| - | |
schildersgezel te Amsterdam, van 1899 tot 1906 |
| - | |
secretaris NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1 januari 1906 tot 1909 (vanaf 1907 bezoldigd) |
| - | |
eerste secretaris NVV (Nederlands Verbond van Vakverenigingen), van 1909 tot 1918 |
| - | |
lid gemeenteraad van Amsterdam, van september 1910 tot 2 september 1919 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam IX, van 10 november 1915 tot 17 september 1918 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland voor het kiesdistrict Amsterdam II, van 27 juni 1916 tot 1 juli 1919 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 9 augustus 1939 |
| - | |
lid gemeenteraad van Amsterdam, van 2 september 1927 tot 6 juni 1932 |
| - | |
minister van Sociale Zaken, van 9 augustus 1939 tot 22 januari 1945 |
| - | |
minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart ad interim, van 17 november 1941 tot 8 januari 1942 (na het aftreden van minister Steenberghe) |
| - | |
minister van Landbouw en Visserij ad interim, van 17 november 1941 tot 8 januari 1942 (na het aftreden van minister Steenberghe) |
| - | |
voorzitter schildersvereniging "Vooruit" |
| - | |
tweede voorzitter Schildersgezellenbond, vanaf 1 januari 1905 |
| - | |
redacteur orgaan "De Schilder", vanaf 1 januari 1905 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de bezoldiging der Rijksambtenaren (Staatscommissie-Stork) |
| - | |
lid Commissie van Advies voor de Werkloosheidsverzekering, vanaf 1917 (nog in 1921) |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 1 september 1921 tot september 1927 |
| - | |
lid Hoge Raad van Arbeid, omstreeks 1928 tot augustus 1939 |
| - | |
lid Raad van Beheer Nederlandsch-Economisch Instituut, vanaf juli 1929 |
| - | |
lid bestuur Werkfonds 1934, van 1934 tot 1936 |
| - | |
lid Rijkscommissie van advies voor de Arbeidsvoorwaarden der Rijkswerklieden (commissie-De Wilde) |
| - | |
lid Scheidsgerecht voor Spoorwegpersoneel |
| - | |
lid bestuur Gooireservaat |
| - | |
lid raad van beheer van de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie), van 1940 tot 1945 |
| - | |
leider delegatie naar de eerste arbeidsconferentie te Parijs (oprichtingsvergadering ILO), omstreeks 1945 |
| - | |
Hield zich in de Tweede Kamer onder meer bezig met financiën, gemeentefinanciën, ambtenarenzaken, arbeid (sociale zekerheid) en werkgelegenheid |
| - | |
Interpelleerde in 1917 minister Posthuma over de voedseltoestand in de grote steden |
| - | |
Interpelleerde in 1920 minister Aalberse over de ondersteuning van werkloze sigarenmakers en andere arbeiders |
| - | |
Interpelleerde in 1920 minister Ruijs de Beerenbrouck over de salariëring van rijkspersoneel, in het bijzonder personeel der Posterijen |
| - | |
Interpelleerde in 1921 minister Aalberse over de bestrijding van de werkloosheid en de ondersteuning van werkloze arbeiders |
| - | |
Interpelleerde in 1922 minister Aalberse over de werkloosheid en hare bestrijding |
| - | |
Interpelleerde in 1931 de ministers Verschuur en Ruijs de Beerenbrouck over de verlenging van de uitkeringsduur der werklozenkassen, de voorwaarden bij het toekennen van subsidie voor werkverschaffing en de bijdragen van gemeenten aan steunregelingen. Deze interpellatie was het eerste grote debat over de economische crisis, die zich vanaf 1929 was gaan aftekenen. |
| - | |
Interpelleerde in 1931 minister Verschuur over de maatregelen ter verbetering van de economische toestand en in het bijzonder betreffende voorzieningen in de nood der werkloze arbeiders in de aanstaande wintermaanden |
| - | |
Nam in 1932 ontslag als gemeenteraadslid, nadat hij zich solidair had verklaard met G. van den Bergh bij diens conflict met het federatiebestuur van de SDAP in Amsterdam |
| - | |
In Londen tegenstander van het verplaatsen van de regering naar Nederlands-Indië en van het na de bevrijding tijdelijk uitschakelen van het parlement |
| - | |
Verbleef als minister diverse malen langere tijd in de Verenigde Staten vanwege bijeenkomst van onder andere de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) |
| - | |
De kritische reactie van de koningin op zijn plannen voor naoorlogse kinderopvang in Engeland en zijn bezwaren tegen plannen voor de naoorlogse bestuursvoorziening en de rol van het Militair Gezag daarin waren voor hem op 9 september 1943 reden zijn ontslag in te dienen. Hij trok dit onder druk van zijn collega's en na een gesprek met de koningin op 24 september weer in. |
| - | |
Diende op 24 januari 1945, een dag na de collectieve ontslagaanvrage van het gehele kabinet, samen met Albarda afzonderlijk zijn ontslag in als minister vanwege de door Gerbrandy gevolgde procedure bij het ontslag van minister Burger. Was vanaf eind december 1944 ernstig ziek (longontsteking) waardoor hij geen directe rol speelde bij de besprekingen in het kabinet rond deze crisis. |
| - | |
Willemstad, tot 2 oktober 1895 |
| - | |
Amsterdam, vanaf 2 oktober 1895 |
| - | |
Amsterdam, Pieter Lagendijkstraat 66, omstreeks 1910 |
| - | |
Amsterdam, J.J. Cremerplein 41 III, omstreeks 1915 tot 1919 |
| - | |
's-Gravenhage, Beukstraat 89, van 1919 en nog in 1924 |
| - | |
Amsterdam, Gerard Brandtstraat 3, omstreeks 1925 en nog in 1927 |
| - | |
Amsterdam, Den Texstraat 26, omstreeks 1931 en nog in 1933 |
| - | |
Amsterdam, Noorder Amstellaan 312, omstreeks 1934 en nog in 1938 |
| - | |
Amsterdam, Stadionkade 88, huis,, 1940 |
| - | |
"Arbeidersleven in Nederland" (1908) (samen met I.G. Keesing) |
| - | |
"De Christelijke vakbeweging. Haar wezen, omvang en ontwikkeling" (1909) |
| - | |
"De Nederlandsche vakbeweging. Feiten en beschouwingen" (1910) |
| - | |
"De werkloosheidsverzekering op nieuwe banen" (1917) |
| - | |
"Onze November-eischen en de verklaringen der regeering" (1919) |
| - | |
"Saboteurs van den acht-urendag. De Bolsjewieken en de achturen-dag in de Tweede Kamer" (1920) |
| - | |
"Kapitaal en Volksinkomen" (1920) |
| - | |
"Crisisellende en socialisatie" (1921) |
| - | |
"Probleem der socialisatie" (1923) |
| - | |
"Macht en Economische wet. Een onderzoek naar de beteekenis van economische macht voor de inkomensvorming, in het bijzonder ten aanzien van het arbeidsloon" (dissertatie, 1927) |
| - | |
"De wereld in stormtij. Onderzoek naar oorzaken, zin en verloop van de economische en maatschappelijke spanningen" (1938) |
| - | |
"Keep the lamps burning" (1943) |
| - | |
"Nederland in Londen. Ervaringen en beschouwingen" (1946) |
| - | |
pre-adviezen, brochures, artikelen, o.a. in "De Socialistische Gids" |
| - | |
W.H. Vliegen, "Die onze kracht ontwaken deed", deel II, 369 |
| - | |
L. de Jong, "Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog", deel I, 623-624 |
| - | |
Th. van der Linden en G. Harmsen, "Tempel, Jan van den", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel VIII, 280 |
| - | |
H.P.H. Nusteling, "Tempel, Jan van den (1877-1955)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 559 |
| - | |
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) |
| - | |
P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941" |
| - | |
H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919" |