![]() |
voornaam (roepnaam) |
personalia |
partij/stroming |
| - | liberaal (jong-liberaal, maar later als Eerste-Kamerlid conservatiever) | |
| - | Puttiaan, van 1862 tot 1866 |
loopbaan |
| - | advocaat te 's-Gravenhage, van 1845 tot 1877 | |
| - | lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 1860 tot 1 september 1865 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict 's-Gravenhage, van 15 september 1862 tot 19 september 1866 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Haarlem, van 18 september 1871 tot 2 november 1877 | |
| - | minister van Binnenlandse Zaken, van 3 november 1877 tot 30 augustus 1879 | |
| - | voorzitter van de ministerraad, van 3 november 1877 tot 30 augustus 1879 (formeel tijdelijk) | |
| - | advocaat te 's-Gravenhage, van 1879 tot 28 juli 1895 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 1 mei 1888 tot 19 september 1893 |
partijpolitieke functies |
| - | "leader" liberalen Tweede Kamer der Staten-Generaal, van juni 1876 tot november 1877 |
nevenfuncties |
| - | voorzitter Vereeniging tot Bevordering van Fabriek- en Handwerk-Nijverheid in Nederland, afdeling 's-Gravenhage, tot 1875 | |
| - | voorzitter Commissie van Toezicht op de Hogere Burgerschool te 's-Gravenhage, omstreeks 1876 | |
| - | kabinetsformateur, van 16 oktober 1877 tot november 1877 | |
| - | voorzitter Staatscommissie inzake de administratieve rechtspraak, vanaf 1891 |
opleiding |
| - | School van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, Buitenhof te 's-Gravenhage |
| - | privéonderwijs van zijn vader |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Leiden, van 7 september 1840 tot 26 september 1845 |
activiteiten |
| - | Voerde in de Tweede Kamer regelmatig het woord over uiteenlopende onderwerpen (onderwijs, justitie, financiën, koloniën, spoorwegen) | |
| - | Stemde in 1872 tegen de ontwerp-Wet op de inkomstenbelasting van minister Blussé | |
| - | Diende in 1875 met Tak van Poortvliet, De Roo van Alderwerelt en D.J. Mackay een initiatiefvoorstel in over aanleg van spoorwegen voor rekening van de staat. Dit voorstel werd later dat jaar ingetrokken. | |
| - | Voerde als Eerste-Kamerlid zelden het woord. Sprak in 1891 bij de behandeling van het wetsvoorstel inzake de enkelvoudige kiesdistricten. |
| - | Diende op 10 juni 1879 na de verwerping van artikel 1 van de ontwerp-Kanalenwet samen met Tak zijn ontslag in; op 13 juni weigerde de koning dit ontslag | |
| - | Verzocht op 27 juni 1879 (en op 2 juli namens de meerderheid van het kabinet) aan de koning in het nieuwe zittingsjaar een voorstel tot grondwetsherziening te mogen indienen. De koning wees dit verzoek op 10 juli af, waarna de ministers ontslag vroegen. |
| - | Bracht in 1878 een wet tot stand waardoor het ledental van de Tweede Kamer werd verhoogd van 80 naar 86 | |
| - | Bracht in 1878 een wet inzake de voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw en apothekersbediende tot stand | |
| - | Bracht in 1878 de Wet op het lager onderwijs (Stb. 127) tot stand, die de wet uit 1857 verving. Vanwege de hogere eisen aan schoolgebouwen en aan salariëring en bekwaamheden van leerkrachten werden de financiële lasten van scholen hoger. Alleen openbaar onderwijs werd hiervoor gesubsidieerd. Daarom werd van confessionele zijde fel tegen de wet geopponeerd, onder andere via een volkspetitionnement. De wet regelde tevens de opleiding van onderwijzers op kweekscholen en via normaallessen. |
wetenswaardigheden |
| - | Behoorde met P.A.S. van Limburg Brouwer en C. van Heukelom tot de adjudanten van Fransen van de Putte op koloniaal gebied |
| - | De naam "Kappeyne" (van zijn peetgrootmoeder) werd in 1811 door zijn vader aan die van "Van de Coppello" toegevoegd | |
| - | Sinds zijn achttiende jaar was G. Groen van Prinsterer zijn toeziend voogd | |
| - | Scherp jurist, uitmuntend kenner van het Romeins recht | |
| - | Hij wees een aanzoek om buitengewoon hoogleraar te worden aan de Hogeschool te Leiden af | |
| - | Zijn vader was leraar Grieks en rector van de latijnse scholen te 's-Gravenhage en Zwolle |
| - | Had de gewoonte om 's nachts te werken tot in de vroege ochtend | |
| - | Werkte volgens tijdgenoten bij voorkeur in neglicé languit op de vloer van zijn woonkamer liggend temidden van zijn boeken en papieren | |
| - | Zag er vaak wat haveloos uit door onverzorgde kleding | |
| - | Schepte er genoegen in om voor de scherts allerlei amendementen op wetsvoorstellen te bedenken |
| - | Versloeg in 1860 bij de periodieke verkiezingen A. Vrolik. Zijn tegenkandidaat, H.F. baron van Zuylen van Nijevelt, trok zich terug. | |
| - | Werd in 1866 bij de periodieke verkiezingen in het district 's-Gravenhage verslagen door jhr. F. de Casembroot (cons.) | |
| - | Versloeg in 1871 bij naverkiezingen in het district Haarlem W. baron van Golstein (cons.) | |
| - | Versloeg in 1875 bij de periodieke verkiezingen M.J. van Lennep (cons.) | |
| - | Werd in augustus 1880 bij tussentijdse verkiezingen in het district Amsterdam verslagen door J.G. Gleichman (lib.) | |
| - | Werd in maart 1883 bij tusentijdse verkiezingen in het district Amsterdam verslagen door A. Gildemeester (cons.-lib.) | |
| - | Werd in 1884 bij tussentijdse verkiezingen in het kiesdistrict Haarlem verslagen door J. Duijvis (lib.) |
| - | 's-Gravenhage, Nieuwstraat, omstreeks 1854 en nog in 1857 | |
| - | 's-Gravenhage, Noordeinde 75, omstreeks 1875 tot juli 1895 |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874 | |
| - | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 2 november 1878 |
publicaties/bronnen |
| - | I.A. Levy, "De moderne levensbeschouwing van Mr. J. Kappeyne van de Coppello" (1875) | |
| - | J.Ch. de Blok, "Een vergeten staatsman", in: Leeskabinet, (1895) | |
| - | H.J. Smidt, "Mr. J. Kappeyne van de Coppello", in: Eigen Haard, 1895, 715-717, 773-735, 744-747 | |
| - | A.P.Th. Eyssell "Mr. Johannes Kappeyne van de Coppello" in: Themis LVI (1895) 645-656 | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, 670 | |
| - | P.A. van de Riet, "J. Kappeyne van de Coppello", in: G.A. van der List en P.G.C. van Schie (red.), "Van Thorbecke tot Telders" (1993) | |
| - | "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, 1000 | |
| - | Ned. Patriciaat, 1942 |
familie/gezin |
| - | Oom van Jhr. E. Tjarda van Starkenborch Stachouwer, Eerste-Kamerlid en Commissaris der Koningin | |
| - | Oom van J. Kappeyne van de Coppello, Eerste-Kamerlid |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||
| Nieuws |
||