| - | |
advocaat te Arnhem, vanaf augustus 1816 |
| - | |
rijksadvocaat te Arnhem, van 2 juni 1831 tot januari 1849 |
| - | |
lid stedelijke raad van Arnhem, vanaf 1833 |
| - | |
buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Gelderland, van 5 augustus 1840 tot 5 september 1840 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Gelderland voor de steden (Tiel), van 6 juli 1841 tot oktober 1844 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Gelderland, van 22 oktober 1844 tot 13 februari 1849 |
| - | |
lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet, van 17 maart 1848 tot 1 november 1848 (rapport werd uitgebracht 11 april) |
| - | |
tijdelijk minister van Binnenlandse Zaken, van 13 mei 1848 tot 21 november 1848 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 21 november 1848 tot 31 oktober 1849 |
| - | |
advocaat te Arnhem, vanaf november 1849 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Tiel, van 14 juni 1853 tot 22 september 1860 |
| - | |
lid College van Regenten Gevangenis te Arnhem, vanaf 1817 |
| - | |
luitenant-kwartiermeester eerste bataillon der schutterij van Gelderland, van 1818 tot 1828 |
| - | |
lid bestuur Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen, afdeling Arnhem, vanaf april 1822 |
| - | |
regent Huis van Burgerlijke en Militaire verzekering te Arnhem, vanaf 2 december 1822 |
| - | |
lid raad van koophandel, vanaf september 1827 |
| - | |
lid kiezerscollege te Arnhem, van september 1827 tot 1847 |
| - | |
lid raad van discipline Orde van Advocaten, van 10 oktober 1838 tot 3 augustus 1841 |
| - | |
lid bestuur stedelijke tusschen- en herhalingsschool te Arnhem, vanaf 16 oktober 1838 |
| - | |
lid curatorium Stedelijk Gymnasium te Arnhem, van 14 maart 1840 tot januari 1849 |
| - | |
deken Orde van Advocaten te Arnhem, van 3 augustus 1841 tot januari 1849 |
| - | |
kerkvoogd Nederlandse Hervormde Kerk |
| - | |
president Kamer van Koophandel te Arnhem |
| - | |
voorzitter departement Maatschappij tot Nut van 't Algemeen |
| - | |
kapitein landstorm, vanaf april 1853 |
| - | |
Stemde in 1840 met 10 anderen tegen alle voorstellen tot Grondwetsherziening |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemde, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening |
| - | |
Eén der "Negenmannen" die in 1844 een initiatiefwetsvoorstel over Grondwetsherziening indienden |
| - | |
Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. |
| - | |
In 1845 spraken hij, Luzac en Corver Hooft zich in de Tweede Kamer als enigen uit voor onbeperkte handelsvrijheid |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
Zette zich na 1850 als Kamerlid in voor de verdediging van de rechten van de Hervormde Kerk en van de koning |
| - | |
Heeft nooit een staatkundige carrière geambieerd; was het liefste advocaat gebleven |
| - | |
Sinds het aftreden van Donker Curtius in mei 1849 kabinetsleider |
| - | |
Bestreed in 1849 tevergeefs het amendement-Van Zuylen van Nijevelt waardoor de tienden van het kroondomein afkoopbaar werden; wist de Eerste Kamer te bewegen tot verwerping van het geamendeerde wetsvoorstel |
| - | |
Zijn kabinet viel in september 1849 toen de Tweede Kamer in het Adres van Antwoord uitsprak dat onvoldoende overeenstemming bestond tussen kabinet en Kamer |
| - | |
In 1849 kwam het tot een politieke breuk met Thorbecke, omdat De Kempenaer zich verzette tegen een totale scheiding van kerk en staat, vasthield aan de staatsschool, zich keerde tegen afschaffing van het recht van placet en invloed van de Staten-Generaal op het koloniaal beleid afwees |
| - | |
Gaf zich op voor de vrijwillige gewapende dienst in 1813 |
| - | |
Gaf zich op voor de vrijwillige gewapende dienst in 1815 (maakte met de Leidsche jagers de tocht naar Frankrijk mee, maar nam geen deel aan gevechtshandelingen) |
| - | |
Zijdelings betrokken bij het geheime overleg tussen J.M. Kemper, G.K. van Hogendorp e.a. over het Grondwetsontwerp in 1814 |
| - | |
Studeerde onder andere bij prof. J.M. Kemper, bijzondere belangstelling voor het Romeinse recht en de vergelijking hiervan met het Franse recht |
| - | |
Trok als advocaat sterk de aandacht door zijn verdediging in persprocessen, die van staatkundige aard waren |
| - | |
Richtte een verzekeringsmaatschappij tegen brandschade op |
| - | |
Zijn vader was koopman en lid van de stedelijke raad van Leiden |