![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
| - | Liberale Unie, tot februari 1901 | |
| - | VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), van 17 maart 1901 tot mei 1909 | |
| - | Liberale Unie, vanaf 1910 |
loopbaan |
| - | advocaat en procureur te Rotterdam, vanaf 1864 | |
| - | leraar staatshuishoudkunde en handelsrecht, te Rotterdam, vanaf 1872 | |
| - | (waarnemend) rijksadvocaat te Rotterdam, vanaf 23 augustus 1873 (nog in 1890) | |
| - | lid gemeenteraad van Rotterdam, van 30 augustus 1877 tot 23 september 1897 | |
| - | wethouder (van financiën) van Rotterdam, van 1892 tot 23 september 1897 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rotterdam V, van 21 september 1897 tot 16 oktober 1903 | |
| - | rijksadvocaat te Rotterdam, van 16 oktober 1903 tot augustus 1905 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rotterdam V, van 11 november 1903 tot 17 augustus 1905 | |
| - | minister van Justitie, van 17 augustus 1905 tot 12 februari 1908 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Middelburg, van 16 september 1913 tot 17 september 1918 | |
| - | fractievoorzitter Liberale Unie, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van juli 1917 tot september 1918 |
partijpolitieke functies |
| - | lid bestuur Liberale Unie, van 9 juli 1885 tot 17 mei 1889 | |
| - | voorzitter Liberale Unie, van 18 mei 1889 tot 9 juni 1893 | |
| - | ondervoorzitter Liberale Unie, van 22 juni 1895 tot 25 januari 1901 | |
| - | voorzitter grondwetscommissie Liberale Unie, van maart 1919 tot 1920 (uitwerking van een manifest uit november 1918 over democratisering, waaronder afschaffing van de Eerste Kamer) |
nevenfuncties |
| - | rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Rotterdam, van 1 mei 1877 tot 17 augustus 1905 | |
| - | lid Commissie belast met het afnemen der examens voor de betrekkingen van leerling-consul en vice-consul, vanaf 30 december 1898 | |
| - | voorzitter commissie van advies inzake de Schepenvorderingswet, vanaf maart 1917 (nog in 1920) |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1905 tot augustus 1905 (voorzitter vierde afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1914 tot maart 1914 (voorzitter eerste afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1916 tot november 1916 (voorzitter tweede afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1917 tot januari 1918 (resp. voorzitter derde, vijfde en derde afdeling) |
opleiding |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Leiden, van 21 september 1858 tot 15 maart 1864 |
activiteiten |
| - | Sprak als Tweede-Kamerlid hoofdzakelijk over justitiële onderwerpen, over volkshuisvesting, arbeid en onderwijs | |
| - | Bracht in 1905 een initiatiefwet tot stand tot wijziging van de bepalingen over het getuigenverhoor in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierdoor wordt getuigenverhoor door een rechter-commissaris in civiele zaken mogelijk. | |
| - | Diende in februari 1918 samen met Van Hamel en Heeres een voorstel in tot het houden van een parlementaire enquête naar onrechtmatige bevoordeling bij de distributie van levensmiddelen. Dit voorstel verviel toen, in mei 1918, door Marchant en vijf andere fractievoorzitters een initiatiefvoorstel werd ingediend om een Staatscommissie (Crisis-enquêtecommissie) in te stellen. |
| - | Behoorde in 1915 tot de minderheid van de liberalen die tegen het (tijdelijk) herstel van het gezantschap bij de paus stemde |
| - | Bracht in 1907 de Wet op het arbeidscontract tot stand. De wet, die alleen betrekking heeft op werknemers in loondienst, gaat uit van de economische ongelijkheid van werkgever en werknemer en legt daarom verplichtingen op aan de werkgever. Deze moet bijvoorbeeld loon doorbetalen bij ziekte of ongeval, moet de werknemer beschermen tegen gevaar voor lijf, eerbaarheid en goed en verbiedt gedwongen winkelnering. Zowel werkgever als werknemer moeten een opzegtermijn in acht nemen bij beëindiging van het contract. |
wetenswaardigheden |
| - | Werd in 1909 bij de kandidaatstelling in de VDB voor het kiesdistrict Rotterdam V verslagen door S.J.L. van Aalten. Trad hierna als liberaal kandidaat in het strijdperk en verliet de VDB. |
| - | Op 16 februari 1907 werd op hem rond het middaguur voor zijn woning in de Amaliastraat in Den Haag een aanslag gepleegd, waarbij overigens politieke motieven geen rol speelden. Een geestelijk gestoorde muzikant uit Suriname vuurde enkele schoten op de bewindsman af die evenwel geen doel troffen. | |
| - | Zijn vader was advocaat | |
| - | J. Oppenheim (hoogleraar en staatsraad) was gehuwd met een zus van zijn echtgenote |
| - | Versloeg in 1901 F.J. van Rijswijk (rk) na herstemming | |
| - | Versloeg in 1905 A. Brummelkamp (arp) na herstemming | |
| - | Werd in 1909 in het district Rotterdam V na herstemming verslagen door A. de Jong (arp). Overige kandidaten waren J. ter Laan en S.J.L. van Aalten (vdb). | |
| - | Versloeg in 1913 J.H. Blum (arp) na herstemming | |
| - | Versloeg in 1917 H.C. Hofman (comité anti-grondwetsherziening) | |
| - | Was in 1918 nummer twee op lijst van de Unie-Liberalen in de kieskringen in Noord-Brabant, Zeeland en Utrecht, maar werd niet herkozen |
| - | Nam in 1905 zijn benoeming als lid van de Tweede Kamer niet aan in verband met zijn benoeming tot minister |
publicaties/bronnen |
| - | "Het Vaderland", 16 en 17 februari 1907 | |
| - | "Het Vaderland", 24 maart 1921 | |
| - | Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1905 en 1913 |
familie/gezin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||