| - | |
onderwijzer (nabij Eindhoven) |
| - | |
onderwijzer R.K. Handelsschool te Amsterdam, van 1919 tot 1926 |
| - | |
onderwijzer MULO-school te Semarang (Ned.-Indië), vanaf 1926 |
| - | |
directeur R.K. MULO-school te Batavia (Ned.-Indië), tot 1934 |
| - | |
inspecteur Westers lager onderwijs in Nederlands-Indië |
| - | |
lid Volksraad en het College van Gedelegeerden van Nederlands-Indië, van 25 oktober 1935 tot 1941 |
| - | |
correspondent te Nederlands-Indië, vanaf 22 april 1936 |
| - | |
minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van 8 januari 1942 tot 31 mei 1944 |
| - | |
minister van Landbouw en Visserij, van 8 januari 1942 tot 31 mei 1944 |
| - | |
Indisch regeringscommissaris, ministerie van Overzeese Gebiedsdelen en directeur onderwijs en eredienst Nederlands-Indië te Londen, van 1944 tot 1946 |
| - | |
hoofdredacteur dagblad "De Tijd", van mei 1946 tot 1 november 1947 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 23 juli 1946 tot 15 juli 1952 |
| - | |
commissaris van diverse N.V.'s (voor ministerschap) |
| - | |
voorzitter Haags Europees Congres, van 7 mei 1948 tot 10 mei 1948 |
| - | |
lid studiecomité over Europese samenwerking o.l.v. Edouard Herriot, oktober 1948 |
| - | |
voorzitter programmaraad Stichting Radio Nederland Wereldomroep, vanaf 1948 |
| - | |
lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, van 1 augustus 1949 tot februari 1951 |
| - | |
ondervoorzitter Stichting Radio Nederland Wereldomroep, vanaf 1950 (nog in 1958) |
| - | |
voorzitter Programmaraad, vanaf 1951 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg |
| - | |
lid consul central van de E.E.G., vanaf 1951 |
| - | |
Kondigde in 1942 een vaarplicht voor Nederlandse zeelieden af, waardoor alle zeelieden tot 60 jaar verplicht waren te varen (tenzij ontheffing werd aangevraagd). |
| - | |
Was in mei 1942 de eerstverantwoordelijke voor het besluit om de Nederlandse koopvaardijvloot te vorderen. Exploitatie van de Nederlandse schepen vond plaats voor rekening van de staat, die daarmee niet alleen lasten (zoals bewapening) droeg, maar ook eventuele baten zou ontvangen. |
| - | |
Verbleef tijdens zijn ministerschap enkele keren in de VS vanwege overleg in de UNRRA (United Nations Relief and Rehabilitation Administration) |
| - | |
Kwam in 1943 in ernstig conflict met de Nederlandse reders, nadat hij eerst in 1942 eenzijdig diverse maatregelen had genomen om de positie van Nederlandse zeelieden te verbeteren (zo werden lonen en de shore-bonus verhoogd), en daarna medezeggenschap voor de schepelingen instelde. Nadat het bestuur van koopvaardij ('Shipping') dreigde met aftreden, moest hij die laatste maatregel terugdraaien. |
| - | |
Overwoog in 1944 enige tijd af te treden vanwege gebrek aan vertrouwen in zijn beleid bij zijn collegae en bij koningin Wilhelmina. Dat wantrouwen was met name gegroeid na een door hem via Radio Oranje gedane uitspraak dat er na de bevrijding door de geallieerden voor voldoende voedsel en geneesmiddelen zou worden gezorgd. De koningin nodigde daarna niet hem maar regeringsvertegenwoordiger Steenberghe uit om verslag over de besprekingen uit te brengen. |
| - | |
Nam uiteindelijk ontslag vanwege het voornemen van Gerbrandy om een apart ministerie van Scheepvaart in te stellen, waarvan J.M. de Booy de leiding zou krijgen |
| - | |
Werd in 1946 op de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer gezet in plaats van Welter, die als te conservatief werd beschouwd |
| - | |
Kwam in 1947 in conflict met de Raad van Commissarissen van dagblad "De Tijd" vanwege zijn progressieve standpunt over de Indische kwestie |