| - | |
korporaal, van 1835 tot 1836 |
| - | |
sergeant, van 1836 tot 1839 |
| - | |
tweede luitenant der artillerie, vanaf 1839 |
| - | |
officier Staf der artillerie, bij de Artilleriestapel en Constructiemagazijnen te Delft, van 1846 tot 1848 |
| - | |
missie in Zweden: beproeven van geschut, van 1848 tot mei 1850 |
| - | |
inspecteur der draagbare wapens, van mei 1850 tot januari 1853 |
| - | |
opzichter geweerwinkel te Delft, van januari 1853 tot maart 1860 |
| - | |
hoofd wapenkeuringscommissie te Maastricht, van maart 1860 tot augustus 1864 |
| - | |
lid commissie van proefneming te Frankrijk en Engeland, van 1868 tot april 1871 |
| - | |
voorzitter commissie van proefneming, van 29 april 1871 tot 1 mei 1878 |
| - | |
sous-chef afdeling artillerie, ministerie van Oorlog, van 1 mei 1878 tot 20 augustus 1879 |
| - | |
minister van Oorlog, van 20 augustus 1879 tot 23 april 1883 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 20 juni 1883 tot 11 oktober 1884 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 1 mei 1888 tot 27 april 1889 |
| - | |
tweede luitenant der artillerie, van 26 mei 1839 tot 10 september 1852 |
| - | |
eerste luitenant der artillerie, van 10 september 1852 tot 11 maart 1860 |
| - | |
kapitein der artillerie, van 11 maart 1860 tot 29 april 1871 |
| - | |
majoor der artillerie, van 29 april 1871 tot 21 september 1874 |
| - | |
luitenant-kolonel der artillerie, van 21 september 1874 tot 20 oktober 1876 |
| - | |
kolonel der artillerie, van 21 oktober 1876 tot 13 juni 1880 |
| - | |
generaal-majoor der artillerie b.d., vanaf 13 juni 1880 |
| - | |
Wijzigde in 1881 de samenstelling van het leger, waarbij er drie in plaats van vier divisies kwamen. In oorlogstijd zou een overkoepelend commando voor het veldleger worden ingesteld. |
| - | |
Kreeg in 1881 goedkeuring voor zijn plan voor de bouw van de Stelling van Amsterdam. Hij koos voor een ring van forten die liep van Edam via Uitgeest en Beverwijk en Spaarndam naar Hoofddorp om uit te komen in Abcoude en Weesp. Voor de verdediging van het Noordzeekanaal werden forten gepland bij IJmuiden en Velsen. De daadwerkelijke bouw liet nog enige jaren op zich wachten. |
| - | |
Verbeterde de uitrusting van het leger door de aanschaf van nieuw geschut, extra pioniersschoppen en voertuigen voor verzorging en verpleging. |
| - | |
Diende in 1881 samen met de ministers Heemskerk en Van Erp Taalman Kip een wetsvoorstel in over de defensie-organisatie, waarbij een belangrijke rol was voorzien voor de schutterij. De plaatsvervanging bij het leger bleef in dit voorstel gehandhaafd. Het wetsvoorstel werd in 1883 ingetrokken. |