| - | |
advocaat te Amsterdam, van 1872 tot 1882 |
| - | |
procureur te Amsterdam, van 1879 tot 1 mei 1882 |
| - | |
chef bureau financiën (rang: referendaris), ministerie van Koloniën, van 1 mei 1882 tot 1 mei 1885 |
| - | |
chef der afdeling handel en nijverheid (rang: administrateur), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 mei 1885 tot juli 1901 |
| - | |
minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 2 november 1910 tot 3 augustus 1911 |
| - | |
tweede luitenant der schutterij te Amsterdam, van 1873 tot 1877 |
| - | |
lid hoofdbestuur Amsterdam Patronaat voor behoeftige herstelde krankzinnigen in de provincie te Noord-Holland, vanaf 1874 |
| - | |
kantonrechter-plaatsvervanger te Amsterdam, van 1876 tot 1881 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie van advies inzake de exploitatie van de Spoorwegen, tot juli 1911 |
| - | |
voorzitter Internationale Staatscommissie voor Vlaanderen |
| - | |
voorzitter Staatscommissie betreffende de organisatie der protestantse kerk in Nederlands-Indië |
| - | |
voorzitter commissie als bedoeld in art. 201 Hoger-onderwijswet |
| - | |
Bracht in 1902 de Bevoegdhedenwet Waterschappen tot stand, die besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders bevoegdheden verleende om ter voorkoming van gevaar noodmaatregelen te nemen |
| - | |
Bracht de Mijnwet 1903 tot stand, waarbij de opsporing van delfstoffen door particuliere maatschappijen voor zes jaar werd opgeschort |
| - | |
Bracht in 1904 de Telegraaf- en Telefoonwet tot stand. Deze bevatte regels over de exploitatie en het gebruik van telegrafen en telefoons. Onder andere werd de wijze waarop de schadevergoeding voor het graven van kabels moest worden geregeld, vastgelegd. De telefoontarieven werden vastgesteld door de minister. |
| - | |
Bracht in 1904 de Wet op de droogmakerijen en indijkingen tot stand. Deze bepaalde dat droogmakerijen en indijkingen die niet door het Rijk werden tot stand gebracht alleen mochten worden ondernomen na toestemming van Gedeputeerde Staten. |
| - | |
Bracht in 1905 de Motor- en Rijwielwet tot stand. Deze voerde onder meer verkeersregels en -borden, het rijbewijs, rijwielpaden, het nummerbord, de maximumsnelheid, alsmede een leeftijdsgrens voor bestuurders van motorrijtuigen in. Er kwam een mogelijkheid tot beboeting en tot het ontnemen van de rijbevoegdheid. Snelheidswedstrijden voor motorrijtuigen of rijwielen werden op de openbare weg verboden. |