| - | |
medewerker Sociaal Fonds Bouwnijverheid te Amsterdam, 1956 |
| - | |
adjunct-secretaris NRKM (Nederlandse Rooms-Katholieke Middenstandsbond), van 1 december 1956 tot 1 juni 1962 |
| - | |
algemeen secretaris NRKM (Nederlandse Rooms-Katholieke Middenstandsbond), van 1 juni 1962 tot 1 september 1968 (later: NKOV, Nederlands Katholiek Ondernemersverbond) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 5 juni 1963 tot 14 januari 1970 |
| - | |
secretaris Federatie van Katholieke en Christelijke Ondernemersverbonden, van 1 september 1968 tot 1 juli 1969 |
| - | |
minister van Economische Zaken, van 14 januari 1970 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971 |
| - | |
minister van Financiën en viceminister-president, van 6 juli 1971 tot 11 mei 1973 |
| - | |
minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 6 juli 1971 tot 28 januari 1972 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 7 maart 1973 |
| - | |
adviseur Raad van Bestuur Amro-Bank (Amsterdam-Rotterdam Bank) N.V., van 1973 tot 1974 |
| - | |
lid Raad van Bestuur Amro-Bank N.V., van 1974 tot 1979 |
| - | |
vice-voorzitter Raad van Bestuur Amro-Bank N.V., van 1979 tot 1983 |
| - | |
voorzitter Raad van Bestuur Amro-Bank N.V., van 1983 tot 1991 |
| - | |
voorzitter Raad van Bestuur ABN-Amro Holding N.V., van 1990 tot 14 mei 1992 |
| - | |
lid commissie diensttijdverkorting, van 31 mei 1958 tot 6 oktober 1959 |
| - | |
secretaris E.E.G.-comité van detailhandelsorganisaties te Brussel, van 1960 tot 1962 |
| - | |
lid SER (Sociaal-Economische Raad) |
| - | |
plaatsvervangend lid Raadgevende Vergadering Raad van Europa en West-Europese Unie |
| - | |
voorzitter Wit-Gele-Kruis te Voorburg, tot 1969 |
| - | |
adviseur Federatie van Katholieke en Christelijke Ondernemersverbonden, van 1 juli 1969 tot 14 januari 1970 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen bank Pierson, Heldring en Pierson, van maart 1979 tot mei 1991 (dochterbedrijf AMRO-bank) |
| - | |
lid Raad van Beheer Banque Européenne de Credit S.A. |
| - | |
lid Bisschoppelijke Beheerscommissie |
| - | |
voorzitter commissie beëindiging financiële relatie tussen kerkgenootschappen en de staat |
| - | |
voorzitter Nederlandse Bankiersvereniging, vanaf juni 1987 |
| - | |
lid Raad van Bestuur Generale Bank N.V. |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Koninklijke Ahold N.V. |
| - | |
voorzitter College van Overleg Gezamenlijke Banken |
| - | |
lid Bankraad |
| - | |
president Raad van Commissarissen H. Drijfhout & Zoon's Edelmetaalbedrijven B.V. |
| - | |
lid raad van advies Generale Maatschappij van België |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Luchthaven Schiphol |
| - | |
lid Raad van Commissarissen European American Banking Compagny |
| - | |
lid Raad van Bestuur ICC Nederland |
| - | |
penningmeester bestuur Stichting Nationaal Verkeersveiligheidsfonds |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Laura en Vereeniging S.A. |
| - | |
lid Raad van Commissarissen De Nationale Investeringsbank N.V. |
| - | |
lid bestuur Stichting Administratiekantoor Douwe Egberts Sara Lee, vanaf januari 1992 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen ABN-Amro Holding N.V., vanaf april 1992 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Koninklijke Ten Cate N.V. |
| - | |
voorzitter Stichting Singer Memorial Foundation |
| - | |
lid Staatscommissie rechtspositie huurders bedrijfspanden |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Koninklijke Boskalis Westminster NV, vanaf 19 mei 1992 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Schiphol Area Development Company, vanaf oktober 1993 |
| - | |
voorzitter Stichting Administratiekantoor Douwe Egberts Sara Lee, vanaf november 1993 |
| - | |
Als minister van Economische Zaken stond hij een krachtig prijsbeleid voor om inflatie (mede het gevolg van de invoering van de b.t.w. in 1969) terug te dringen |
| - | |
Bracht in 1970 samen met de ministers Roolvink en Schut en staatssecretaris Van Son de Nota inzake de sociaal-economische ontwikkeling in Oost-Groningen uit |
| - | |
Stond als minister van Financiën een beleid voor dat er op was gericht de inflatie en overbesteding te beteugelen en daardoor een loon- en prijsspiraal te voorkomen. Maatregelen die dat moesten bewerkstelligen waren onder meer beperking van de inflatiecorrectie in de loon- en inkomstenbelasting en verhoging van enkele belastingen. Door verhoging van de belastingvrije grens moesten lagere inkomens worden ontzien. Het begrotingsbeleid was gericht op beperking van de stijging van de uitgaven en vergroting van de inkomsten. |
| - | |
Was in 1971 verantwoordelijk voor de tienjaarlijkse volkstelling. Daarbij werden door sommigen vraagtekens gezet, vanwege het mogelijke gevaar van misbruik door de overheid van privégevoelige gegevens |
| - | |
Hield in 1972 in het kabinet krachtig vast aan het doorvoeren van bezuinigingen op diverse departementen. Mede door die opstelling ontstond er in juli 1972 een breuk in het kabinet door het uittreden van de DS'70-ministers. |
| - | |
De Eerste Kamer verwierp in 1972 de door hem verdedigde ontwerp-Comptabiliteitswet. Het wetsvoorstel was door zijn voorganger Witteveen in 1964 ingediend en in 1970 in de Tweede Kamer verdedigd. |
| - | |
Bracht in 1970 een nieuwe Volkstellingenwet (Stb. 323) tot stand. Net als voorheen moest eens in de tien jaar een algemene volkstelling worden gehouden, maar de telling zou worden gehouden over een periode van twee jaar (1980 en 1981). De wet bleef onuitgevoerd en werd later ingetrokken. |
| - | |
Bracht in 1971 een wet (Stb. 269) tot Goedkeuring van deelname van de Staat in de N.V. Urenco (Ultracentrifuge Nederland) tot stand en samen met staatssecretaris De Koster een wet (Stb. 280) tot goedkeuring van een te Almelo tot stand gekomen overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek over samenwerking bij de ontwikkeling en exploitatie van het gasultracentrifugeprocedé voor de produktie van verrijkt uranium. De wetsvoorstellen waren in 1969 ingediend door minister De Block. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Scholten wetten (Stb. 613) tot wijziging van de structuur van de inkomstenbelasting tot stand. Dit leidt onder andere tot de fiscale verzelfstandiging van het inkomen uit arbeid van de gehuwde vrouw, tot verhoging van de belastingvrije voet en tot een tegemoetkoming aan onvolledige gezinnen. Er komen negen tariefschijven. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Scholten een wet (Stb. 696) inzake unificatie van accijnzen met België en Luxemburg tot stand. |