| - | |
Bracht in 1964 de Liquidatiewet invaliditeitswetten (Stb. 488) tot stand. Hierdoor werd de aanmeldingsplicht en premiebetaling voor de Invaliditeitswet beëindigd. |
| - | |
Bracht in 1965 samen met staatssecretaris Bartels de Wet ziekenhuistarieven (Stb. 190) tot stand, waarmee het Centraal Orgaan Ziekenhuistarieven in het leven werd geroepen, dat de ziekenhuistarieven vast moest stellen. Dit orgaan werd samengesteld uit vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. |
| - | |
Bracht in 1965 de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Stb. 379) tot stand. Hierdoor kan hiervoor (tijdelijk) bij AMvB een verbod of een meldingsplicht worden opgelegd. Activiteiten van koppelbazen moeten daarmee worden tegengegaan. |
| - | |
Bracht in 1965 samen met staatssecretaris Hoefnagels de Algemene Premiespaarwet (Stb. 448) tot stand, die het sparen door mensen met een inkomen onder de f 15.000 moet bevorderen. Het wetsvoorstel was in 1963 medeingediend door staatssecretaris Van den Berge. |
| - | |
Bracht in 1966 de Wet op de arbeidsongeschiktheid (WAO) tot stand (Stb. 84, 1966), die de Ongevallenwet 1921, Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en Zeevaartongevallenwet, alsmede de Invaliditeitswet, de Mijnwerkersinvaliditeitswet en de Interimwet invaliditeitstrentetrekkers verving door één verzekering voor loontrekkenden. Arbeidsongeschikten ontvingen uitkering na een jaar ziekte; de hoogte was afhankelijk van de invaliditeitsklasse waarin men was ingedeeld. De premie werd opgebracht door werknemers en werkgevers. De wet werd uitgevoerd door bedrijfsverenigingen en trad op 1 januari 1967 in werking. |