| - | |
advocaat en procureur te 's-Gravenhage, van 1886 tot maart 1890 |
| - | |
commies-griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 maart 1890 tot 1 juli 1898 |
| - | |
administrateur administratie der generale thesaurie, ministerie van Financiën, van 1 juli 1898 tot 19 september 1905 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zierikzee, van 20 september 1905 tot 17 september 1918 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict 's-Gravenhage, van 1907 tot 1 juli 1919 |
| - | |
secretaris-generaal (titel: buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister) ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1 juli 1919 tot 1 juli 1921 |
| - | |
lid Raad van State in buitengewone dienst, van 31 augustus 1928 tot 25 mei 1956 |
| - | |
secretaris Vereeniging tot bevordering van fabrieks- en handwerksnijverheid in Nederland, te 's-Gravenhage, omstreeks 1890 |
| - | |
lid bestuur Weduwen- en Wezenfonds voor burgerlijke ambtenaren, vanaf 10 januari 1910 (nog in 1922) |
| - | |
lid bestuur/secretaris-penningmeester Carnegie-Stichting, vanaf 1 juli 1911 (nog in 1922) |
| - | |
adjunct-secretaris Staatscommissie tot herziening van het burgerlijk wetboek |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1915 en nog in 1922 |
| - | |
lid Nederlands-Duitse Commissie m.b.t. krediet en steenkolen, 1921 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 1 september 1921 tot september 1927 |
| - | |
regeringsafgevaardigde naar conferentie over Rusland te Brussel, vanaf november 1921 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de vlootbouw ("Vlootcommissie"), van 29 november 1922 tot 30 maart 1923 (onderzoek in welk tempo de vlootwet uitgevoerd moest worden) |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake het vervoersvraagstuk, van mei 1923 tot mei 1936 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen De Nederlandsche Bank, omstreeks 1926 |
| - | |
voorzitter Centrale Beleggingsraad |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Eerste Nederlandse Verzekeringsmaatschappij |
| - | |
lid Commissie van advies inzake aardolie-aangelegenheden, omstreeks 1930 en nog in 1938 |
| - | |
ondervoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 tot 1938 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken (Staatscommissie-De Geer), vanaf 7 maart 1937 |
| - | |
ondervoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Spoorwegen, vanaf 1938 (nog in 1953) |
| - | |
Behoorde in 1909 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde, waarin om wettelijke regeling van de arbeidsduur werd gevraagd |
| - | |
Behoorde in 1910 tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór een motie-Duymaer van Twist stemde, waarin werd gevraagd niet alleen de officierstraktementen maar ook de pensioenen te verhogen. Aanneming van de motie was voor minister Cool reden om ontslag te nemen. |
| - | |
Behoorde in 1915 tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór het (verworpen) wetsvoorstel stemde over de concessieverlening voor de ontginning van de olievelden in Djambi |
| - | |
Behoorde in 1916 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen. Aanneming van de motie was voor Treub reden om af te treden. |
| - | |
Stemde in 1917 als enige Unie-liberaal vóór de motie-Marchant waarin het besluit van minister Bosboom om de landstormjaarklasse 1908 op te roepen, werd betreurd |
| - | |
Zoon van J.G. Patijn, Tweede-Kamerlid |
| - | |
Broer van J.A.N. Patijn, minister |
| - | |
Vader van C.L. Patijn, Tweede-Kamerlid |
| - | |
Zwager van jhr. B.C. de Jonge, minister |
| - | |
Grootvader van S. Patijn, Tweede-Kamerlid en Commissaris der Koningin |
| - | |
Grootvader van M. Patijn, staatssecretaris en Tweede-Kamerlid |
| - | |
Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van jhr. W.Th.C. van Doorn, Tweede-Kamerlid |