![]() |
voornaam |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat te Utrecht, van 1868 tot 1877 | |
| - | rechter Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1 juni 1877 tot september 1900 | |
| - | lid gemeenteraad van Utrecht, van 1883 tot 1901 | |
| - | lid Provinciale Staten van Utrecht voor het kiesdistrict Amerongen, van 9 mei 1883 tot december 1887 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Utrecht, van 28 december 1887 tot 27 maart 1888 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Utrecht, van 1 mei 1888 tot 1 augustus 1901 | |
| - | secretaris-generaal van het Internationaal Hof van Arbitrage, van september 1900 tot 1 augustus 1901 | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 1 augustus 1901 tot 9 maart 1905 |
nevenfuncties |
| - | officier schutterij te Utrecht, van 1869 tot 1890 | |
| - | kerkvoogd te Utrecht | |
| - | hoogheemraad hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams, van 1872 tot 1 augustus 1901 | |
| - | secretaris Provinciaal Utrechtsch Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen, van 1874 tot 1901 | |
| - | rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Utrecht, vanaf 1875 | |
| - | lid Staatscommissie ter voorbereiding van de dienstplichtwet (Staatscommissie-Bergansius), van 10 juni 1888 tot mei 1890 | |
| - | voorzitter waterschap Driebergen, omstreeks 1899 |
opleiding |
| - | gymnasium te Utrecht |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen) Hogeschool te Utrecht, van september 1860 tot 24 juli 1868 |
activiteiten |
| - | Sprak als Eerste-Kamerlid onder meer over buitenlandse zaken, financiën, justitiële aangelegenheden, landbouw en waterstaat | |
| - | Stemde in 1892 tegen de ontwerp-Wet inzake de vermogensbelasting van minister Pierson | |
| - | Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten | |
| - | Stemde in 1900 tegen de ontwerp-Leerplichtwet | |
| - | Stemde in 1901 tegen de (tweede) ontwerp-Ongevallenwet |
wetenswaardigheden |
| - | Als minister geen sterke figuur door diplomatieke onervarenheid. Kuyper had sterke invloed op het buitenlands beleid en werd vanwege vele buitenlandse reizen en zijn invloed wel minister van 'buitenlandse reizen'. | |
| - | Tegen hem werd (mogelijk door Kuyper zelf) in 1904 een intrige opgezet, waarbij de diplomaat J.D.C. baron van Heeckeren van Kell betrokken was, en die tot zijn val moest leiden. Van Heeckeren weigerde echter medewerking. | |
| - | Kreeg in 1904 de diplomaat W.F.H. von Weckherlin als adviseur (of liever: 'toezichthouder') opgedrongen, nadat hij zichzelf onmogelijk had gemaakt vanwege een diplomatieke rel met Rusland rond de Japans-Russische oorlog. Von Weckherlin was een zwager van minister De Marez Oyens en bevriend met Kuyper. Van Lynden trad in 1905 uit onvrede over deze 'onder-curatele-stelling' af. |
| - | Was in 1886 en 1887 antirevolutionair Tweede-Kamerkandidaat in het district Arnhem, maar werd verslagen door de liberalen W. Rooseboom en Ph.W. van der Sleyden | |
| - | Werd in 1888 bij de Tweede-Kamerverkiezingen in het district Arnhem verslagen door W. Rooseboom (lib.) |
publicaties/bronnen |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 328 | |
| - | C.B. Wels, "Lijnden, Robert baron van (1843-1910)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 364 | |
| - | R. Kuiper, "De valse grondtoon. Het buitenlands beleid van het kabinet-Kuyper", in: D.Th. Kuiper en G.J. Schutte, "Het kabinet-Kuyper 1901-1905" (2001) | |
| - | Onze Afgevaardigden, 1897 |
familie/gezin |
| - | gecommitteerde ter admiraliteit | |
| - | kamerheer in buitengewone dienst | |
| - | lid Gedeputeerde Staten van Utrecht |
| - | Zoon van F.A.A.C. baron van Lynden van Sandenburg, buitengewoon lid Tweede Kamer | |
| - | Halfbroer van C.Th. graaf van Lynden van Sandenburg, Tweede- en Eerste-Kamerlid en minister | |
| - | Zwager van jhr. W.M. van Weede van Berencamp, minister |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||