![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | werkzaam in glaszaak van zijn vader, van 1860 tot 1861 | |
| - | hoofd firma Beckman en Pierson, handel in kantoen en koloniale waren, van 1861 tot 1864 (samen met H.B. Wiardi Beckman) | |
| - | hoofddirecteur Surinaamsche Bank, van 1864 tot 1868 | |
| - | leraar economie, Handelsschool te Amsterdam, van 1864 tot 1868 | |
| - | directeur "De Nederlandsche Bank", van 19 mei 1868 tot 14 januari 1885 | |
| - | hoogleraar staathuishoudkunde en statistiek, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 3 oktober 1877 tot 21 januari 1885 | |
| - | president-directeur "De Nederlandsche Bank", van 15 januari 1885 tot 20 augustus 1891 | |
| - | minister van Financiën, van 21 augustus 1891 tot 9 mei 1894 | |
| - | ambteloos, van 9 mei 1894 tot 26 juli 1897 | |
| - | minister van Financiën, van 26 juli 1897 tot 1 augustus 1901 | |
| - | voorzitter van de ministerraad, van 26 juli 1897 tot 31 juli 1901 (formeel tijdelijk) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Gorinchem, van 19 september 1905 tot 21 september 1909 |
partijpolitieke functies |
| - | voorzitter liberale kiesvereniging "De Grondwet" te Amsterdam |
nevenfuncties |
| - | medewerker beurszaken tijdschrift "De Economist" | |
| - | voorzitter Vereniging voor Staathuishoudkunde en Statistiek, van 1896 tot 1897 | |
| - | lid en voorzitter redactie "De Economist" | |
| - | kabinetsformateur, van 13 juli 1897 tot 22 juli 1897 | |
| - | lid College van Bijstand krachtens de Woningwet | |
| - | lid bestuur Vereeniging voor de staathuishoudkunde en de statistiek, omstreeks 1901 | |
| - | lid Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", van 1904 tot 1909 | |
| - | voorzitter Centrale Commissie voor de Statistiek, van 1905 tot 1907 | |
| - | president-lid curatorium Nederlandsch-Indische Bestuursacademie te 's-Gravenhage, van 1 april 1907 tot 24 december 1909 | |
| - | voorzitter Indisch Genootschap, omstreeks 1908 tot 1909 | |
| - | voorzitter Vereeniging voor de staathuishoudkunde en de statistiek, omstreeks 1908 |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1905 tot februari 1906 (voorzitter vijfde afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1906 tot november 1906 (voorzitter eerste afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1907 tot september 1907 (voorzitter vijfde afdeling) |
opleiding |
| - | Franse school te Amsterdam, van 1845 tot 1853 |
| - | Engelse school te Brussel, vanaf 1853 | |
| - | opleiding Handelsschool te Amsterdam, vanaf 1854 |
| - | M.O.-staathuishoudkunde, 2 juni 1864 |
| - | rechtsgeleerdheid Hogeschool Leiden, 9 februari 1875 | |
| - | eredoctor Universiteit van Cambridge, 1904 |
activiteiten |
| - | Hield zich als Tweede-Kamerlid vooral bezig met koloniale zaken, financiën en handel. Sprak ook bij de behandeling van de ontwerp-Wet op het arbeidscontract. |
| - | Had in 1892 een belangrijk aandeel in de instelling van de Centrale Commissie voor de Statistiek | |
| - | Zijn kabinet stond bekend als "Het kabinet der sociale rechtvaardigheid" en bracht belangrijke (sociale) wetgeving tot stand (o.a. de Woningwet, de Ongevallenwet en de Leerplichtwet) | |
| - | Had in 1899 een belangrijk aandeel in de totstandkoming van het Centraal Bureau voor de Statistiek |
| - | Bracht in 1893 een belangrijke belastingherziening tot stand. Er wordt een gesplitste inkomstenbelasting ingevoerd in de vorm van een Bedrijfsbelasting en een Vermogensbelasting. Diverse accijnzen (zoals op zout) worden verlaagd, evenals de registratie- en hypotheekrechten en de grondbelasting. Hierdoor verschuift de belastingdruk van levensbehoeften naar kapitaal (grondbezit uitgezonderd). De Patentbelasting wordt afgeschaft. De accijns op gedistilleerd wordt verhoogd om het evenwicht op de begroting te handhaven. Het nieuwe belastingstelsel kent nog slechts een zeer beperkt progressief tarief. Er komt administratieve rechtspraak die bezwaarschriften over de belastingheffing behandelt. | |
| - | Bracht in 1899 met Lely een wet tot stand inzake afschaffing van de rijkstollen op wegen en vaarwegen en bij bruggen en sluizen | |
| - | Bracht in 1901 een nieuwe Muntwet tot stand. Deze draagt het opperbeheer van de minister van Financiën over muntzaken op aan de muntmeester van 's Rijks munt te Utrecht en het toezicht op naleving van de wettelijke bepalingen inzake het muntwezen aan een controleur-generaal. Er blijft een 'hinkende' gouden standaard: er zijn een gouden standaard munten van 10 en 5 gulden, en daarnaast zilveren (teken)munten. |
wetenswaardigheden |
| - | Keerde zich in 1871 als publicist in "De Gids" tegen het wetsontwerp inkomenstenbelasting van minister Blussé | |
| - | Sprak voor het laatst in de Tweede Kamer 20 mei 1908 | |
| - | Moest zich daarna om gezondheidsredenen terugtrekken uit het openbare leven |
| - | In 1861 oprichter van de Staathuishoudkundige Vereniging | |
| - | Richtte in 1865 samen met G.M. Boissevain de Kasvereeniging op | |
| - | Richtte in 1896 het tijdschrift "Het Vrije Ruilverkeer" op | |
| - | Zijn vader was koopman |
| - | Zijn milde en eenvoudige karakter bleek toen hij op weg naar zijn ministerie eens een man aantrof die onwel was geworden, en deze direct zijn arm aanbood en naar het departementsgebouw begeleidde. | |
| - | Na de aanneming van zijn belastingwetten verlieten anderen als hij binnenkwam soms de salon. Bij de Haagse sociëteit 'De Witte' werd voorgesteld hem te deballoteren. |
| - | Werd in mei 1897 in Delft gekozen als Tweede Kamerlid, maar werd niet beëdigd omdat de Tweede Kamer niet meer vergaderde | |
| - | Werd in 1897 in het kiesdistrict Amsterdam V na herstemming verslagen door Th.M. Ketelaar (rad.) en in het kiesdistrict Delft na herstemming door H.A. van de Velde (arp) | |
| - | Werd in 1904 bij tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Assen na herstemming verslagen door M.W.F. Treub (vdb) | |
| - | Versloeg in 1905 in het kiesdistrict Gorinchem L. van Andel (arp) met 100 stemmen verschil |
| - | lid Tweede Kamer, juni 1897 (gekozen in het kiesdistrict Enschede, maar niet aanvaard in verband met benoeming tot minister) |
| - | lid Koninklijke Academie van Wetenschappen, van 1883 tot 1909 | |
| - | lid Indisch Genootschap |
publicaties/bronnen |
| - | "De toekomst der Nederlandsche Bank" (1863) | |
| - | "Het kultuurstelsel, zes voorlezingen" (1868) | |
| - | "Grondbeginselen der Staatshuishoudkunde I en II" (1875-1876) | |
| - | "Een terugblik op de geschiedenis der Staatshuishoudkunde sedert Adam Smith" (oratie, 1877) | |
| - | "Leerboek der Staatshuishoudkunde I" (1885) | |
| - | "De sociale Questie" (1887) | |
| - | "Leerboek der Staatshuishoudkunde II" (1890) | |
| - | "Verspreide Economische Geschriften van Mr. N.G. Pierson, verzameld door C.A. Verrijn Stuart" (1910-1911) |
| - | D. van Blom, "Mr. Nicolaas Gerard Pierson", in: Mannen en vrouwen van betekenis XL (1910) | |
| - | C.A. Verrijn Stuart "Levensbericht van Mr. N.G. Pierson", in: Levensberichten...Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1910/1911), 29 | |
| - | J. d'Aulnis de Bourouill, "N.G. Pierson", in: Jaarboek Koninklijke Academie van Wetenschappen" (1911) | |
| - | J.G.S.J. van Maarseveen, "Nicolaas Gerard Pierson. Handelsman, econoom en banker. Eerste periode 1839-1877" (1981) | |
| - | M. Kuitenbrouwer, "N.G. Pierson en de koloniale politiek, 1860-1909", in: Tijdschrift voor Geschiedenis, 94 (1981) | |
| - | G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) | |
| - | A. Heertje, "N.G. Pierson", in: "Van liberalisten tot instrumentalisten" (1987) | |
| - | J.G.S.J. van Maarseveen, N.G. Pierson (1839-1909), in: G.A. van der List en P.G.C. van Schie, "Van Thorbecke tot Telders" (1993) | |
| - | "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, p. 1033 | |
| - | J.G.S.J. van Maarseveen, "Briefwisseling van Nicolaas Gerard Pierson 1839-1909. deel 1: 1851-1884" (1990) | |
| - | J.G.S.J. van Maarseveen, "Nicolaas Gerard Pierson (1839-1909). Handelsman, bankier en politicus", in: P.E. Werkman en R. van der Woude (ed.), "Geloof in eigen zaak, Markante protestantse werkgevers in de negentiende en twintigste eeuw", (2006), 97 | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 506 | |
| - | Onze Afgevaardigden, 1905 | |
| - | Ned. Patriciaat, 1964 |
familie/gezin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||