| - | |
priester R.K.-kerk, vanaf 15 augustus 1867 |
| - | |
secretaris aartsbisdom Utrecht, van 31 maart 1868 tot 1870 |
| - | |
hoogleraar kerkgeschiedenis Grootseminarium te Rijsenburg, vanaf september 1870 |
| - | |
tweede secretaris aartsbisdom Utrecht, vanaf 1870 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Breda, van 15 juli 1880 tot 11 oktober 1884 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Breda, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Breda, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Breda, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Wijk bij Duurstede, van 1 mei 1888 tot 15 september 1891 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Almelo, van 15 september 1891 tot 20 maart 1894 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Almelo, van 16 mei 1894 tot 21 januari 1903 |
| - | |
voorzitter R.K.-Kamerclub Tweede Kamer de Staten-Generaal, van 17 september 1901 tot 21 januari 1903 |
| - | |
politiek redacteur dagblad "De Tijd", van 1870 tot 1882 |
| - | |
redacteur maandblad "De Wachter" (na vier maanden "Onze Wachter"), van 1871 tot 1886 (medeoprichter; opgegaan in "De Katholiek") |
| - | |
lid hoofdredactie dagblad "De Tijd", 1872 (gedurende enkele maanden) |
| - | |
schrijver wekelijks hoofdartikel in katholieke Friese dagblad "Ons Noorden", tot 1884 |
| - | |
redacteur dagblad "Het Centrum", van 1886 tot 1900 |
| - | |
lid commissie voor het stichten eener woning met huiskapel voor de pauselijke internuntius te 's-Gravenhage, 1889 |
| - | |
lid bestuur "De Katholiek", vanaf 1890 |
| - | |
adviseur Bond van R.K. Werkliedenvereenigingen in het aartsbisdom te Utrecht, van 1893 tot 1903 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de werkliedenverzekering, van 1895 tot 1898 |
| - | |
uitgever en redacteur tijdschrift "Chronica" (staatkunde en letteren), vanaf 1900 |
| - | |
pauselijk huisprelaat, vanaf 1901 |
| - | |
apostolisch pronotarius, vanaf 1902 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1897 tot november 1897 (voorzitter derde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1898 tot november 1898 (resp. voorzitter tweede en derde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1900 tot november 1900 (voorzitter vijfde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1901 tot november 1901 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1902 tot april 1902 (voorzitter eerste afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1902 tot november 1902 (voorzitter eerste afdeling) |
| - | |
Stemde in 1883 vóór de conclusie van een commissie van rapporteurs, waarin een de handelwijze van het Indische Gouvernement bij het afsluiten van een contract met de Bilitonmaatschappij werd veroordeeld. Aanneming van deze conclusie was voor minister De Brauw reden om af te treden. |
| - | |
Behoorde in 1887 tot de minderheid van de Katholieken die bij de eerste lezing vóór herziening van hoofdstuk III (Staten-Generaal) van de Grondwet stemde |
| - | |
Behoorde in 1892 met Harte en Kolkman tot minderheid van de katholieken die vóór de ontwerp-Wet op de vermogensbelasting stemde |
| - | |
Stemde in 1895 als enige katholiek tegen een (verworpen) motie-Dobbelmann, waarin om handelsbescherming voor Nederlandse landbouwproducten werd gevraagd |
| - | |
Hoewel hij Takkiaan was, stemde hij in 1896 vóór de ontwerp-Kieswet van Van Houten |
| - | |
Stemde in 1898 als enige Katholiek vóór het wetsvoorstel tot afschaffing van de plaatsvervanging bij de militie |
| - | |
In 1900 stemden hij en Kolkman als enigen van de katholieken vóór de ontwerp-Leerplichtwet |
| - | |
Behoorde in 1901 tot de minderheid van de katholieken die vóór de ontwerp-Militiewet stemde |
| - | |
Op 15 juli 1880 besloot de Tweede Kamer met 55 tegen 14 stemmen, dat hij mocht worden toegelaten als Tweede-Kamerlid. Sommige leden (met name liberalen) verzetten zich op grondwettelijke gronden tegen zijn toelating. De Grondwet bepaalde dat bedienaren van godsdienst geen Kamerlid konden worden. Schaepman had echter verklaard dat hij zijn priestersambt tijdens zijn periode als Kamerlid niet zou uitoefenen. |
| - | |
Nadat hij in 1891 in zijn district Wijk bij Duurstede was verslagen, kwam hij alsnog in de Tweede Kamer omdat zijn geloofsgenoot W.C.I.J. Cremers zijn benoeming in het district Almelo niet aannam en zo de weg vrijmaakte voor nieuwe verkiezingen in dit overwegend katholieke district. |
| - | |
Werd in 1894 door de voorzitter van de R.K.-Kamerclub Haffmans aangevallen in diens krant "Venloosch Weekblad", onder meer omdat volgens Haffmans Schaepman mede de val van het kabinet-Mackay had veroorzaakt. Schaepman mijdde daarom de vergaderingen van de R.K.-Kamerclub tot na Haffmans dood (september 1896). |
| - | |
Tot zijn tegenstanders behoorde ook de conservatieve bisschop van Haarlem Ch.J.M. Bottemanne, die hem in 1894 een spreekverbod in het bisdom Haarlem opgelegde vanwege zijn steun aan het Kieswet-voorstel van Tak van Poortvliet |
| - | |
Stelde op 20 oktober 1896 met Vermeulen, Bahlmann, Dobbelmann en Travaglino een program van actie op |
| - | |
Wilde aanvankelijk zeeman worden, maar werd afgekeurd vanwege zijn slechte ogen |
| - | |
Versloeg in 1870 voor dagblad "De Tijd" het Eerste Vaticaans Concilie |
| - | |
In Driebergen-Rijsenburg werd op 13 juli 1908 een door P.J.H. Cuypers ontworpen monument ter zijner nagedachtenis onthuld |
| - | |
In Tubbergen werd op 11 augustus 1927 een standbeeld van hem onthuld |
| - | |
Een borstbeeld van hem staat in het gebouw van de Tweede Kamer |
| - | |
In Tubbergen is in het Dr. Schaepmancentrum een kleine tentoonstelling aan hem gewijd |
| - | |
Zijn vader was burgemeester van Hellendoorn en van Tubbergen |
| - | |
Werd in 1880 bij tussentijdse verkiezingen en in 1881 bij de periodieke verkiezingen bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen |
| - | |
Werd in 1884 en 1886 met ruim 80 procent van de stemmen gekozen en in 1887 bij enkelvoudige kandidaatstelling. |
| - | |
Werd in 1888 in de districten Breda en Wijk bij Duurstede gekozen. Opteerde voor Wijk bij Duurstede. Versloeg in Wijk bij Duurstede W. baron van Goltstein (cons.) na herstemming en werd in Breda bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen. |
| - | |
Werd in 1891 in het district Wijk bij Duurstede met 15 stemmen verschil verslagen door jhr. W.H. de Beaufort (lib.). Versloeg bij naverkiezingen in het district Almelo W.H. Dikkers (lib.) met circa 300 stemmen verschil. |
| - | |
Werd in 1894 in het district Almelo met ruime meerderheid gekozen. Werd in de districten Breukelen en Hilversum verslagen door resp. W.J. Royaard van den Ham (na herstemming) en Th.Ph. baron Mackay (a.r.). |
| - | |
Versloeg in 1897 in het district Almelo P. van Vliet (arp) |
| - | |
Werd in 1897 in het district Amsterdam I na herstemming verslagen door M.J. Pijnappel (o.l.) en in het district Rotterdam III na herstemming door J.B. Verhey (l.u.) |
| - | |
Werd in 1901 gekozen bij enkelvoudige kandidaatstelling |
| - | |
Was behalve in de districten Breda, Wijk bij Duurstede en Almelo ook diverse malen kandidaat in andere districten, zoals Groningen, Zaandam, Utrecht en Haarlem |
| - | |
Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881) |
| - | |
F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889) |
| - | |
Levensbericht door A.M.J.J. Binnewiertz, in: Levensberichten der afgestorven medeleden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1903/4, 182 |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VI, 1218 |
| - | |
Jos. van Wely, "Schaepman, levensverhaal" (1954) |
| - | |
A.W. Abspoel, "Van Binnen- en Buitenhof" (1956), 160 |
| - | |
J.A. Bornewasser, "Schaepman, Herman Johan Aloijsius Marie (1844-1903)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 518 |
| - | |
J. van Meeuwen, "Schaepman, Herman Johan Aloijsius Marie", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging van Nederland, deel II, 141 |
| - | |
J.H.J.M. Witlox, "De Katholieke Staatspartij in haar oorsprong en ontwikkeling geschetst" (3 delen, 1919) |
| - | |
"Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, p. 1015 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1897 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1940 |