| - | |
plaatsvervangend secretaris Scheidsgerechten voor het Spoorwegpersoneel, van 1918 tot 1919 |
| - | |
plaatsvervangend secretaris Werkgeversorganisaties in het boekdrukkerbedrijf, van 1919 tot 1 januari 1928 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van juli 1927 tot januari 1928 |
| - | |
hoofdambtenaar (rang: referendaris) afdeling volksgezondheid, ministerie van Arbeid, Handel en Nijverheid, van 1 januari 1928 tot 1 januari 1931 |
| - | |
administrateur afdeling Volksgezondheid, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 januari 1931 tot 1 juli 1933 |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Economische Zaken, van 1 juli 1933 tot 21 augustus 1935 (naam departement gewijzigd) |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van 21 augustus 1935 tot 9 juli 1937 (naam departement gewijzigd) |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Landbouw en Visserij, van 21 augustus 1935 tot 9 juli 1937 |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Economische Zaken, van 9 juli 1937 tot 8 mei 1940 |
| - | |
minister van Landbouw, van 8 mei 1940 tot 1 mei 1941 |
| - | |
voorzitter buitengewone Algemene Rekenkamer te Londen, van 1 mei 1941 tot 24 juli 1945 |
| - | |
belast met de voorbereiding van de 'heropbouw' van het ministerie van Sociale Zaken in Nederland, van oktober 1944 tot juli 1945 (aanvankelijk in bevrijd Zuid-Nederland) |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Sociale Zaken, van 15 juli 1945 tot 15 februari 1950 |
| - | |
staatssecretaris van Sociale Zaken (belast met werkgelegenheid, unificatie van de sociale zekerheid, bedrijfspensioenfondsen, uitvoering der Werkloosheidswet en sociale bijstand), van 15 februari 1950 tot 22 december 1958 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 3 oktober 1956 |
| - | |
lid Raad van State, van 1 oktober 1960 tot 1 november 1967 (benoeming bij K.B. van 19 september 1960, nr. 36) |
| - | |
juridisch adviseur CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond) |
| - | |
voorzitter Centrale Commissie als bedoeld in art. 27 der Landbouwcrisiswet 1933, van 1933 tot 1940 |
| - | |
waarnemend regeringscommissaris voor de visserij, vanaf 1935 |
| - | |
voorzitter College van Regeringscommissarissen, vanaf 1935 (nog in 1938) |
| - | |
lid Raad van Bestuur N.V. Maatschappij voor Industriefinanciering, vanaf 1936 |
| - | |
lid Staatscommissie crisis-slachtoffers (Staatscommissie-Fockema Andreae), vanaf 6 januari 1938 |
| - | |
lid Kerncommissie-Industrie, Bedrijfsradenwet, omstreeks 1938 |
| - | |
lid Kerncommissie-Landbouw, Bedrijfsredenwet, omstreeks 1938 |
| - | |
lid Kerncommissie-Middenstand, Bedrijfsradenwet, omstreeks 1938 |
| - | |
lid Staatscommissie sociale verzekering kleine zelfstandigen (Staatscommissie-Van Bruggen), van 17 april 1940 tot mei 1940 |
| - | |
voorzitter commissie algemene richtlijnen toekomstige ontwikkeling der sociale zekerheid in Nederland, van 26 maart 1943 tot 1945 |
| - | |
voorzitter commissie reorganisatie der sociale zekerheid, vanaf 27 juni 1945 |
| - | |
voorzitter studiecommissie vraagstuk wettelijke regeling van de ondernemingsraden, van 21 december 1946 tot 19 september 1947 |
| - | |
lid Radioraad, van april 1946 tot februari 1950 |
| - | |
sociaal-economisch medewerker dagblad "Het Parool", omstreeks 1949 |
| - | |
voorzitter studiecommissie inzake massa-werkloosheid bij conjunctuurwisselingen, vanaf maart 1949 |
| - | |
voorzitter interdepartementale commissie inzake de loon- en prijspolitiek, vanaf september 1949 |
| - | |
voorzitter interdepartementale werkgelegenheidscommissie, vanaf 1949 |
| - | |
lid commissie honorering huisartsen (Commissie-Van de Ven), van november 1966 tot januari 1967 |
| - | |
Droeg samen met minister Steenberghe op 13 mei 1940, in aanwezigheid van de secretarissen-generaal, in Den Haag het regeringsgezag over aan opperbevelhebber Winkelman. De overige ministers waren op dat moment al in Hoek van Holland om van daaruit te kunnen vertrekken naar Zeeland of Engeland. Steenberghe en hij waren als enige ministers in Den Haag achtergebleven, onder andere ter afwikkeling van de bestuursoverdracht. Nadat dit was gebeurd, reisden zij alsnog naar Hoek van Holland en vandaar naar Engeland. Het besluit om het gezag over te dragen, werd nadien telefonisch aan de andere ministers meegedeeld en pas in Londen aan de koningin. |
| - | |
Vormde in de periode 1941-1945 alleen de buitengewone Algemene Rekenkamer, die toezicht hield op de uitgaven van de Nederlandse regering |
| - | |
Verbleef in 1943 en 1944 enkele maanden in de VS en Canada om studie te doen naar financieel toezicht en woonde samen met minister Van den Tempel de vergadering van de Internationale Arbeidsorganisatie in Philadelphia bij |
| - | |
Ondertekende in december 1945 met 48 partijgenoten een verklaring tegen samenwerking tussen CHU en ARP (het zgn. Comité van 49). Verliet de CHU in april 1946 en werd lid van de PvdA. |