![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat te Maastricht, vanaf 1850 (onbekend of hij daadwerkelijk heeft gepleit) | |
| - | lid Provinciale Staten van Limburg, van 5 juli 1853 tot 12 maart 1862 (voor het kiesdistrict Maastricht) | |
| - | lid Gedeputeerde Staten van Limburg, van 2 juli 1856 tot 12 maart 1862 | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 12 maart 1862 tot 2 januari 1864 (tevens belast met zaken van R.K. Eredienst na opheffing departement op 1 juli 1862) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1864 tot 25 november 1865 (voor het kiesdistrict Maastricht) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 december 1865 tot 1 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Maastricht) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Maastricht) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 28 februari 1868 tot 15 september 1873 (voor het kiesdistrict Maastricht) | |
| - | lid Provinciale Staten van Limburg, van juli 1874 tot juli 1880 (voor het kiesdistrict Heerlen) |
nevenfuncties |
opleiding |
| - | gymnasium te Maastricht, tot 1846 (eindexamen magna cum laude) |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Leiden, van 25 september 1846 tot 28 juni 1850 (volgde o.a. colleges bij Thorbecke) |
activiteiten |
| - | Sprak als Tweede Kamerlid vooral over buitenlandse zaken en verder over onderwerpen op het gebied van het binnenlands bestuur en waterstaat (spoorwegen), vaak in relatie met Limburg | |
| - | Interpelleerde in 1866 minister Cremers over de verhouding van Limburg tot de Duitse Bond na beëindiging van de oorlog | |
| - | Interpelleerde in 1867 minister Van Zuylen van Nijevelt over de nadelen die de scheepvaart ondervond op de Maas en de Zuid-Willemsvaart | |
| - | Stemde op 23 maart 1868 vóór de motie-Blussé van Oud-Alblas, die uitsprak dat de Kamerontbinding van 1867 niet in het landsbelang was geweest |
| - | Bracht als minister traktaten met België tot stand over de aftapping van het Maaswater, de afkoop van de Scheldetol bij Terneuzen en over handel en scheepvaart |
wetenswaardigheden |
| - | Werd in 1853 na herstemming gekozen tot Statenlid | |
| - | Kwam in conflict met de koning over zijn houding ten opzichte van de Poolse opstand (Willem III voelde niets voor de door de minister voorgestelde kritische opstelling jegens Rusland) en over de deelneming aan een Europees Congres in Parijs | |
| - | Trad af nadat de Eerste Kamer op 29 december 1863 de begroting van Buitenlandse Zaken met 19 tegen 14 stemmen had verworpen | |
| - | Legde zijn Kamerlidmaatschap op 25 november 1865 naar aanleiding van het "Limburgse brievenschandaal" neer, maar werd 14 dagen later herkozen | |
| - | Niet herkozen als Tweede Kamerlid in 1873 na de breuk tussen liberalen en katholieken |
| - | Zijn moeder overleed een week na zijn geboorte | |
| - | Zijn vader was hypotheekbewaarder te Maastricht en lid van Provinciale Staten van Limburg | |
| - | Zijn echtgenote was bevriend met prinses Louise, dochter van prins Frederik (eerste dochter naar haar vernoemd) | |
| - | Zijn stiefmoeder was de weduwe van M.H.G. baron de Beeckman de Libersart, gouverneur van Henegouwen en Limburg | |
| - | Zijn broer Louis Eustache was gehuwd met een dochter van C.A. baron de Bieberstein, lid Tweede Kamer |
| - | Houthem (Lb.), Kasteel Strabeek, van 1855 tot 1880 | |
| - | 's-Gravenhage, Bezuidenhoutseweg 51, van 1862 tot 1864 | |
| - | Maastricht, O.L. Vrouwenplein 2702, vanaf 1880 |
publicaties/bronnen |
| - | Sagittarius, "Parlementaire Portretten. De aftredende helft van de Tweede Kamer der Staten-Generaal" (1869) | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 335 | |
| - | M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900" |
familie/gezin |
| voornamen |
||
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||