![]() |
voornaam |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | officier afdeling militaire verkenningen van de Generale Staf, van 1866 tot 1872 | |
| - | kapitein bij de veldartillerie, gedetacheerd bij de Stafschool, vanaf 1872 | |
| - | docent tactiek, legerverplaatsing en stafdienst aan de Stafschool (later Hogere Krijgschool), van 1874 tot 1879 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Arnhem, van 28 april 1879 tot 8 september 1883 | |
| - | luitenant-kolonel, toegevoegd aan de chef van de Generale Staf, van 3 september 1886 tot 24 september 1889 | |
| - | hoofd tweede afdeling, ministerie van Oorlog, van 1887 tot 1888 | |
| - | kolonel, toegevoegd aan de chef van de Generale Staf, van 25 september 1889 tot 11 november 1897 | |
| - | chef van de Generale Staf, van november 1897 tot 1 april 1901 | |
| - | minister van Oorlog, van 1 april 1901 tot 1 augustus 1901 | |
| - | chef van de Generale Staf, van 1 augustus 1901 tot 1907 | |
| - | eerste commandant van het veldleger, van 1907 tot 1909 |
| - | tweede luitenant der artillerie, van 1859 tot 2 augustus 1861 | |
| - | eerste luitenant der artillerie, van 2 augustus 1861 tot 1 juli 1871 | |
| - | kapitein der artillerie, van 2 juli 1871 tot 1883 | |
| - | majoor der artillerie, van augustus 1883 tot 3 september 1886 | |
| - | luitenant-kolonel der artillerie, van 3 september 1886 tot 24 september 1889 | |
| - | kolonel der artillerie, van 25 september 1889 tot 12 november 1897 | |
| - | luitenant-generaal der artillerie, vanaf 12 november 1897 |
nevenfuncties |
| - | voorzitter Concert Diligentia te 's-Gravenhage (vele jaren) | |
| - | lid Commissie van Toezicht Koninklijk Conservatorium voor muziek te 's-Gravenhage | |
| - | lid Staatscommissie ter voorbereiding van de dienstplichtwet (Staatscommissie-Bergansius), van 10 juni 1888 tot mei 1890 | |
| - | voorzitter Permanente militaire spoorwegcommissie, tot 1907 | |
| - | adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, van 31 augustus 1898 tot 24 maart 1914 |
opleiding |
| - | officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1855 tot 1859 |
activiteiten |
| - | Sprak als Tweede-Kamerlid vooral over militaire zaken en voorts over justitie (Wetboek van Strafrecht), koloniën en spoorwegen | |
| - | Stemde in de vier jaar dat hij Kamerlid was steeds tegen de begroting van Oorlog vanwege onder meer bezwaren tegen de plaatsvervanging |
| - | Bracht in 1901, met Goeman Borgesius, tegelijk met de Militiewet de Wet tot regeling van de landweer en tot opheffing van de schutterij tot stand. In de Landweer dienden gedurende zeven jaar de afgezwaaide miliciens. De officieren en onderonderofficieren waren afkomstig uit het reserve-personeel en ook vrijwilligers konden er deel van uitmaken. | |
| - | Bracht de Militiewet 1901 tot stand, nadat minister Eland vanwege het amendement-Van Gilse was afgetreden. Deze wet voerde het kazernestelsel in voor een bij wet bepaald contigent van dienstplichtigen. De oefentijd werd voor de bereden wapens bepaald op 12 maanden, waarvan een deel (7500 man) als 'blijvend gedeelte' ook gedurende de wintermaanden onder de wapenen blijft voor de noodzakelijke wachtdiensten, kadervorming en eventuele mobilisatie. Door de legerhervorming wordt het veldleger 45.000 man sterk, met een jaarlijks contingent van 17.500 man. |
wetenswaardigheden |
| - | Bezocht verschillende malen buitenlandse legeroefeningen (Frankrijk, België); beschikte over veel internationale contacten | |
| - | Gold als één van de kundigste en meest vooraanstaande militairen in Nederland in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog | |
| - | Zijn vader was officier der genie (1836-1854) en hoofdingenieur bij de aanleg der Staatsspoorwegen | |
| - | Gaf de jonge koningin onderwijs in de landsverdediging |
| - | Versloeg in 1879 bij tussentijdse verkiezingen A.F. de Savornin Lohman (a.r.) | |
| - | Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezingen G.J.Th. Beelaerts van Blokland (a.r.) | |
| - | Was in 1883 geen kandidaat |
| - | minister van Oorlog, juli 1901 (geweigerd) |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw | |
| - | Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau |
| - | Grootkruis Huisorde van Oranje | |
| - | 50-jarig dienstkruis in briljanten |
publicaties/bronnen |
| - | Castoretpollux, "In de Tweede Kamer. Portretten" (1881) | |
| - | "N.R.C.", 25 maart 1914 | |
| - | Wie is dat? 1901 | |
| - | Ned. Patriciaat, 1910 |
familie/gezin |
| - | gehuwd te Nijmegen, 16 april 1863 (echtgenote overleden 30 maart 1895) | |
| - | gehuwd (tweede huwelijk) te Arnhem, 29 december 1898 |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||