![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat te Arnhem, van 1816 tot 1817 | |
| - | substituut-Officier bij de rechtbank van eerste aanleg, van 20 juni 1817 tot 1821 | |
| - | auditeur-militair bij het Provinciaal commandement te Gelderland, van 22 oktober 1821 tot 30 september 1841 | |
| - | waarnemend rijksadvocaat te Gelderland, van 15 februari 1831 tot 30 juni 1832 | |
| - | lid stedelijke raad van Arnhem, van 5 oktober 1833 tot oktober 1849 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Gelderland, van 18 oktober 1841 tot 13 februari 1849 | |
| - | wethouder van Arnhem, van 21 oktober 1841 tot 1 november 1849 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 13 februari 1849 tot 1 november 1849 | |
| - | minister van Justitie, van 1 november 1849 tot 15 juli 1852 | |
| - | (voorlopig) minister voor de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke, van 1 november 1849 tot 15 juli 1852 | |
| - | ambteloos (wilde geen functie meer, hield zich bezig met juridische en historische studies) |
nevenfuncties |
opleiding |
| - | Latijnse School |
| - | Romeins en hedendaags recht Hogeschool te Leiden, vanaf 23 september 1811 (ging in dienst) | |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Leiden, van 18 oktober 1814 tot 24 juni 1816 |
activiteiten |
| - | Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen. | |
| - | Beantwoordde in 1844 de vraag of er vanuit de Tweede Kamer een voorstel tot Grondwetsherziening moest worden gedaan met "ja" | |
| - | Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. | |
| - | Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. | |
| - | Stemde in 1848 bij de eerste lezing tegen hoofdstuk III, en bij beide lezingen tegen de hoofdstukken VI en X van de nieuwe Grondwet |
| - | Wees in 1851 in het K.B. over de inrichting van de rijkspolitie de minister van Justitie aan als hoofd daarvan. De procureurs-generaal fungeren als directeuren van politie. | |
| - | Zijn wetsvoorstel Wet op vergadering en vereeniging werd in 1852 door de Tweede Kamer verworpen |
| - | Bracht in 1850 de Wet op het Nederlanderschap tot stand. Deze bepaalde dat burgers door geboorte uit in op het grondgebied van het Rijk in Europa gevestigde ouders het Nederlanderschap verkregen. Naturalisatie was mogelijk bij wet. Door het aannemen van naturalisatie in een vreemd land of vijfjarig verblijf in een vreemd land met het oogmerk om niet terug te keren, ging het Nederlanderschap verloren. | |
| - | Bracht in 1850 de Wet inzake het recht van (parlementaire) enquête tot stand. Deze bepaalt hoe een enquête kan worden ingesteld, hoe de oproeping van getuigen moet plaatsvinden, op welke wijze de verhoren moeten geschieden en welke straffen er staan op weigering te verschijnen. Ministers kunnen niet worden verhoord. De verhoren dienen in het Kamergebouw plaats te vinden. | |
| - | Bracht in 1852 de wet tot regeling der afkondiging van algemeene maatregelen van inwendig bestuur van den Staat tot stand. AMvB's treden in werking nadat de afkondiging bekend kan zijn (uiterlijk de eenentwintigste dag na publicatie). Afkondiging geschiedt door plaatsing in het Staatsblad. |
wetenswaardigheden |
| - | Trad af als minister nadat de Tweede Kamer in mei 1852 artikel 1 van zijn wetsvoorstel betreffende de samenstelling der rechtelijke macht en het beleid der justitie met 44 tegen 15 stemmen had verworpen |
| - | Werd in 1848 in de kiesdistricten Arnhem en Harderwijk gekozen; opteerde voor Arnhem. Versloeg in Harderwijk G. Groen van Prinsterer (a.r.). | |
| - | Werd in 1848 in het kiesdistrict Doetinchem na herstemming verslagen door jhr. J.A.Ch.A. van Nispen tot Sevenaer |
| - | Arnhem, buitenplaats Remenenk, van 1823 tot 1830 | |
| - | Arnhem (stad) |
| - | ridder, 21 september 1834 |
| - | dienstplichtig militair tot 1811 | |
| - | korporaal, omstreeks 1815 |
publicaties/bronnen |
familie/gezin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||