| - | |
advocaat te Groningen, van 1859 tot 1869 |
| - | |
leraar staathuishoudkunde te Groningen, van 1861 tot 1864 |
| - | |
lid gemeenteraad van Groningen, van 1864 tot februari 1869 |
| - | |
wethouder van Groningen, van 1867 tot 1869 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 24 februari 1869 tot 11 oktober 1884 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Groningen, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 |
| - | |
advocaat en dispacheur te Rotterdam, van 1869 tot 1894 (dispacheur is een scheidsrechter in verzekeringszaken bij zeeschade) |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Friesland, van 20 september 1904 tot 17 september 1907 |
| - | |
redacteur tijdschrift "Vragen des Tijds", van 1874 tot 1893 |
| - | |
lid bestuur Maxwell Landgrant Company, van 1884 tot 1924 |
| - | |
voorzitter Vereeniging voor de staathuishoudkunde en de statistiek, omstreeks 1901 |
| - | |
president Maatschappij voor Hypothecair Crediet (nog op 90-jarige leeftijd) |
| - | |
medewerker diverse tijdschriften (onder meer "Het Noorden", "De Nederlander", "De Middelburgsche Courant" en "De Avondpost") |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake wettelijke regeling uitoefening der geneeskunst, van 31 juli 1917 tot 11 februari 1920 |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen (o.a. over defensie, arbeid, kiesrecht, binnenlands bestuur, financiën en onderwijs) |
| - | |
Diende in 1870 een initiatiefvoorstel tot technische wijziging van de wet op de personele belasting in; dit voorstel werd verworpen door de Tweede Kamer |
| - | |
Interpelleerde in 1871 minister Jolles over de rechtstoestand der arbeidersverenigingen, die loonsverhoging ten doel hebben en de voornemens van de regering ter aanzien van de op dat stuk bestaande wetgeving |
| - | |
In 1873 één van 16 liberalen die medeverantwoordelijk waren voor het stranden van de poging van de ministers Geerstema en Van Limburg Stirum om de plaatsvervanging bij het leger af te schaffen |
| - | |
Bracht in 1874 een initiatiefwet tot stand, waarbij fabrieksarbeid van kinderen beneden de 12 jaar wordt verboden (kinderwetje van Van Houten) (Stb. 1874, 130) |
| - | |
Onttrok zich in 1878 aan de stemming over de ontwerp-Wet op het lager onderwijs van Kappeyne van de Coppello |
| - | |
Diende in 1879 een initiatiefvoorstel in tot wijziging van de Registratiebelasting; dit voorstel werd later ingetrokken |
| - | |
Interpelleerde in 1881 minister Van Lynden van Sandenburg over het kiesrechtvraagstuk; vroeg om uitbreiding van het kiesrecht door verlaging van de census |
| - | |
Diende in 1884 een initiatiefvoorstel in tot censusverlaging; dit voorstel bleef onafgedaan |
| - | |
Diende in 1887 bij de grondwetsherziening samen met De Ruiter Zijlker een amendement in om het kiesrecht over te laten aan de 'gewone' wetgever in plaats van aan de grondwetgever. Dit amendement werd met 62 tegen 21 verworpen. |
| - | |
Diende in 1890 een initiatiefvoorstel in over uitbreiding van het recht van gemeenten om te onteigenen ten algemene nutte; dit voorstel werd in 1891 ingetrokken |
| - | |
Interpelleerde in 1907 de regering over de afstemming van de Oorlogsbegroting |
| - | |
Bracht in 1894 een wet tot stand waarbij de gemeente Rotterdam werd uitgebreid met het grondgebied van de op te heffen gemeenten Charlois en Kralingen |
| - | |
Bracht in 1896 een wet tot stand waarbij de gemeente Amsterdam werd uitgebreid met delen van Sloten, Diemen en Nieuwer-Amstel |
| - | |
Bracht in 1896 een wet tot stand waarbij de gemeente Leiden werd uitgebreid met delen van Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Ook gebieden buiten de oude stadsgrachten komen nu bij Leiden. |
| - | |
Bracht in 1896 een nieuwe Kieswet tot stand (Stb. 1896, 154). Met deze wet wordt uitwerking gegeven aan het in 1887 tot stand gekomen grondwetsartikel over kentekenen van maatschappelijke welstand en geschiktheid. Het kiesrecht wordt hierdoor uitgebreid tot meer dan 50% van de mannelijke bevolking. Verder worden de dubbele districten in de grote steden gesplitst en wordt het couloirstelsel ingevoerd: kiezers brengen voortaan hun stem uit in een stemlokaal en vullen dit niet langer thuis in. De grotere gemeenten worden ook bij de Gemeenteraadsverkiezingen in kiesdistricten verdeeld, die een eigen afgevaardigde kiezen. |
| - | |
Bracht in 1897 samen met minister Sprenger van Eyk de Wet tot regeling der financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten (Stb. 156) tot stand. De rijksbijdrage aan gemeenten werd verhoogd, er kwam een uitkering per inwoner. Gemeenten kregen de mogelijkheid tot het heffen van een plaatselijke inkomstenbelasting. |
| - | |
Onafhankelijk liberaal, die in de oppositie ging tegen Thorbecke en later ook tegen Tak van Poortvliet en Cort van der Linden |
| - | |
Pleitte al in 1876 voor het gebruik van voorbehoedmiddelen en in 1877 voor gelijkheid der sexen |
| - | |
Betoogde in 1884 tijdens de behandeling van een partiële herziening van de Grondwet dat volgens hem de Kroon niet het fundament, maar veeleer het ornament in het Staatsbestel was |
| - | |
Werd in september 1891, 1892 en 1893 als tweede op de voordracht voor het Tweede-Kamervoorzitterschap gezet |
| - | |
Weigerde na de totstandkoming van zijn Kieswet een hoge onderscheiding, omdat hij dat ongepast vond voor zittende ministers |
| - | |
Werd vanwege zijn stemgedrag in de Eerste Kamer door unie-liberalen en vrijzinnig-democraten het "erelid der rechterzijde" genoemd |
| - | |
Werd in 1922 op 85-jarige leeftijd als lijsttrekker van de Liberale Partij tot Tweede-Kamerlid gekozen. |
| - | |
"Het waardebegrip" (dissertatie, 1859) |
| - | |
"De regtstoestand der werklieden in Nederland" (1870) |
| - | |
"De staatsleer van Mr. J.R. Thorbecke" (1872) |
| - | |
"Oorzaak van de zwakheid onzer ministeriën", in: Vragen des Tijds (1876 II) |
| - | |
"Bijdragen tot den strijd over God, eigendom en familie" (1878) |
| - | |
"Staatkundige brieven" (1883-1901) |
| - | |
"Das causalitatsgesetz in der Sozialwissenschaft" (1888) |
| - | |
"Vijfentwintig jaar in de Kamer (1869-1894)" (1903-1925) |
| - | |
Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879) |
| - | |
F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889) |
| - | |
C.K. Elout, "Mr. S. van Houten", in: "Mannen en vrouwen van betekenis", XLII (1911), 2-3 |
| - | |
G.M. Bos, "Mr. S. van Houten: analyse van zijn denkbeelden, voorafgegaan door een schets van zijn leven" (1952) |
| - | |
D. Hans, "Van Houten", in: Parlementsfilm (z.j.) |
| - | |
J.T. Minderaa, "Houten, Samuel van (1837-1930)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 253 |
| - | |
S. Stuurman, "... de Javanen en jeneververbruikers hebben tot dusverre alles betaald". Het wetenschappelijk liberalisme van Samuel van Houten", in: De Gids, 151 (1988) |
| - | |
S. Stuurman, "S. van Houten 1837-1930", in: G.A. van der List en P.G.C. van Schie (red.), "Van Thorbecke tot Telders" (1993) |
| - | |
S. Stuurman, "Houten, Samuel van", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel VI, 103 |
| - | |
W. Schenkeveld, "Het Kinderwetje van Van Houten, sociale wetgeving in de 19e eeuw" (2003) |
| - | |
"Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, 1002 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1960 |