| - | |
landeigenaar te Langbroek (Utr.) |
| - | |
lid gemeenteraad van Langbroek, van 1901 tot 1905 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Utrecht voor het kiesdistrict Amerongen, van 15 juni 1904 tot juli 1914 |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 5 juli 1905 tot juli 1914 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Kampen, van 21 september 1909 tot 16 september 1913 |
| - | |
Commissaris van de Koningin in Utrecht, van 1 augustus 1914 tot 1 april 1924 (benoemd bij K.B. van 10 juni 1914) |
| - | |
persoonlijk adviseur van H.M. de Koningin, van 1 april 1924 tot 1 mei 1928 |
| - | |
vicepresident Raad van State, van 1 mei 1928 tot 25 december 1932 (benoemd bij K.B. van 18 april 1928) |
| - | |
president-kerkvoogd Nederlandse Hervormde Kerk te Neerlangbroek |
| - | |
voorzitter Gezondheidscommissie te Wijk bij Duurstede |
| - | |
kantonrechter-plaatsvervanger te Wijk bij Duurstede, vanaf 13 juni 1900 (nog in 1909) |
| - | |
secretaris Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams en de IJsseldam, vanaf 1902 |
| - | |
secretaris Staatscommissie inzake de Gemeentefinanciën, vanaf 1903 |
| - | |
kamerheer in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, vanaf 31 augustus 1903 |
| - | |
lid Staatscommissie voor de landbouw, vanaf 1906 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Heemskerk), van 2 mei 1910 tot 15 mei 1912 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de evenredige vertegenwoordiging (Staatscommissie-Oppenheim), van 15 november 1913 tot 25 mei 1914 |
| - | |
lid commissie belast met het afnemen der diplomatieke examens, van 9 januari 1915 tot februari 1921 |
| - | |
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 15 januari 1915 tot 25 december 1928 |
| - | |
ondervoorzitter Centraal Stembureau, van september 1918 tot 1 januari 1924 |
| - | |
voorzitter Commissie van toezicht op de bijzondere leerstoelen en de bijzondere universiteiten, vanaf 1 november 1918 |
| - | |
lid en ondervoorzitter Staatscommissie inzake algehele herziening der Gemeentewet (Staatscommissie-Oppenheim), van 6 december 1918 tot september 1920 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Verzekeringmaatschappij "Hermandad" te Utrecht (27 jaar) |
| - | |
lid bestuur Fonds ten behoeve van Indologische Studiën te Utrecht |
| - | |
opperkamerheer van koningin Wilhelmina, vanaf 3 mei 1920 |
| - | |
lid commissie belast met het onderzoek naar de geschiktheid voor de diplomatieke dienst, vanaf 16 februari 1921 |
| - | |
lid commissie belast met het afnemen van het examen voor benoembaarheid tot gezantschapsscretaris der tweede klasse, vanaf 16 februari 1921 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de Electriciteitsvoorziening, van 30 mei 1921 tot mei 1925 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente, van 18 augustus 1921 tot september 1927 |
| - | |
lid Commissie van advies voor volkenrechtelijke vraagstukken, vanaf 22 april 1922 |
| - | |
voorzitter Centraal Stembureau, van 1 januari 1924 tot 1 mei 1928 |
| - | |
lid Staatscommissie voorbereiding Codificatie Internationaal Privaatrecht, van 15 mei 1924 tot 1 mei 1928 |
| - | |
lid Nationaal Steuncomité tot leniging van de nood (stormramp in de Achterhoek), 1925 |
| - | |
grootmeester prinses Juliana, van 12 april 1927 tot 1 mei 1928 |
| - | |
voorzitter Permanente Verzoeningscommissie tussen Denemarken en Duitsland, van 1927 tot 1930 |
| - | |
regent Hervormde scholen te 's-Gravenhage |
| - | |
voorzitter Internationaal Intermediair Instituut te 's-Gravenhage |