![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat te Arnhem, van 1878 tot 1881 | |
| - | notaris te Didam, van 1 januari 1882 tot 1 oktober 1885 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 6 mei 1884 tot 11 oktober 1884 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rheden, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 | |
| - | lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 25 april 1893 tot 7 april 1908 (gekozen in district I) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Rheden, van 16 mei 1894 tot 12 februari 1908 | |
| - | voorzitter R.K.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van maart 1903 tot 12 februari 1908 | |
| - | lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict Rotterdam III, van 21 juni 1907 tot februari 1908 | |
| - | minister van Financiën, van 12 februari 1908 tot 29 augustus 1913 | |
| - | lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 28 oktober 1913 tot 19 februari 1924 (1913-1919 voor het kiesdistrict Delft) | |
| - | lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, van 7 november 1913 tot 19 februari 1924 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Nijmegen, van 25 januari 1916 tot 17 september 1918 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 19 februari 1924 |
partijpolitieke functies |
| - | vicevoorzitter R.K.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van juni 1898 tot september 1901 | |
| - | vicevoorzitter R.K.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1916 tot september 1923 (bedankte vanwege gezondheid) | |
| - | lid bestuur R.K.-kiesvereeniging te 's-Gravenhage |
nevenfuncties |
| - | lid commissie voor het stichten eener woning met huiskapel voor de pauselijke internuntius te 's-Gravenhage, 1889 (tevens president provinciaal comité in Zuid-Holland) | |
| - | lid Staatscommissie inzake de arbeidsenquête (Staatscommissie-Rochussen), van 1890 tot 1894 | |
| - | lid Nationaal Comité voor Transvaal, vanaf januari 1900 | |
| - | lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van augustus 1921 tot 19 februari 1924 | |
| - | voorzitter commissie van advies inzake het aandeel van gemeenten in de opbrengst der oorlogswinstbelasting, omstreeks 1922 | |
| - | voorzitter Raad van Commissarissen "Residentiebode" |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1898 tot februari 1899 (voorzitter derde afdeling) | |
| - | lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1901 tot september 1906 | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1902 tot februari 1903 (voorzitter derde afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1904 tot februari 1905 (voorzitter tweede afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1907 tot februari 1908 (resp. voorzitter eerste en tweede afdeling) | |
| - | (tijdelijk) ondervoorzitter van de ministerraad, van 12 februari 1908 tot 29 augustus 1913 | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1918 tot april 1918 (voorzitter derde afdeling) | |
| - | lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1917 tot februari 1924 | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1920 tot september 1920 (voorzitter vijfde afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1921 tot januari 1922 (resp. voorzitter vijfde en vierde afdeling) | |
| - | lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juli 1922 tot september 1922 (voorzitter vijfde afdeling) |
opleiding |
| - | lagere school te Dordrecht |
| - | gymnasium, R.K. "Sint Willibrordus College" te Katwijk aan de Rijn, van 1866 tot 1872 |
| - | notariaat Hogeschool te Leiden (tegelijkertijd met rechtenstudie) |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen) Hogeschool te Leiden, van 9 oktober 1872 tot 6 april 1878 (cum laude) |
activiteiten |
| - | Was financieel-woordvoerder van de Katholieken in de Tweede Kamer. Sprak verder onder meer over waterstaatszaken en binnenlands bestuur. |
| - | Behoorde in 1887 tot de minderheid van de Katholieken die bij de eerste lezing vóór herziening van hoofdstuk III (Staten-Generaal) van de Grondwet stemde. Stemde bij beide lezingen tegen de hoofdstukken II (koning) en IX (waterstaat). | |
| - | Behoorde in 1892 met Schaepman en Harte tot minderheid van de katholieken die vóór de ontwerp-Wet op de vermogensbelasting stemde | |
| - | Stemde in 1900 met Schaepman als enige katholiek vóór de ontwerp-Leerplichtwet | |
| - | Behoorde in 1901 tot de minderheid van de katholieken die vóór de ontwerp-Militiewet stemde |
| - | Voerde in 1908 een belasting op motorrijtuigen in (wijziging van de Wet op de personele belasting) | |
| - | Diende in 1911 een ontwerp-Tariefwet in, tot beperking van de vrijhandel; het ontwerp werd, mede door obstructie van de oppositie, niet afgehandeld |
| - | Bracht in 1911 een herziening van de Successiewet tot stand, waardoor erfenis in rechte lijn progressief werden belast. De successierechten werden verhoogd. Het overgangsrecht op effecten werd afgeschaft. | |
| - | Bracht in 1912 de Bedrijvenwet tot stand, die staatsbedrijven onder het toezicht van de Algemene Rekenkamer bracht | |
| - | Bracht in 1913 de Grootboekwet tot stand. Deze geeft regels voor de Grootboeken der Nationale Schuld, waarin de schulden worden ingeschreven, waarvan op de vervaldagen renten betaalbaar zijn aan de houders van rentebewijzen aan toonder. De wet geeft regels voor het beheer, in- en overschrijving van schulden en over de rentebetaling(en). |
wetenswaardigheden |
| - | Behoorde in 1891 niet tot de ondertekenaars van een manifest van 14 conservatief-katholieke Tweede-Kamerleden | |
| - | Medeoprichter van de Algemeene Bond van Roomsch-Katholieke Kiesvereenigingen | |
| - | Werd in september 1905, 1906 en 1907 als tweede op de voordracht voor het Tweede-Kamervoorzitterschap geplaatst |
| - | Zijn vader was ijzerhandelaar | |
| - | Zijn latere collega's Bevers, tevens later zijn zwager, en Nelissen waren klasgenoten in Katwijk en jaargenoten in Leiden | |
| - | Zijn broer was gehuwd met een zus van zijn echtgenote | |
| - | Een nicht van hem was gehuwd met H.M.J. Blomjous, Eerste-Kamerlid | |
| - | Zijn echtgenote, dochter van een arts, kwam uit Emmerik (Dld.) |
| - | Toen hij in 1884 met zijn 31 jaar als jongste Kamerlid naast dr. Schaepman kwam te zitten, werd hij door een parlementair journalist omschreven als 'een rekruut naast de generaal'. |
| - | Versloeg in 1884 bij tussentijdse verkiezingen en bij de algemene verkiezingen in 1884, 1886 en 1887 steeds met groot verschil zijn liberale tegenkandidaten | |
| - | Versloeg in 1888 jhr. A.A.E.J.R. Brantsen (lib.) | |
| - | Versloeg in 1891 H. van Hoogendorp (rk) | |
| - | Versloeg in 1894 H.J.A.M. Schaepman (rk-takkiaan) | |
| - | Versloeg in 1897 P. van Vliet jr. (arp) | |
| - | Versloeg in 1901 B. Cuperus (lib.) | |
| - | Versloeg in 1905 K. Eland (ul) | |
| - | Versloeg in 1916 L.M. Hermans (sdap) | |
| - | Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen |
| - | minister van Binnenlandse Zaken, 1901 (ging niet door vanwege bezwaren van de Nederlandse bisschoppen) |
| - | Didam, tot 1885 | |
| - | 's-Gravenhage, vanaf oktober 1885 | |
| - | 's-Gravenhage, Parkstraat 101, omstreeks 1916 | |
| - | 's-Gravenhage, Laan 29, omstreeks 1920 |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1894 | |
| - | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 11 april 1922 |
| - | Ridder in de Orde van Pius IX van de H. Stoel | |
| - | verschillende binnenlandse en buitenlandse onderscheidingen |
publicaties/bronnen |
| - | C.K. Elout, "De Heeren in Den Haag" (2e reeks, 1909), 43 | |
| - | J.P. Gribling, "Kolkman, Maximilien Joseph Caspar Marie (1853-1924)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 315 | |
| - | Onze Afgevaardigden, 1897, 1901 en 1905 |
familie/gezin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||